S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

Hoeveel procent van de bevolking leeft in een niet-kwalitatieve woning?

In 2004 leefde ongeveer 24% van de bevolking in België in een woning die één of meer gebreken kende (gebrek aan klein comfort, twee of meer huisvestingsproblemen en/of gebrek aan ruimte). Ongeveer 18% van de Belgen leefde in een woning die problemen stelde op het vlak van gezondheid (nl. lekkend dak, geen adequate verwarming, schimmel en vocht, rottende ramen en deuren). Huishoudens die te kampen hebben met armoederisico worden vooral met deze problemen geconfronteerd.


Toelichting:

Opmerking: aangezien we voor dit onderwerp nog niet beschikken over de resultaten van de EU-SILC-enquête uit 2005, maken we in deze toelichting gebruik van de cijfers van de SILC-enquête uit 2004. Van zodra we over alle relevante data uit 2005 beschikken, wordt de informatie geactualiseerd.

In verhouding tot de behoeften is het aantal sociale huurwoningen duidelijk onvoldoende. Veel mensen met een laag inkomen oriënteren zich dan ook noodgedwongen naar het secundaire segment van de private huurmarkt, waar de prijs – kwaliteitsverhouding onevenwichtig is (bron: NAPIncl 2003-2005, p.5).
 

Huisvestingskosten vormen in toenemende mate een zware last voor gezinnen met een matig inkomen. Uit vroeger onderzoek is gebleken dat er in de loop van de jaren ’90 een belangrijke stijging is geweest van de kostprijs van de huisvesting. Dit heeft tot gevolg dat vooral de sociaal zwakkeren, die een woning huren op de private huurmarkt, genoodzaakt zijn om een zeer groot deel van hun gezinsbudget aan huisvesting te besteden. Volgens de huishoudbudgetenquête besteedde 14% van de huurders met een inkomen onder de mediaan meer dan één derde van het budget van het huishouden aan huur in 2004. Dit is meer dan de voorbije jaren (10,1% in 1998, 12,5% in 2001). Nog uit vroeger onderzoek is gebleken dat de problemen rond de betaalbaarheid van de huisvesting zich vooral situeren bij personen die een woning huren op de private huurmarkt (bron: NAPIncl 2005-2006 Implementatierapport, p.3 en NAPincl 2006-2008: Indicatoren, p. 15).

Een recente studie van het Observatoire du Crédit et de l'Endettement en het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) heeft aangetoond dat in de periode 1996-2005 een gezin met een gemiddeld inkomen 21% van zijn huishoudbudget uitgegeven heeft aan huur of hypothecaire lening. Voor een minder gegoed gezin bedroeg dit aandeel 31%.


Tabel 14a: Percentage huishoudens met een inkomen onder het mediaan beschikbare huishoudinkomen dat meer dan 33% van het inkomen besteedt aan huur, België, 1998, 2000-2001, 2004

1998 2000 2001 2004
10,1 13,7 12,5 14

bron: Huishoudbudgetenquête - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie / CSB zoals opgenomen in NAPincl 2006-2008: Indicatoren, p. 85



Tabel
14b: Aandeel woonhuur of hypothecaire lening in uitgaven van gemiddeld gezin versus minder gegoed gezin, België, 1996-2005

Uitgaven gemiddeld gezin Uitgaven minder gegoed gezin
21% 31%

bron: NIS en Observatoire du Crédit et de l'Endettement; berekening OIVO zoals opgenomen in Observatoire de Crédit et de l'Endettement, Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (2006), 1996-2005: 10 jaar koopkracht, p. 68

 

Op het vlak van de kwaliteit van de woning stelde men op basis van de EU-SILC cijfers vast dat in 2004 23,8% van de bevolking in België in een woning leefde die één of meer gebreken kende (gebrek aan klein comfort, twee of meer huisvestingsproblemen en/of gebrek aan ruimte). Uit de cijfers blijkt dat vooral werklozen en niet-actieven in niet-kwalitatieve woningen leven.
Bij de bevolking onder de armoedegrens (nl. onder de 60% van het mediaan inkomen) leefde 39,1% in een dergelijke woning. Bij de hoogste inkomensgroep bedroeg dit 13,4%.
In Wallonië leeft een beduidend hoger percentage van de bevolking in een niet-kwalitatieve woning in vergelijking met Vlaanderen
 (bron: NAPincl 2006-2008: Indicatoren, p. 86-87).
 

