S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

 

Hoeveel bedraagt het leefloon en hoeveel mensen moeten ermee rondkomen?

Laatste aanpassing: 16/07/2015

Het leefloon voor een alleenstaande bedraagt 817
,36 netto per maand, voor een samenwonende 544,91 € netto per maand en voor een persoon die samenwoont met een gezin te zijnen laste 1.089,82 € netto per maand.  Deze bedragen zijn sinds september 2013 van kracht. 
In 2014 zijn er gemiddeld
113.209 begunstigden van het recht op maatschappelijke integratie per maand, waarvan er gemiddeld 102.657 begunstigden van het leefloon zijn.

Toelichting:

1. De bedragen
2. Het aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke integratie (RMI)
3. Het aantal begunstigden van het leefloon
4. Het aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke hulp (RMH)

 

1. De bedragen

De overheid heeft de bedragen van het leefloon en de sociale uitkeringen op volgende manier vastgelegd:


Tabel 4a: Evolutie van de
netto maandbedragen van het bestaansminimum per categorie van rechthebbenden volgens de Bestaansminimumwet, 1990-feb. 2002

Datum Cat. 1
Samenwonend onder 1 dak
Cat. 2
Persoon met niet-getrouwde
minderjarige of meerdere kinderen
waarvan minstens 1 niet-getrouwde
minderjarige
Cat. 3
Alleenstaande
Cat. 4
Alle anderen die met 1 of meerdere personen samenwonen
jan. 1990    * 560,68 € 504,61 € 420,50 € 280,34 €
dec. 1994    * 664,48 € 664,48 € 498,34 332,23 €
sept. 2000  * 719,26 € 719,26 € 539,44 359,62 €
juni 2001    * 733,64 € 733,64 € 550,22 366,81 €
jan.2002   762,96 762,96 572,22 € 381,48
feb. 2002   778,21 778,21 583,66 389,11

* bedragen omgezet in euro

Tabel 4b:
Evolutie van de
netto maandbedragen van het bestaansminimum per categorie van rechthebbenden volgens de Bestaansminimumwet, okt. 2002-okt. 2004

Datum Cat. 1
Elke persoon die met één of meerdere personen samenwoont
Cat. 2
Een alleenstaand persoon
Cat. 3
Een alleenstaand persoon die onderhoudsuitkeringen verschuldigd is tov zijn kinderen of een alleenstaand persoon die voor de helft van de tijd hetzij een ongehuwde minderjarige hetzij meerdere kinderen waaronder een ongehuwde minderjarige te zijner laste heeft
Cat. 4
Eénoudergezin met kinderlast
okt. 2002 389,11 € 583,66 € 680,94 € 778,21 €
juni 2003 396,88 € 595,32 € 694,54 € 793,76 €
okt. 2004 408,89 € 613,33 € 715,55 € 817,77 €

 

Tabel 4c: Netto maandbedragen van het leefloon vanaf 1 jan. 2005

Datum

Cat. 1
Elke persoon die met één of meerdere personen samenwoont
 

Cat. 2
Een alleenstaand persoon
Cat. 3
Een persoon die uitsluitend samenwoont met een gezin te zijnen laste
jan. 2005 408,89 € 613,33 € 817,77 €
aug. 2005 417,07 € 625,60 € 834,14 €
okt. 2006 429,66 644,48 859,31
april 2007 438,25 657,37 876,50
jan. 2008 455,96  683,95  911,93
mei 2008 465,07 697,61 930,14
sept. 2008 474,37 711,56 948,74
juni 2009 483,85 € 725,79 967,72 €
sept. 2010 493,54 € 740,32 € 987,09 €
mei 2011 503,39 € 755,08 € 1006,78 €
sept. 2011 513,46 € 770,18 € 1026,91 €
feb. 2012 523,74 785,61 € 1047,48 €
dec. 2012 534,22 € 801,34 € 1068,45 €
sept. 2013 544,91 € 817,36 € 1.089,82 €

Bronnen: omzendbrieven van de POD Maatschappelijke Integratie: Wijzigingen met ingang van 1 januari 2005 inzake het recht op maatschappelijke integratie, omzendbriefbrief 2004-12-14; Verhoging van de bedragen van het leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Indexaanpassing op 1 oktober 2006 van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, omzendbrief 2006-10-01; Verhoging van de basisbedragen bedoeld in artikel 14, § 1, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 januari 2008 - verwachte indexaanpassing, omzendbrief 2007-12-18; Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 mei 2008, omzendbrief 2008-04-30; Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 september 2008, omzendbrief 2008-09-01; Verhoging van de basisbedragen bedoeld in artikel 14, § 1 van de Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie - 1 juni 2009, omzendbrief 2009-05-25; Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 september 2010, omzendbrief 2010-09-01; Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijke welzijn behoren, op 1 mei 2001, omzendbrief 2011-05-01; Verhoging van de basisbedragen bedoeld in artikel 14, § 1 van de Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie -1 september 2011; Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 februari 2012; Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 december 2012, Verhoging van de leefloonbedragen vanaf 1 september 2013; De wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Algemene omzendbrief, 17 juni 2015.
 

