|
|
|
De ‘pure dakloosheid’ (bv. na
brand, ...): |
|
|
De ‘tijdelijke thuisloosheid’
(bv. bij jongeren, mishandelde vrouwen, gedupeerden van uithuiszetting…): |
|
|
De ‘chronische thuisloosheid’
(bv. bij circuitgasten, langdurig zwervers, kartonslapers...): |
Wij zijn ons ervan bewust dat de opdeling
tussen ‘tijdelijk’ en ‘chronisch’ in vele gevallen erg arbitrair is. Het
is een eerder theoretisch onderscheid, dat vooral een beleidsmatige
betekenis kan hebben. De welzijnswerkers weten dat de complexe
werkelijkheid zich niet zomaar in die vakjes laat opdelen. Het etiket moet
eerder gekleefd worden op de zorg, dan wel op de individuele ‘thuisloze’.
Daarom hoeden we er ons voor ‘thuislozen’ in het algemeen als groep te
categoriseren. Voor de ‘chronisch thuisloze’ persoon in het bijzonder
moeten hoe dan ook steeds alle mogelijkheden tot reïntegratie open
blijven. Dat moet meer dan vroeger een verantwoordelijkheid zijn en
blijven van het ganse algemeen welzijnswerk.
Samengevat: Thuisloosheid is dus een problematiek van die groep mensen waarbij ten gevolge van een aftakelingsproces de noodzakelijke ankerpunten met de samenleving werden verbroken; daardoor zijn ze beland in een toestand van persoonlijke, relationele en maatschappelijke kwetsbaarheid.
Thuisloosheid uit zich vooral in het ontbreken van een woonst, van werk, van bestaansmiddelen en van relationele verbanden, waardoor de thuisloze meestal niet meer in staat is zich verder zelfstandig te handhaven in de samenleving.
bron: www.thuisloos.be