S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

  Hoeveel daklozen zijn er in België?

In België bestaan geen enkele officiële cijfers i.v.m. het aantal daklozen, enkel schattingen van organisaties.

 
Toelichting:

Het aantal daklozen in België wordt volgens FEANTSA geschat op 17.000 mensen (2003). Deze cijfers moeten echter met de nodige omzichtigheid gehanteerd worden aangezien er in België (net zoals in de rest van Europa) geen enkele officiële telling van het aantal daklozen bestaat. Eén van de belangrijkste problemen in dit verband is het feit dat dakloosheid verschillende verschijningsvormen kent en moeilijk kan gedefinieerd worden. Bovendien is het moeilijk de daklozen te bereiken. Dit heeft tot gevolg dat de beschikbare cijfers ofwel schattingen zijn, ofwel enkel betrekking hebben op het aantal bereikte daklozen via de opvang. Alhoewel men hierdoor een eerste beeld van de groep van daklozen krijgt, moet men zich er steeds van bewust zijn dat het werkelijke aantal daklozen hoger ligt, aangezien de daklozen die niet door de opvangvoorzieningen worden bereikt niet meegeteld worden.

In Wallonië zijn weinig cijfers over daklozen beschikbaar. Volgens De Decker, Pascal (2004), Belgium National report 2004 for the European Observatory on Homelessness: statistical update zouden ongeveer 5000 personen dakloos zijn. Het Institut wallon de l'évaluation de la prospective et de la statistique (IWEPS, 2007) verwijst naar een jaarlijkse telling van daklozen die hulp of een referentieadres hebben gevraagd aan het OCMW. Deze cijfers kunnen maar moeilijk worden geïnterpreteerd, gezien het reële risico op dubbeltellingen. Het gaat bovendien om een onderschatting gezien niet alle daklozen een beroep doen op een OCMW. Tabel 8a geeft het aantal dakloze huishoudens in 2005 na tussenkomst van het OCMW. Deze cijfers hebben betrekking op alle types van huishoudens (alleenstaanden en huishoudens met kinderen zijn inbegrepen).

Tabel 8a: Dakloze huishoudens die door het OCMW begeleid worden, Wallonië, absolute cijfers, 2005

Geholpen dakloze huis-houdens

Huishoudens geplaatst in opvang-tehuizen

Huis-houdens geplaatst in  transit-huizen

Permanente camping-bewoners

Uithuis-zettingen met tussenkomst van het OCMW tot gevolg

Begunstigden van de installatie-premie

Huisvesting aangevraagd  bij het OCMW

Huisvesting verkregen door het OCMW

1050

656

440

1020

1107

1415

264

70

bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en région wallonne. Volet statistique, p.122-123.

In Brussel organiseerde tijdens de nacht van 19 november 2008 het Steunpunt thuislozenzorg La Strada een dak-en thuislozentelling. 1.771 "telbare" daklozen werden geteld in het Brussels Gewest. Het betreft echter een bijzonder heterogene groep die geconfronteerd wordt met zeer verschillende realiteiten: 262 personen brachten de nacht daadwerkelijk op de straat door, 60 personen vonden onderdak in een kraakpand, 216 personen verbleven in gebouwen die ze bezetten na onderhandelingen met de eigenaars. 839 personen verbleven in erkende onthaaltehuizen, minstens 165 mensen brachten de nacht door in onthaaltehuizen die niet (als dusdanig) erkend zijn door de overheid. 173 mensen vonden onderdak in de nachtopvang, 49 in crisisopvang. Naast deze 1.771 daklozen vonden nog eens 995 mensen een oplossing in een transitwoning of in diensten begeleid wonen. (bron: Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad (2010), Thuisloos in Brussel, Brussels armoederapport 2010, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, p. 9). In 2010 organiseerde La Strada een nieuwe telling.  De gegevens zijn nog niet beschikbaar.