Een vergelijking met de hoogte van referentiebudgetten (een korf van goederen en diensten noodzakelijk om maatschappelijk te kunnen participeren voor een bepaald type gezin levend in een bepaalde locatie op een bepaald moment), toont aan dat anno 2013 het leefloon niet volstaat om menswaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen.  Het tekort loopt op tot 192 euro per maand voor een alleenstaande met twee jonge kinderen tot 899 euro per maand voor een koppel met twee oudere kinderen. In de periode 2008-2013 is de doeltreffendheid van het leefloon als minimuminkomensbescherming verslechterd voor alleenstaanden, koppels zonder kinderen alsook voor grote gezinnen die huren op de private huurmarkt. (Storms B., Penne T., Vandelannoote D., Van Thielen L. (2015), Is de minimuminkomensbescherming in ons land doeltreffender geworden sinds 2008? Wat leren we uit de geüdatete referentiebudgetten? ).

 

2. Het aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke integratie (RMI)

Sinds oktober 2002 is het recht op maatschappelijke integratie (RMI) van kracht, in de vorm van een uitkering (het leefloon) of tewerkstelling (activering). Het leefloon kwam in de plaats van het bestaansminimum. Met de invoering van het leefloon (in 2003) wijzigden de categorieën en de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het recht op maatschappelijke integratie (bijvoorbeeld vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister komen nu ook in aanmerking voor het leefloon).

Tabel 4d geeft een overzicht van het gemiddeld maandelijks aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke integratie (RMI) voor de periode 2003-2014. Het aantal begunstigden is sinds 2004 sterk toegenomen. Van 2004 tot 2008 bedraagt de groei van het gemiddeld maandelijks aantal beguntsigden op het RMI tussen 1,7 % en 3,5 %. De sterkste toename doet zich voor tijdens de economische en financiële crisis van 2008 (+9,1 % in 2009). In 2011 is er een daling met 1%; het jaar 2012 kent een licht stabilisering van het aantal begunstigden. Sinds 2013 stijgt het aantal begunstigden van het RMI weer en liggen de groeipercentages hoger dan de percentages die werden vastgesteld tijdens de periode die voorafging aan de crisis die in 2008 opstartte. In 2014 is er een groei met 3,9 % en bedraagt het gemiddeld maandelijks aantal begunstigden per maand 113.209. De stijging doet zich vooral voor in de grote gemeenten waarvan het bevolkingsaantal hoger is dan 50.000 inwoners (+ 4,8 %) en in de grootsteden (Antwerpen, Brussel, Charleroi, Gent, Luik): +4,7 %. Van alle gewesten, telt Wallonië de meeste RMI-begunstigden.
 

Tabel 4d: Gemiddeld maandelijks aantal RMI-begunstigden, België en de gewesten, 2003-2014

RMI België Brussel Vlaanderen Wallonië
Gemiddeld maandelijks aantal Groeipercentage Gemiddeld maandelijks aantal Gemiddeld maandelijks aantal Gemiddeld maandelijks aantal
2003 81.442 - 18.565 25.876 37.002
2004 83.936 3,1 % 20.605 25.537 37.794
2005 85.387 1,7 % 21.893 25.198 38.297
2006 88.341 3,5 % 23.085 25.675 39.581
2007 90.003 1,9 % 24.315 25.324 40.364
2008 92.374 2,6 % 25.367 25.620 41.387
2009 100.735 9,1 % 27.423 28.342 44.970
2010 105.659 4,9 % 28.887 29.607 47.165
2011 104.649 -1,0 % 29.093 27.803 47.752
2012 105.294 0,6 % 29.476 26.894 48.924
2013 108.940 3,5 % 30.938 27.720 50.283
2014 113.209 3,9 % 32.404 28.823 51.983

Bron: POD Maatschappelijke Integratie (2015), Statistisch rapport, nr. 11, mei 2015, p. 6-8 en p. 39.

 

3. Het aantal begunstigden van het leefloon

Indien we specifiek het leefloon bekijken binnen het RMI, dan zien we een vergelijkbare evolutie (tabel 4e). In de periode 2003-2008, stijgt het gemiddeld maandelijks aantal leefloners gemiddeld per jaar met 2,3 %. In 2009 bedraagt het groeipercentage 9,8 %, dit vooral door toedoen van de economische en financiële crisis. In 2011 volgt ook een lichte daling van het gemiddeld maandelijks aantal leefloners (-0,8 %).  Deze daling is hoodzakelijk te wijten aan de daling in de vijf grote steden (Antwerpen, Brussel, Charleroi, Gent, Luik) (-3,2 %). Vanaf 2013 is er een opleving van de groei van het aantal leefloners. In 2014 zijn er gemiddeld 102.657 gerechtigden per maand tegenover 98.840 een jaar eerder, of een stijging van 3,9 %. De stijging is het sterkst in de vijf grote steden (+4,9 %).

