|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Percentage personen die deel uitmaken van een huishouden met volgende probleem |
Totale bevolking |
Bevolking die risico loopt op armoede |
||
| 2009 | 2010 | 2009 | 2010 | |
|
overbezetting* |
3,9 |
4,2 |
12,6 |
13,7 |
| vochtproblemen** |
15,2 |
19,0 |
24,1 |
30,2 |
|
woning is somber, donker*** |
9,6 |
8,8 |
16,0 |
15,1 |
|
geen toilet met waterspoeling in de woning |
0,6 |
0,3 |
1,8 |
1,0 |
| geen bad of douche |
0,9 |
0,3 |
2,3 |
1,1 |
| zware woning deprivatie **** |
1,3 |
1,9 |
5,6 |
5,9 |
* Eurostat definieert 'overbezetting'
als het aandeel van de personen die leven in een woning waarbij het
huishouden niet kan beschikken over een minimum aantal kamers als volgt
bepaald: een kamer voor het huishouden; een kamer voor ieder koppel in het
huishouden; een kamer voor iedere persoon van 18 jaar of ouder; een kamer
voor iedere persoon tussen 12 en 17 jaar oud en die niet inbegrepen zijn
in een van bovenstaande groepen; een kamer voor elke twee kinderen onder
de 12 jaar. Op te merken valt dat door selectieve uitval van personen in
een zwakke sociaal-economische situatie, we hier ook waarschijnlijk met
een onderschatting te maken hebben.
** Personen die in een woning leven en die menen een probleem te hebben
met een lekkend dak, vochtige muur of vloer (schimmel, huiszwam) of
rottend raamwerk.
*** Personen die menen dat hun woning te donker is, dat er niet voldoende
daglicht is.
**** Eurostat definieert 'zware woning deprivatie' als het aandeel van de
personen die leven in een overbezette woning met tegelijk ten minste één
van de volgende problemen: lekkend dak, geen bad of douche, geen toilet,
sombere woning.
bron:
Eurostat
We zien een duidelijke samenhang met armoede: 13,7% van de personen die risico lopen op armoede zijn van mening dat zij te weinig ruimte hebben in hun woning; in de totale bevolking zijn er dat slechts 4,2%. Inzake vochtproblemen: bijna een derde (30,2%) zegt problemen te hebben met een lekkend dak, vochtige muur of vloer (schimmel, huiszwam) of rottend raamwerk. Bij mensen boven de armoedegrens is dat slechts 19%.
Tussen huurders en eigenaars zijn er grote verschillen op het gebied van kwaliteit van wonen. Volgens de laatste gegevens van de speciale EU-SILC module over wonen, is 20% van de huurders ontevreden of zeer ontevreden over zijn woning. Bij eigenaars is dat maar 9%. 23,3% van de huurders klaagt over te weinig plaats in de woning, tegen 5,6% van de eigenaars. 15% van de huurders heeft het door een slecht verwarmingstoestel of onvoldoende isolatie van het huis in de winter niet warm genoeg. Bij eigenaars is dat maar 3%. Huurders hebben ook vijf keer meer kans dan eigenaars om in hun woning problemen te hebben met een gebrekkige elektrische installatie of een waterleiding in slechte staat. Ten slotte beschikt 4% van de huurders niet eens over elementair comfort. Dat betekent dat een van de volgende dingen niet voorhanden is in hun woning: stromend warm water, een douche of een bad en een toilet binnen. (bron: FOD Economie – Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie, Persbericht 3 april 2009 'Armoede en gebrek aan wooncomfort gaan samen')