In Vlaanderen gebeurt er een registratie van de dak-en thuislozen die opgevangen worden in de autonome Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) die ook vaak mensen moeten weigeren wegens de beperkte opvangcapaciteit. Het gebruikte Tellus registratiesysteem geeft een systematisch overzicht van de cliënten, hun problemen en begeleiding. De meest recent beschikbare cijfers zijn deze van 2007. In 2007 werden 10.316 cliënten begeleid in de thuislozenzorg van de centra. Het aantal geholpen cliënten blijft de voorbije jaren constant. Dit is geen indicatie van de evolutie van de problematiek, maar het geeft veeleer de opvangcapaciteit weer.

Volgens een onderzoek naar de OCWM-hulpverlening aan dak-en thuislozen, uitgevoerd door het OASeS-centrum van de Universiteit Antwerpen en het Institut des Sciences Humaines et Sociales van de Luikse universiteit in opdracht voor de federale dienst Maatschappelijke Integratie (POD MI) (2010, p. 79-80) zijn er per 10.000 inwoners in Wallonië gemiddeld dubbel zoveel daklozen als in Vlaanderen (namelijk 25 tegenover 12). Het Brusselse Gewest heeft het hoogste gemiddelde, met 30 daklozen per 10.000 inwoners. Wat de evolutie van het aantal daklozen betreft, zijn er meer Vlaamse OCMW’s die vinden dat het aantal daklozen gedurende de voorbije jaren is gestegen; meer Waalse en Brusselse OCWM’s vinden dat het aantal daklozen gelijk is gebleven. Het aantal chronisch daklozen (personen die langer dan een jaar in deze situatie blijven) vertegenwoordigt 55% van het totaal aantal daklozendossiers beheerd door OCMW's in het Brusselse Gewest, dat is bijna de helft minder in Wallonië, met 28%, en het vermindert nog in Vlaanderen, met 16%.

De POD Maatschappelijke Integratie verschaft bepaalde gegevens, nl. cijfers over het aantal daklozen dat een installatiepremie krijgt en over het aantal daklozen dat van een aan 100% gesubsidieerd leefloon heeft genoten.

Een dakloze die een woonst vindt en hierdoor zijn hoedanigheid van dakloze verliest, heeft (eenmalig) recht op een installatiepremie. Vroeger konden enkel leefloongerechtigde daklozen hierop aanspraak maken. Sinds de tweede helft van 2004 komen ook daklozen met een vervangingsinkomen of een inkomen lager dan een grensbedrag (het leefloonbedrag, vermeerderd met 10%) in aanmerking. Vanaf 2005 is er dan ook een duidelijke toename in het aantal toegekende installatiepremies. In vergelijking met 2007 is er in 2008 een toename van 30%. Deze stijgende trend doet zich in elk gewest voor. (bron: Vranken Jan, Campaert Geert, Dierckx Danielle en Van Haarlem, An (red.) (2009), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2009, Leuven: Acco, p. 318-319)


Tabel 8b:
Aantal daklozen aan wie een installatiepremie werd toegekend, België en gewesten, 2000, 2005-2008, absolute cijfers en percentages

 

België

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

 

AC

%

AC

%

AC

%

AC

%

2000

1.735

100,0

479

27,6

1.026

59,1

230

13,3

2005

2.204

100,0

810

36,8

1.040

47,2

354

16,1

2006

2.174

100,0

773

35,6

1.014

46,6

387

17,8

2007

2.043

100,0

673

32,9

976

47,8

394

19,3

2008

2.652

100,0

943

35,6

1.162

43,8

547

20,6

bron: POD Maatschappelijke Integratie en berekeningen OASeS zoals opgenomen in Vranken Jan, Campaert Geert, De Boyser Katrien & Dierckx Danielle (red.) (2009), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2009, Leuven: Acco, p. 318.

