S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers
 

Wat is het onderscheid tussen dakloos en thuisloos?

Thuisloos zijn betekent meer dan ‘geen dak boven het hoofd hebben’. Deze engere kijk noemen we dakloosheid. Geen onderdak hebben kan te maken hebben met armoede, verslaving, een psychiatrische ziekte, … maar ook eenvoudigweg met een ramp zoals het afbranden van een huis, een overstroming, enz. Iedereen kan dakloos worden - en kan dan ook bij de CAW’s en OCMW’s terecht voor dringende hulp - maar niet iedereen beschikt over dezelfde mogelijkheden om het probleem op te lossen en voor eigen onderdak te zorgen.

Verschillende gradaties van ontankering kunnen vastgesteld worden:

bullet

De ‘pure dakloosheid’ (bv. na brand, ...):
Het welzijn van de mens wordt zeer sterk beïnvloed door de kwaliteit van zijn wonen. Het wonen biedt immers een kans op zeer belangrijke ankerpunten op persoonlijk, relationeel en maatschappelijk vlak. Wonen is zelfs voorwaarde om ergens een identiteit te kunnen vestigen. Of parafraserend: ‘ik woon, dus ik ben’ . En omgekeerd: wie zonder woonst komt te zitten, loopt ernstig risico op welzijnsproblemen en verdient daarom alle aandacht en desgewenst ook hulpverlening vanwege het algemeen welzijnswerk.
 

bullet

De ‘tijdelijke thuisloosheid’ (bv. bij jongeren, mishandelde vrouwen, gedupeerden van uithuiszetting…):
De ontankeringsproblematiek is hier reeds ernstig aanwezig. Wij situeren ze echter nog op het niveau van “breuken”, m.a.w. ook al is de sociale verankering ernstig bedreigd of zelfs reeds verbroken, er zijn toch nog aangrijpingspunten voor een  spoedig of langdurig herstel. De voorzieningen van
het algemeen welzijnswerk kunnen en moeten daar ‘herstellend’ op inspelen.
 

bullet

De ‘chronische thuisloosheid’ (bv. bij circuitgasten, langdurig zwervers, kartonslapers...):
Hier stelt de ontankeringsproblematiek zich in alle scherpte in termen van “afwezigheid” van ankerpunten. Het relatienetwerk, waaraan elke mens als sociaal wezen behoefte heeft, is totaal of zeer verregaand afgetakeld. Dit leidt tot een opeenstapeling van problemen. De betrokkenen glijden af naar een ‘leven dat nauwelijks of niet beantwoordt aan de menselijke waardigheid’.

Wij zijn ons ervan bewust dat de opdeling tussen ‘tijdelijk’ en ‘chronisch’ in vele gevallen erg arbitrair is. Het is een eerder theoretisch onderscheid, dat vooral een beleidsmatige betekenis kan hebben. De welzijnswerkers weten dat de complexe werkelijkheid zich niet zomaar in die vakjes laat opdelen. Het etiket moet eerder gekleefd worden op de zorg, dan wel op de individuele ‘thuisloze’. Daarom hoeden we er ons voor ‘thuislozen’ in het algemeen als groep te categoriseren. Voor de ‘chronisch thuisloze’ persoon in het bijzonder moeten hoe dan ook steeds alle mogelijkheden tot reïntegratie open blijven. Dat moet meer dan vroeger een verantwoordelijkheid zijn en blijven van het ganse algemeen welzijnswerk.
 

Samengevat: Thuisloosheid is dus een problematiek van die groep mensen waarbij ten gevolge van een aftakelingsproces de noodzakelijke ankerpunten met de samenleving werden verbroken; daardoor zijn ze beland in een toestand van persoonlijke, relationele en maatschappelijke kwetsbaarheid.

Thuisloosheid uit zich vooral in het ontbreken van een woonst, van werk, van bestaansmiddelen en van relationele verbanden, waardoor de thuisloze meestal niet meer in staat is zich verder zelfstandig te handhaven in de samenleving.

bron: www.thuisloos.be