Wat de woonkwaliteit in de regio's betreft: in het Vlaamse Gewest leefde in 2009 een vijfde van de bevolking (22%) in een huis met structurele gebreken aan het dak, de ramen, deuren en muren, met geen adequate verwarming, met een gebrek aan elementair comfort of met een gebrek aan ruimte. Dat komt overeen met ongeveer 1,1 miljoen personen. Dat aantal is - na een stijging tussen 2004 en 2007 - in 2008 en 2009 duidelijk gedaald. Het aandeel personen met huisvestingsproblemen neemt af met de leeftijd. Meer problemen zijn er bij de eenoudergezinnen en grote gezinnen, de werklozen, de gezinnen met kinderen waar niet of slechts beperkt wordt gewerkt, de huurders, de laagste inkomensgroepen en de niet EU-burgers. (bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering (maart 2011), Vlaamse armoedemonitor, p. 13, 62 en 63)
Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn gegevens over huisvesting schaars, maar het is echter geweten dat het Gewest met een huisvestingsprobleem kampt. De hoge huur- en aankoopprijzen van woningen hebben als gevolg dat een niet verwaarloosbaar deel van de bevolking in te dichtbevolkte woningen of in huisvesting van slechte kwaliteit woont of moet verhuizen naar buiten het Gewest. In het Brussels Gewest betrekt ongeveer 17,0 % van de bevolking een woning met minder dan één vertrek per persoon en volgens de gegevens van EU-SILC 2009 heeft 3,3 % geen bad/douche, toilet of warm water. Uit een enquête in 2010 bij huurders op de private huurmarkt in het Brussels Gewest blijkt dat het comfortpeil van de woningen weliswaar voortdurend verbetert. Terwijl in 2008, 91 % van de woningen een individuele badkamer had, steeg dit aantal tot 97 % in 2010. Van de huurwoningen heeft 72 % een toilet binnen, een individuele badkamer en een centrale verwarmingsinstallatie (+3 % ten opzichte van 2008).Toch verbeteren de subjectieve beoordelingen over de algemene staat van de woningen niet doorheen de jaren en blijft slechts de helft van de huurders tevreden over hun woning. Volgens 22 % van de huurders heeft de woning nieuwe ramen nodig, 21 % vinden hun woning slecht geïsoleerd tegen koude of lawaai en voor 14 % van de huurders moet de loodgieterij vernieuwd worden. (bron: Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad (2011), Welzijnsbarometer 2011, p. 57 en 60)
In het Waalse Gewest is de woonkwaliteit er slechter aan toe dan in de rest van het land. Dit heeft te maken hebben met een ouder woningbestand, maar ook met andere factoren, zoals een verschil in levensstandaard. Volgens de resultaten van een enquête over de woonkwaliteit in het Waalse Gewest in 2006-2007, zijn 55% van de woningen 'goed' of 'zeer goed'. Het merendeel (56%) van de woningen die 'zeer slecht', 'slecht' of 'middelmatig' zijn, zijn gelegen in stedelijke gebieden. De woonkwaliteit is slechter bij huurders: vochtproblemen (31% tegenover 18% bij eigenaars); slechte geluidsakoestiek (29% tegenover 10% bij eigenaars); geen centrale verwarming (29% tegenover 17% bij eigenaars). Bijna 14% van de huurders zegt gezondheidsproblemen te hebben tengevolge van een slechte huisvesting: allergieën, problemen van de luchtwegen, gasintoxicaties of andere gezondheidsproblemen. (bron: IWEPS (décembre 2010), Les chiffres-clés de la Wallonie. N°11, p. 49-53).
Naar huisvestingskosten toe: personen die een risico lopen op armoede hebben een drie keer hogere kans om geconfronteerd te worden met financiële problemen om hun woning genoeg te verwarmen.
Tabel 14b: Percentage van de bevolking dat de woning onvoldoende kan verwarmen, België, SILC 2009-2010 (inkomens 2008-2009)
|
2009 |
2010 |
|
|
Totale bevolking |
5,1 |
5,6 |
|
Bevolking die risico loopt op armoede |
15,0 |
16,2 |
bron: Eurostat
Voor zowel de federale overheid als voor de gewesten vormt het een uitdaging het garanderen van de toegang tot betaalbare en degelijke woningen. Het werk van het Steunpunt hieromtrent kan men vinden in de verslagen van het Steunpunt.
Laatste aanpassing: 03/01/12