De toelage van de federale Staat aan het OCMW bedraagt 100% van het bedrag van het leefloon gedurende de periode van ten hoogste één jaar, wanneer het wordt toegerekend aan een rechthebbende die zijn hoedanigheid van dakloze verliest. Sinds 1999 is een licht stijgende trend waar te nemen. Het aantal voormalig daklozen dat een leefloon bekomt, bedroeg in 2005 1,25 % van de totale leefloonpopulatie (bron: Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen belast met Interculturaliteit (2006), Algemene beleidsnota. Deel Maatschappelijke Integratie, p. 96).


Tabel 8c: Evolutie van het aantal daklozen dat van een aan 100% gesubsidieerd leefloon heeft genoten, België, 1999-2005

 

Daklozen

% voormalig daklozen ten opzichte van de totale leefloonpopulatie

1999

227

0,28 %

2000

230

0,30 %

2001

253

0,36 %

2002

238

0,33 %

2003

587

0,72 %

2004

951

1,14 %

2005

1043

1,25 %

bron: Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen belast met Interculturaliteit (2006), Algemene beleidsnota. Deel Maatschappelijke Integratie, p. 96


De problematiek van dataverzameling over dak- en thuislozen in de landen van de Europese Unie wordt duidelijk beschreven in het rapport
Measurement of Homelessness at European Union Level (2007). Het MPHASIS-project (Mutual Progress on Homelessness through Advancing and Strengthening Information Systems) kadert binnen dat proces en wil de informatiebanken op gewestelijk, nationaal en Europees niveau verbeteren. In België treedt het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) op als nationale partner van dat project.



Het is interessant de sociaal-demografische kenmerken van daklozen te bekijken. Uit verschillende studies komt eenzelfde globaal beeld naar voren: vooral mannen met een gemiddelde leeftijd rond de 40 jaar (vooral tussen 31 en 45 jaar), laaggeschoold, alleenstaand en vaak langdurig thuisloos (meerdere jaren). Vrouwen maken een minderheid uit van de thuislozenpopulatie (bron: Van Regenmortel Tine, Demeyer Barbara, Vandenbempt Katrien & Van Damme Benediekt (2006), Zonder (t)huis: Sociale biografieën van thuislozen getoetst aan de institutionele en maatschappelijke realiteit, LannooCampus, Leuven, p. 39-42).

Het profiel van dak- en thuislozen in Vlaanderen veranderde in de voorbije twee decennia. Tabel 8d geeft een overzicht van een aantal socio-economische kenmerken van thuislozen voor de jaren 1982-2009. Methodologisch zijn de gegevens niet volledig vergelijkbaar: de eerste jaren (1982 en 2002) betreffen een surveyonderzoek, de recente jaren (2005-2009) zijn gebaseerd op cliëntregistratie. Het aandeel vrouwen is fors toegenomen: van 18% naar 39%. Ook het aandeel allochtonen neemt veel toe: van 9% naar 25%. Voor hun inkomen zijn thuislozen vooral afhankelijk van een socialezekerheidsuitkering (meer dan één op drie in 2009). Opvallend is dat het aandeel thuislozen dat gesteund wordt door het OCMW daalde van 28% naar 18% en dit terwijl hun tewerkstellingsgraad eveneens daalde (van 21% naar 12%).

 

Tabel 8d: Socio-economisch profiel van thuislozen (in %), 1982, 2002, 2005-2009, Vlaanderen

Kenmerk

1982

2002

2005

2006

2007

2008

2009

Vrouwen

18

33

36

37

33

38

39

< 30 jaar

50

41

51

51

52

48

48

30-50 jaar

31

40

34

38

34

35

35

> 50 jaar

19

17

13

13

14

17

18

allochtonen

9

15

30

31*

27

25

25

ongehuwd

66

57

65

65

66

65

64

gescheiden

13

20

19

20

19

21

21

geen onderwijs of alleen lager onderwijs

44

24

31

30

30

28

28

lager secundair

30

36

    51**

    52**

23

22

21

tewerkstellingsgraad

21

21

11

15

12

13

12

belangrijkste inkomen uit arbeid

24

12

11

12

13

13

12

werkloosheidsuitkering

19

27

38

      36***

      37***

36

35

bijstand (OCMW)

