Hoeveel mensen in België
zijn laaggeletterd?
Afhankelijk van de bron
en de gehanteerde criteria wordt geschat dat 10 tot 25% van de volwassenen in België onvoldoende kunnen lezen, schrijven en rekenen om te
kunnen functioneren in de maatschappij (dit is functioneel analfabetisme
of laaggeletterdheid zoals gedefinieerd door de UNESCO) (bron:
Taalunieversum en
Lire et Ecrire).
Toelichting:
In België wordt men voornamelijk met gevallen van
functioneel analfabetisme geconfronteerd.
Alhoewel laaggeletterdheid in elk sociaal milieu voorkomt, gaat het
voornamelijk om mensen uit arme en uitgesloten gezinnen.
Veelal gaat het om personen met negatieve
schoolervaringen (veranderen van school, zittenblijven, spijbelen)
(bron:
Postfonds voor alfabetisering).
Meer dan 1
op 7
volwassen Vlamingen (15
tot 18% van de
bevolking ofwel
700.000 à 850.000 volwassenen) kan onvoldoende lezen of schrijven om
naar behoren te kunnen functioneren (bron:
Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie). In Wallonië
en Brussel wordt geschat dat 1 volwassene op 10
laaggeletterd is. In
vergelijking met onderzoek uit vergelijkbare landen, is deze schatting
waarschijnlijk een onderschatting (bron: Lire et Ecrire
(2006),
Questions sur l’alphabétisation. Réponses aux 59 questions les plus
fréquentes).
Volgens de UNESCO, waren er in 2002 wereldwijd 875
miljoen volwassen laaggeletterden, waarvan 2/3 vrouwen
(bron: UNESCO,
Education for all week). Dit cijfer komt
overeen met een gemiddeld percentage van 21% van de wereldbevolking. Dit
percentage is erg verschillend van land tot land. De toestand in de
geindustrialiseerde landen is vergelijkbaar met de Belgische.
De IALS-resultaten (dit is "International Adult Literacy Survey": een
internationaal onderzoeksproject van de OESO over taal- en
rekenvaardigheden bij volwassenen uit 1996) wijzen er op dat specifieke
groepen met een hoger risico inzake geletterdheid geconfronteerd worden:
laaggeschoolden zonder diploma secundair onderwijs, ouderen, vrouwen en
laaggeletterde werkenden.
Ook het PISA-onderzoek (2000) levert relevante
informatie over het geletterdheidprobleem. Hoewel op internationaal vlak
Vlaanderen globaal heel hoog scoort op het vlak van lees- en
schrijfvaardigheid, blijkt bij nadere analyse van de gegevens dat zich bij
bepaalde groepen een reëel probleem van geletterdheid en gecijferdheid
stelt. Zo'n 31% van de leerlingen van het
algemeen secondair onderwijs (ASO) presteert op het hoogste niveau van
leesvaardigheid, terwijl slechts 5% van de leerlingen in
het technisch (TSO) en
beroepsonderwijs (BSO) dit
niveau bereikt. Eén derde van de BSO-leerlingen presteert op het laagste
vaardigheidsniveau of eronder (bron: Centra voor basiseducatie Vlaanderen en Brussel,
Dossier laaggeletterdheid). In de Franse Gemeenschap haalt 28% van de
15-jarigen nauwelijks het laagste leesniveau (bron: Lire et Ecrire,
La Belgique survit, l’analphabétisme aussi !).
In
de Vlaamse gemeenschap schreven ruim
32.000 cursisten
zich in tijdens het schooljaar 2005-2006 in één van de 29 centra voor
basiseducatie. In de Franse gemeenschap volgden in 2005-2006 14.739
volwassenen een alfabetiseringscursus
bij 143 organisaties. Dat is slechts een
klein percentage van het aantal laaggeletterden. Het is niet makkelijk om
als volwassene toe te geven dat je niet goed kunt lezen of schrijven.
Mensen hebben uit schaamte vaak allerlei trucs ontwikkeld om hun handicap
te verbergen. Het duurt soms jaren voor ze de moed hebben gevonden om een
cursus te gaan volgen.
Het is erg moeilijk het profiel van de cursisten te
schetsen, aangezien het om een erg divers publiek gaat. De situatie
verschilt erg per regio en per organisatie.
In het algemeen kunnen we
stellen dat in Wallonië
en Brussel ongeveer 76% vreemdelingen een
alfabetiseringscursus hebben gevolgd in 2005-2006
(in Brussel 84% en in Wallonië 70%).
Het merendeel van de Belgische cursisten is oorspronkelijk van buitenlandse origine.
Vrouwen vertegenwoordigden 65% van de deelnemers. 68% van de deelnemers
was tussen de 26 en
50 jaar, 18%
was jonger dan 26 jaar en 13% ouder dan 50.
De twee belangrijkste categorieën waren enerzijds
personen die over geen eigen inkomen beschikken (zoals huisvrouwen (of
-mannen), werkzoekenden, gevangenen,...) (45%) en anderzijds personen die
geholpen worden door het OCMW (26%). (Meer informatie over het profiel van de
cursisten: Lire et Ecrire,
Enquête 2006/ 2005-2006 sur l'alphabétisation des adultes en Communauté
française de Belgique).
In 2004-2005 bedroeg de verhouding man - vrouw in Vlaamse
alfabetiseringscursussen ongeveer 40% -
60%. Meer dan de helft van de cursisten zat
in de leeftijdsgroep 25 - 45 jaar. 21% was
ouder dan 55 jaar. 4% van deze groep was
ouder dan 65 jaar. De centra bereikten
16% jongeren.
Slechts 23,5% van de cursisten beschikte over een eigen
inkomen uit voltijdse of deeltijdse arbeid.
Bijna 30% van de cursisten had
helemaal geen inkomen. Anderen hadden een inkomen uit de sociale zekerheid
of ontvingen een uitkering van het OCMW. (Meer informatie over het profiel van de
cursisten: Vlaams Ondersteuningscentrum voor de
Basiseducatie (VOCB),
Basiseducatie in cijfers).
8 september is de internationale alfabetiseringsdag.
 
Laatste aanpassing:
18/02/08
|