|
| 1998 | 2000 | 2001 | 2004 |
| 10,1 | 13,7 | 12,5 | 14 |
bron: Huishoudbudgetenquête - FOD Economie: Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie / CSB zoals opgenomen in NAPincl 2006-2008: Indicatoren, p. 85
Tabel 14b: Aandeel woonhuur of hypothecaire lening in uitgaven van gemiddeld
gezin versus minder gegoed gezin, België, 1996-2005
| Uitgaven gemiddeld gezin | Uitgaven minder gegoed gezin |
| 21% | 31% |
bron: NIS en Observatoire du Crédit et de l'Endettement; berekening OIVO zoals opgenomen in Observatoire de Crédit et de l'Endettement, Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (2006), 1996-2005: 10 jaar koopkracht, p. 68
Op het vlak van
de kwaliteit van de woning stelde men op
basis van de EU-SILC
cijfers
vast dat in 2004
23,8%
van de bevolking in België in een woning leefde die één of meer gebreken kende
(gebrek aan klein comfort, twee of meer huisvestingsproblemen en/of gebrek
aan ruimte). Uit de cijfers blijkt dat vooral
werklozen en niet-actieven in niet-kwalitatieve woningen leven.
Bij de bevolking onder de armoedegrens
(nl. onder de 60% van het mediaan inkomen) leefde
39,1% in een dergelijke woning.
Bij de hoogste inkomensgroep bedroeg dit
13,4%.
In Wallonië leeft een beduidend hoger percentage van de bevolking in een niet-kwalitatieve woning
in vergelijking met Vlaanderen (bron:
NAPincl 2006-2008:
Indicatoren, p. 86-87).
Tabel 14c: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met één of meer van de volgende problemen: gebrek aan klein comfort; twee of meer huisvestingsproblemen; gebrek aan ruimte, België en de gewesten, 2004
| België | Vlaams Gewest | Waals Gewest |
| 23,8% | 18,8% | 28,2% |
Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t.
Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet
betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron: EU-SILC 2004 -
FOD Sociale Zekerheid zoals
opgenomen in
NAPIncl 2006-2008:
Indicatoren,
p. 86
Tabel 14d: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met één of meer van de volgende problemen: gebrek aan klein comfort; twee of meer huisvestingsproblemen; gebrek aan ruimte naar activiteitsstatus, België en de gewesten, 2004
| België | Vlaams Gewest | Waals Gewest | |
| werkend | 19,9 | 16,8 | 24 |
| werkloos | 31 | 19,7 | 36,6 |
| gepensioneerd | 19,5 | 16,1 | 25,8 |
| andere inactief | 25,9 | 19,8 | 29,2 |
Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t.
Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet
betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron: EU-SILC 2004 -
FOD Sociale Zekerheid zoals
opgenomen in
NAPIncl 2006-2008:
Indicatoren,
p. 87
Tabel 14e: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met één of meer van de volgende problemen: gebrek aan klein comfort; twee of meer huisvestingsproblemen; gebrek aan ruimte naar inkomensniveau, België, 2004
| Eerste quintiel | Tweede quintiel | Derde quintiel | Vierde quintiel | Vijfde quintiel | < 60% van het mediaan inkomen | >= 60% van het mediaan inkomen |
| 36,9 | 29 | 24 | 17,9 | 13,4 | 39,1 | 21,2 |
bron: EU-SILC
2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals
opgenomen in
NAPIncl 2006-2008:
Indicatoren,
p. 87
Met betrekking tot een aantal specifieke
huisvestingsproblemen, die ook op de gezondheid een impact hebben (nl.
lekkend dak, geen adequate verwarming, schimmel en vocht, rottende ramen
en deuren), stelde men in
2004 vast dat
17,6% van de
bevolking in een woning
leefde waar minimaal twee van deze problemen voorkwamen.
Vooral werklozen en inactieven worden met deze problemen geconfronteerd.
Voor personen
onder de armoedegrens (nl. onder de 60% van het mediaan inkomen) loopt dit
percentage op tot 25%.
De regionale verschillen zijn opvallend
(bron:
NAPIncl 2006-2008:
Indicatoren,
p. 90-91).
Tabel 14f: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met twee of meer van volgende huisvestingsproblemen: een lekkend dak; geen adequate verwarming; schimmel en vocht; rottende ramen en deuren, naar activiteitsstatus, België en de gewesten 2004
| België | Vlaams Gewest | Waals Gewest | |
| totaal | 17,6 | 13,5 | 23 |
| werkend | 16,3 | 13,5 | 20,7 |
| werkloos | 24,2 | 15,7 | 30,9 |
| gepensioneerd | 14,4 | 11,6 | 19,1 |
| andere inactief | 18,8 | 14,6 | 22,7 |
Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t.
Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet
betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron: EU-SILC 2004 -
FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in
NAPIncl 2006-2008:
Indicatoren, p. 90
Tabel 14g: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning met twee of meer van volgende huisvestingsproblemen: een lekkend dak; geen adequate verwarming; schimmel en vocht; rottende ramen en deuren naar inkomensniveau, België, 2004
| Eerste quintiel | Tweede quintiel | Derde quintiel | Vierde quintiel | Vijfde quintiel | < 60% van het mediaan inkomen | >= 60% van het mediaan inkomen |
| 24,1 | 19,1 | 17,9 | 15 | 11,6 | 25 | 16,2 |
bron: EU-SILC
2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals
opgenomen in
NAPIncl 2006-2008:
Indicatoren,
p. 91
Tabellen 14h en 14i tonen aan dat
het percentage van personen met armoederisico die leven in een woning
zonder bad of douche, zonder warm stromend water of zonder toilet met
waterspoeling in de woning zelf ver boven het Belgische gemiddelde ligt,
nl. 6,2% in vergelijking met 2,9%.
Tabel 14h: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning waarin één van volgende drie kleine comfortelementen ontbreekt: een bad of douche, warm stromend water, een toilet met waterspoeling in de woning zelf, België en de gewesten, 2004
| België | Vlaams Gewest | Waals Gewest |
| 2,9 | 2,1 | 3,8 |
Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t.
Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet
betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
bron:
EU-SILC 2004 - FOD Sociale
Zekerheid zoals
opgenomen in
NAPIncl 2006-2008:
Indicatoren,
p. 88
Tabel 14i: Percentage van de bevolking dat leeft in een woning waarin één van volgende drie kleine comfortelementen ontbreekt: een bad of douche, warm stromend water, een toilet met waterspoeling in de woning zelf naar armoederisico, België, 2004
| < 60% van het mediaan inkomen | >= 60% van het mediaan inkomen |
| 6,2 | 2,3 |
bron: EU-SILC 2004 - FOD Sociale Zekerheid zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 89
Laatste aanpassing: 19/02/08