28

27

17

18

18

18

18

schulden

25

60

-

-

-

-

-

inkomen gelijk of lager dan leefloon

-

-

54

52

54

33

32

geen inkomen****

-

-

29

29

29

24

26

* In 2004 gemeten volgens definitie ECM, minderhedendecreet; vanaf 2005 volgens "origine" gedefinieerd als “Eén van beide ouders of grootouders is geboren buiten België.” Het gaat hier om een ruime definiëring.
** In de cliëntregistratie Tellus wordt geen onderscheid gemaakt tussen lager en secundair onderwijs; vanaf 2007 is dit wel het geval.
*** Alle socialezekerheidsuitkeringen met uitzondering van Tegemoetkoming voor Gehandicapten en Bijstand
**** Thuislozen zonder inkomen betreffen: kinderen die nog financieel afhankelijk zijn van hun ouder(s) (hun aandeel in de totale populatie bedraagt ongeveer 10%); personen, voornamelijk vrouwen, die economisch afhankelijk zijn van het inkomen van de partner, bijvoorbeeld vrouwen zonder eigen inkomen die opgenomen worden in een vluchthuis; ten slotte, personen die effectief geen inkomen hebben en het grootste aandeel vormen in deze categorie.
bronnen: Tellus cliëntregistratieprogramma CAW's, Cliëntgegevens 2004, 2005, 2006 en 2007. Berchem, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en Van Menxel, G.,Lescrauwaet, D. & I. Parys (2003), zoals opgenomen in Vranken Jan, Campaert Geert, De Boyser Katrien & Dierckx Danielle (red.) (2009), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2009, Leuven: Acco, p. 352; Tellus 2009, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk (30/8/2010)

 

Sterk in het oog springend is de problematische jeugd van veel daklozen: twee op drie thuislozen hebben een instellingsverleden. Dit is echter veel meer het geval voor mannen (74%) dan voor vrouwen (48%). Instellingen waar thuislozen het meest verbleven, zijn psychiatrische instellingen (34%), penitentiaire instellingen (33%) en instellingen voor bijzondere jeugdzorg (27%).

Tabel 8e: Aandeel thuislozen met instellingsverleden, 1982-2002 (in %) Vlaanderen

Instellingsverleden

Man

Vrouw

Totaal

 

1982

2002

1982

2002

1982

2002

Geen

27,3

26,3

39,0

51,9

29,5

34,1

Wel

72,7

73,7

61,1

48,1

70,5

65,9

Totaal

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

bron: Van Menxel e.a. (2003), Verbinding Verbroken, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p. 48 
 

Tabel 8f: Instellingstypes waar thuislozen ooit verbleven, 1982-2002 (in %) Vlaanderen

Cluster instellingen

1982

2002

Jeugdinstellingen

27,4

48,7

Psychiatrie

23,3

34,4

Strafinrichtingen

51,6

27,9

Therapeutische gemeenschap

4,2

14,1

Andere*

7,2

29,8*

* De categorie “Andere” omvat in 2002 in hoofdzaak residentiële opvang in het algemeen welzijnswerk en verder algemene ziekenhuizen.
bron:
Van Menxel e.a. (2003),Verbinding Verbroken, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p. 49
 

De meeste thuislozen zijn alleenstaand: 81% is ongehuwd, wettelijk gescheiden of weduw(e)(naar). Toch had 69% van de mannen en 91% van de vrouwen ooit een gezin. Eén op drie mannen en twee op drie vrouwen heeft kinderen. De meerderheid van de thuislozen heeft nooit kinderen gehad.

 

Tabel 8g: Burgerlijke staat naar geslacht, evolutie 1982-2002 (in%), Vlaanderen

Burgerlijke staat

man

vrouw

Totaal

 

1982

2002

1982

2002

1982

2002

Ongehuwd

66,5

63,9

65,7

43,0

66,0

57,2

Gehuwd (incl. feit. Gesch.)