Tabel 14c: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met één of meer van de volgende problemen: gebrek aan klein comfort; twee of meer huisvestingsproblemen; gebrek aan ruimte, België en de gewesten, 2004

België Vlaams Gewest Waals Gewest
23,8% 18,8% 28,2%

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron:
EU-SILC 2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 86

 

Tabel 14d: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met één of meer van de volgende problemen: gebrek aan klein comfort; twee of meer huisvestingsproblemen; gebrek aan ruimte naar activiteitsstatus, België en de gewesten, 2004

  België Vlaams Gewest Waals Gewest
werkend 19,9 16,8 24
werkloos 31 19,7 36,6
gepensioneerd 19,5 16,1 25,8
andere inactief 25,9 19,8 29,2

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron:
EU-SILC 2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 87

 

Tabel 14e: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met één of meer van de volgende problemen: gebrek aan klein comfort; twee of meer huisvestingsproblemen; gebrek aan ruimte naar inkomensniveau, België, 2004

Eerste quintiel Tweede quintiel Derde quintiel Vierde quintiel Vijfde quintiel < 60% van het mediaan inkomen >= 60% van het mediaan inkomen
36,9 29 24 17,9 13,4 39,1 21,2

bron: EU-SILC 2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 87
 

Met betrekking tot een aantal specifieke huisvestingsproblemen, die ook op de gezondheid een impact hebben (nl. lekkend dak, geen adequate verwarming, schimmel en vocht, rottende ramen en deuren), stelde men in 2004 vast dat 17,6% van de bevolking in een woning leefde waar minimaal twee van deze problemen voorkwamen. Vooral werklozen en inactieven worden met deze problemen geconfronteerd. Voor personen onder de armoedegrens (nl. onder de 60% van het mediaan inkomen) loopt dit percentage op tot 25%. De regionale verschillen zijn opvallend (bron: NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 90-91).
 

Tabel 14f: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met twee of meer van volgende huisvestingsproblemen: een lekkend dak; geen adequate verwarming; schimmel en vocht; rottende ramen en deuren, naar activiteitsstatus, België en de gewesten 2004

  België Vlaams Gewest Waals Gewest
totaal 17,6 13,5 23
werkend 16,3 13,5 20,7
werkloos 24,2 15,7 30,9
gepensioneerd 14,4 11,6 19,1
andere inactief 18,8 14,6 22,7

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron:
EU-SILC 2004  - FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 90
 

Tabel 14g: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met twee of meer van volgende huisvestingsproblemen: een lekkend dak; geen adequate verwarming; schimmel en vocht; rottende ramen en deuren naar inkomensniveau, België, 2004

Eerste quintiel Tweede quintiel Derde quintiel Vierde quintiel Vijfde quintiel < 60% van het mediaan inkomen >= 60% van het mediaan inkomen
24,1 19,1 17,9 15 11,6 25 16,2

bron: EU-SILC 2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 91
 


Tabellen 14h en 14i tonen aan dat het percentage van personen met armoederisico die leven in een woning zonder bad of douche, zonder warm stromend water of zonder toilet met waterspoeling in de woning zelf ver boven het Belgische gemiddelde ligt, nl. 6,2% in vergelijking met 2,9%.
 

Tabel 14h: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning waarin één van volgende drie kleine comfortelementen ontbreekt: een bad of douche, warm stromend water, een toilet met waterspoeling in de woning zelf, België en de gewesten, 2004

België Vlaams Gewest Waals Gewest
2,9 2,1 3,8

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron:
EU-SILC 2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 88
 

Tabel 14i: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning waarin één van volgende drie kleine comfortelementen ontbreekt: een bad of douche, warm stromend water, een toilet met waterspoeling in de woning zelf naar armoederisico, België, 2004

< 60% van het mediaan inkomen >= 60% van het mediaan inkomen
6,2 2,3

bron: EU-SILC 2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 89



 

Laatste aanpassing: 19/02/08