Tabel 4e: Gemiddeld maandelijks aantal leefloners, België, 2003-2014

Leefloon Gemiddeld maandelijks aantal Groeipercentage
2003 74.098 -
2004 75.583 2,0 %
2005 76.329 1,0 %
2006 78.778 3,2 %
2007 80.486 2,2 %
2008 83.053 3,2 %
2009 91.190 9,8 %
2010 95.619 4,9 %
2011 94.888 -0,8 %
2012 95.517 0,7 %
2013 98.840 3,5 %
2014 102.657 3,9 %

Bron: POD Maatschappelijke Integratie (2015), Statistisch rapport, nr. 11, mei 2015, p. 8-12.


Kijken we naar het profiel van de leefloonpopulatie (tabel 4f), dan blijkt dat in 2014 de leefloontrekkenden hoofdzakelijk vrouwen zijn (53,3 %). Twee leefloontrekkenden op vijf (39,1 %) is alleenstaand en iets meer dan een kwart (27,7 %) heeft een of meer kinderen ten laste. Het aantal leefloners tussen 18 en 25 jaar maakt 31,9 % uit van de totale leefloonpopulatie. Ter vergelijking: het aandeel jongeren tussen 18 en 25 jaar vertegenwoordigt 10,7 % van de Belgische bevolking. Onder hen is een groot aantal studenten. In 2014 vertegenwoordigen de studenten-leefloners 12,8 % van alle begunstigden.
De leefloners in 2014 hebben hoofdzakelijk de Belgische nationaliteit (
74,8 %), 25,2 % is van vreemde origine. Europeanen nemen hiervan 8,6 % voor hun rekening; 16,7 % heeft een niet-Europese nationaliteit.
 

Tabel 4f: Profiel van de ontvangers van het leefloon, België, 2014 (in percentage)

 

België

naar geslacht  

mannen

46,7

vrouwen

53,3
   
naar categorie  

samenwonende persoon

33,2
alleenstaande persoon 39,1
persoon die uitsluitend leeft met een gezin te zijnen laste 27,7
   
naar leeftijd  
18-24 jaar 31,9
25-44 jaar 43,0
45-64 jaar 22,2
65 jaar en ouder 2,9
   
naar nationaliteit  
Belgen 74,8
Buitenlands in EU 8,6
Buitenlands buiten EU 16,7

Bron: POD Maatschappelijke Integratie (2015), Statistisch rapport, nr. 11, mei 2015, p. 13-15.
 

4. Het aantal begunstigden van het recht op maatschappelijke hulp (RMH)

Personen die niet in aanmerking komen voor het recht op maatschappelijke integratie kunnen beroep doen op het recht op maatschappelijke hulp (RMH). Het gaat dan in hoofdzaak om vreemdelingen die niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, onder wie een grote groep kandidaat-vluchtelingen. Het RMH kan verschillende vormen aannemen: financiële steun (bedrag dat equivalent is aan dat van het leefloon), tewerkstelling, medische hulp.
Tabel 4g geeft de evolutie weer van het gemiddeld maandelijks aantal begunstigden op het RMH voor de periode 2003-2014. Met de invoering van het RMI - en de ruimere toekenningsvoorwaarden - werd een daling ingezet in 2003, maar sinds 2009 stijgt het gemiddeld aantal ontvangers echter weer. Vanaf 2012 treedt er weer een daling op. De cijfers voor de eerste drie maanden van 2014 bevestigen de daling van het aantal rechthebbenden op maatschappelijke hulp.  Er waren gemiddeld  33.615 begunstigden per maand. Dit is 13,7 % minder in vergelijking met dezelfde periode in 2013.

Tabel 4g: Gemiddeld maandelijks aantal RMH-begunstigden, België, 2003-2014

RMH Gemiddeld maandelijks aantal Groeipercentage
2003 47.907 -
2004 46.805 -2,3 %
2005 45.289 -3,2 %
2006 41.985 -7,3 %
2007 37.530 -10,6 %
2008 31.889 -15,0 %
2009 32.994 3,5 %
2010 38.316 16,1 %
2011 43.120 12,5 %
2012 42.493 -1,5 %
2013 36.313 -14,5 %
2014* 33.615 -13,7 %

*Eerste drie maanden. Veranderingspercentages t.o.v. dezelfde periode van het voorgaande jaar.
Bron: POD Maatschappelijke Integratie
(2015), Statistisch rapport, nr. 11, mei 2015, p. 19.

 

Laatste aanpassing: 16/07/2015