16,0

11,1

24,8

33,7

18,0

18,6

Wettelijk gescheiden

14,3

22,2

7,6

16,9

13,0

20,4

Weduwe/-naar

3,2

2,8

1,9

5,6

3,0

3,7

Totaal

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

bron: Van Menxel e.a. (2003), Verbinding Verbroken, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p. 38
 

Tabel 8h: Samenlevingsvormen in het verleden naar geslacht, 2002 (in %), Vlaanderen

Samenlevingsvorm

Man

Vrouw

totaal

Gehuwd of gehuwd geweest

40,7

59,7

47,3

Samenwonend of ooit samengewoond

28,3

31,2

29,3

Nooit samengewoond met partner

31,0

9,1

23,4

totaal

100,0

100,0

100,0

bron: Van Menxel e.a. (2003), Verbinding Verbroken, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p. 39
 

Tabel 8i: Thuislozen naar geslacht met eigen kinderen, 2002 (in %), Vlaanderen

Aantal kinderen

Man

Vrouw

Totaal

geen

66,7

31,0

54,8

1

9,2

18,4

12,3

2

12,6

25,3

16,9

3

8,0

11,5

9,2

4

1,7

4,6

2,7

5

1,1

5,7

2,7

6 en meer

0,6

3,4

1,5

totaal

100,0

100,0

100,0

bron: Van Menxel e.a. (2003), Verbinding Verbroken, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p. 39

 

Met welke problemen kampen daklozen? Zowel in Vlaanderen als in Wallonië is het ontbreken van een betaalbare woonst het hoofdprobleem waarmee daklozen geconfronteerd worden, aldus een onderzoek naar de OCWM-hulpverlening aan dak-en thuislozen   uitgevoerd door het OASeS-centrum van de Universiteit Antwerpen en het Institut des Sciences Humaines et Sociales (2010). Het gebrek aan voldoende inkomsten is het tweede belangrijkste probleem. De situatie van ontwrichte gezinnen wordt op de derde plaats vermeld in Wallonië en op de zesde plaats in Vlaanderen. Het ontbreken van een sociaal netwerk is ook een probleem dat in beide Gewesten vaak voorkomt. De problemen die in beide Gewesten het minst worden vastgesteld door OCMW's, zijn problemen met de fysieke gezondheid.

Het aandeel thuislozen met gezondheidsproblemen is nochtans zeer groot. Daklozen minimaliseren hun gezondheidsproblemen en lijken geen belang meer aan hun lichaam te hechten. Nochtans zijn alle studies het eens over de prevalentie van bepaalde gezondheidsaandoeningen bij daklozen in verhouding tot de algemene bevolking. Aandoeningen die regelmatig worden vermeld, zijn: verwondingen, tandproblemen, schurft, ademhalingsziekten en aandoeningen aan hart en longen, infectieziekten (voornamelijk HIV, tuberculose en hepatitis), psychische aandoeningen. Verslaving aan alcohol, tabak of drugs komt bij daklozen ook heel vaak voor. Daarnaast zijn er problemen als gevolg van een vroegtijdige aftakeling: een negatief zelfbeeld, een beperkt sociaal leven en het gevoel negatief te worden beoordeeld door de maatschappij. Deze vroegtijdige aftakeling, die meestal al is ingezet voor de persoon dakloos wordt, wordt nog bespoedigd door een verblijf op straat of in een onthaalcentrum. Dergelijke situaties leiden tot onzekerheid en hebben een negatieve weerslag op de fysieke en mentale gezondheid. Vooral slaapgebrek is heel schadelijk voor de gezondheid. Slaapgebrek veroorzaakt psychische problemen. (bron: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2010), Verslag armoedebestrijding 2008-2009-Deel 2. Naar een coherente aanpak in de strijd tegen dakloosheid en armoede, p.33-34)

Enkele cijfers: in Vlaanderen kampt 75% van de thuislozenpopulatie met gezondheidsproblemen. Merkwaardig is dat er geen verband lijkt te bestaan met de leeftijd en het geslacht van thuislozen. Er tekenen zich wel verschillen af met betrekking tot de aard van de problemen. Thuislozen kampen voornamelijk met psychische problemen. Dit geldt voor 73% van de jongeren onder de 21 jaar met gezondheidsproblemen en voor 58% van de 21- tot 50-jarigen. Meer mannen dan vrouwen hebben een fysieke kwaal, maar zes keer zoveel vrouwen lijden aan kanker.


Tabel 8
j:
Gezondheidsproblemen naar leeftijd, 2002 (in %), Vlaanderen

Leeftijd

Ja

Neen

Totaal

< 21

76,9

23,1

100,0

21-50

75,4

24,6

100,0

> 50

74,5

25,5

100,0

Totaal

75,4

24,6

100,0

bron: Van Menxel e.a. (2003), Verbinding Verbroken, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p. 46
 

Tabel 8k: Gezondheidsproblemen naar geslacht, 2002 (in %), Vlaanderen

Geslacht

Ja

Neen

Totaal

Man

75,0

25,0

100,0

Vrouw

76,1

23,9

100,0

Totaal

75,4

24,6

100,0

bron: Van Menxel e.a. (2003), Verbinding Verbroken, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p. 46
 

Tabel 8l: Aard van de gezondheidsproblemen naar leeftijd, 2002 (in %), Vlaanderen

Gezondheidsprobleem

Leeftijdscategorieën

 

-21

21-50

51 en meer

totaal

Fysieke handicap

7,7

10,9

16,4

11,7

Mentale handicap

8,0

16,6

18,5

16,2

Psychische problemen

73,1

57,8

45,3

56,8

Chronische ziekte

4,0

13,5

33,3

16,7

TBC

-

3,0

3,7

3,1

Kanker

-

1,7

9,3

3,2

AIDS/HIV

4,5

1,2

1,9

1,6

SOA

4,5

0,6

1,9

1,3

Andere

8,3

17,1

22,6

17,4

Totaal

100,0

100,0

100,0

100,0

bron: Van Menxel e.a. (2003), Verbinding Verbroken, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, p. 47

Psychische stoornissen komen beduidend vaker voor bij daklozen dan bij de globale bevolking. Depressies, angststoornissen en verslaving (drank of andere drugs) zijn vaker aanwezig. Onderzoek bij thuislozen in Brussel (Philippot P. en Galand B. (2003), Les personnes sans-abri en Belgique. Regards croisés des habitants de la rue, de l' opinion publique et des travailleurs sociaux, Academia Press, Gent) bevestigt deze resultaten. Deze studie komt tot het besluit dat thuislozen reeds voor ze thuisloos werden te maken hadden met een groot aantal stresssituaties (bvb. verlies van werk, scheiding, ongeval, problemen met justitie, enz.). Deze gebeurtenissen vormen risicofactoren voor thuisloosheid. Opvallend zijn ook de zich voortdurend herhalende ervaringen van relatiebreuken in het leven van thuislozen: vanaf de kindertijd tot de volwassen leeftijd. Opmerkelijk is ook dat mannelijke en vrouwelijke thuislozen verschillende oorzaken aanduiden voor thuisloosheid. Mannen benadrukken in de eerste plaats materiële factoren (bvb. verlies van werk, financiële problemen), terwijl vrouwen in eerste instantie relatieproblemen benadrukken. Thuislozen bevraagd over hun verleden in het kader van een participatief onderzoek te Brussel, uitgevoerd door het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad tussen augustus 2009 en februari 2010 spreken van een "slechte start": soms ingewikkelde gezinssituaties, verstoting en verlating, leven in een instelling, schulden, geweld, mentale problemen, alcoholisme, huisvestingsmoeilijkheden en soms uithuiszettingen, een leven zonder toekomstperspectief.  De situaties waarin thuislozen terechtkomen, worden vaak van generatie op generatie doorgegeven. (bron: Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad (2010), Thuisloos in Brussel, Brussels armoederapport 2010, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, p. 94)

 

Laatste aanpassing: 07/12/2010