|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Datum | Cat. 1
samenwonend onder 1 dak |
Cat. 2 persoon met niet-getrouwde minderjarige of meerdere kinderen waarvan minstens 1 niet-getrouwde minderjarige |
Cat. 3 alleenstaande |
Cat. 4 alle anderen die met 1 of meerdere personen samenwonen |
| jan. 1990 | 22.618 BF | 20.356 BF | 16.963 BF | 11.309 BF |
| dec. 1994 | 26.805 BF | 26.805 BF | 20.103 BF | 13.402 BF |
| sept. 2000 | 29.015 BF | 29.015 BF | 21.761 BF | 14.507 BF |
| juni 2001 | 29.595 BF | 29.595 BF | 22.196 BF | 14.797 BF |
| jan.2002 | 762,96 € | 762,96 € | 572,22 € | 381,48 € |
| feb. 2002 | 778,21 € | 778,21 € | 583,66 € | 389,11 € |
Tabel 4b: Evolutie van de maandbedragen van het bestaansminimum per
categorie van rechthebbenden volgens de Bestaansminimumwet, okt. 2002-okt.
2004
| Datum |
Cat. 1
Elke persoon die met één of meerdere personen samenwoont |
Cat. 2
Een alleenstaand persoon |
Cat. 3 Een alleenstaand persoon die onderhoudsuitkeringen verschuldigd is tov zijn kinderen of een alleenstaand persoon die voor de helft van hetzij een ongehuwde minderjarige hetzij meerdere kinderen waaronder een ongehuwde minderjarige te zijner laste heeft |
Cat. 4 Eénoudergezin met kinderlast |
| okt. 2002 | 389,11 € | 583,66 € | 680,94 € | 778,21 € |
| juni 2003 | 396,88 € | 595,32 € | 694,54 € | 793,76 € |
| okt. 2004 | 408,89 € | 613,33 € | 715,55 € | 817,77 € |
Tabel 4c: Maandelijkse leefloonbedragen vanaf 1 jan. 2005
| Datum |
Cat. 1 |
Cat. 2 Een alleenstaand persoon |
Cat. 3 Een persoon die uitsluitend samenwoont met een gezin te zijnen laste |
| jan. 2005 | 408,89 € | 613,33 € | 817,77 € |
| aug. 2005 | 417,07 € | 625,60 € | 834,14 € |
| okt. 2006 | 429,66 € | 644,48 € | 859,31 € |
| april 2007 | 438,25 € | 657,37 € | 876,50 € |
| jan. 2008 | 455,96 € | 683,95 € | 911,93 € |
| mei 2008 | 465,07 € | 697,61 € | 930,14 € |
| sept. 2008 | 474,37 € | 711,56 € | 948,74 € |
bron: POD Maatschappelijke Integratie:
Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking
tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 augustus 2005,
Bestaansminimum en Leefloon reële bedragen,
Verhoging van de
bedragen van het leefloon bedoeld in artikel 14, § 1, van de wet van 26
mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
Indexaanpassing op 1 oktober 2006 van de bedragen die tot de federale
wetgeving met betrekking tot het
maatschappelijk welzijn behoren en
verhoging van de basisbedragen bedoeld in artikel 14, § 1, van de wet van
26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie,
omzendbrief 2007-12-18:
Verhoging van de basisbedragen bedoeld in artikel 14, § 1, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; en
de aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 januari 2008 – verwachte
indexaanpassing, omzendbrief
2008-04-30:
Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking
tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 mei 2008
en omzendbrief 2008-09-01:
Aanpassing van de bedragen die tot de federale wetgeving met betrekking
tot het maatschappelijk welzijn behoren, op 1 september 2008.
Uit deze bedragen blijkt dat het bedrag van het leefloon
voor een alleenstaand persoon, nl.
711,56 €/maand,
lager is dan 60% van
het mediaan inkomen, nl. 860 €/maand voor een alleenstaande (dit is de
armoederisicodrempel op basis van de
EU-SILC-enquête
2006).
In dit verband is het interessant het
minimumloon en de minimumuitkeringen (nl.
minimum invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen,
minimumpensioen en bestaansminimum) te vergelijken met de
armoederisicogrens. Hierbij valt op dat het
niveau van de meeste minimumuitkeringen
en het minimumloon zich beneden de
armoederisicodrempel situeert. In vergelijking
met 2003 is de situatie in 2005 duidelijk verslechterd.
(Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de bedragen die
in 2003 en 2005
van kracht waren.)
Tabel 14d: Netto
minimumloon en minimumuitkeringen
(rustpensioen, werkloosheid, invaliditeitsuitkering, bestaansminimum) in
procent van de amoederisicogrens
(60% van het mediaaninkomen),
België,
2003 (EU-SILC 2004) en 2005
(EU-SILC 2006) (in %)
| minimum pensioen werknemers* | min. invaliditeitsuitkering werknemers** |
minimum
werkloosheidsuitkering *** |
sociale bijstand**** |
minimumloon ***** |
||||||
| 2003 | 2005 | 2003 | 2005 | 2003 | 2005 | 2003 | 2005 | 2003 | 2005 | |
| alleenstaande | 107 | 104 | 100 | 94 | 91 | 86 | 75 | 71 | 131 | 122 |
| koppel | 89 | 86 | 83 | 78 | 72 | 68 | 67 | 63 | 98 | 95 |
| koppel met 2 kinderen | 82 | 78 | 73 | 64 | 69 | 65 | 84 | 86 | ||
| éénoudergezin met 2 kinderen | 105 | 99 | 91 | 80 | 91 | 86 | 106 | 99 | ||
Opmerking: de bedragen voor gezinnen
met kinderen zijn inclusief kinderbijslag
*Pensioen:
alleenstaande man, minimum rustpensioen, jaar van
ingang pensioen=2003, volledige loopbaan
** Invaliditeit: loonniveau=100% van het
gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen, arbeidsduur=100%
*** Werkloosheid:
minimumuitkering,
na 6 maand werkloosheid
****sociale bijstand = leefloon
***** minimumloon: loonniveau=100% van het gewaarborgd gemiddeld minimum
maandinkomen, arbeidsduur=100%
bron: EU-SILC /
STASIM / CSB zoals opgenomen in
NAPincl
2008-2010:
indicatoren
Sinds oktober 2002 is het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI) van kracht, in de vorm van een uitkering (het leefloon) of tewerkstelling (activering). Het leefloon kwam in de plaats van het bestaansminimum (bron: Vranken Jan, De Boyser Katrien & Dierckx Danielle (red.) (2006), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2006, Leuven: Acco, p. 391-397). Met de invoering van het leefloon (in 2003) wijzigden de categorieën en de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het recht op maatschappelijke integratie (bijvoorbeeld vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister komen nu ook in aanmerking voor het leefloon). Hierdoor is het moeilijk om vergelijkingen te maken.
Sinds '75 steeg het aantal bestaansminimumtrekkenden constant. In de jaren '90 liep hun aantal op tot bijna 84.000 gerechtigden in 1998. Sindsdien liep hun aantal terug tot ongeveer 70.000 in 2002. In 2003 waren er - gelet op de gewijzigde voorwaarden en categoriën - 81.228 ontvangers. Vier jaar later zijn dit er 89.990, wat een stijging is van ongeveer 10% sinds 2003. In het Waals Gewest neemt het aantal ontvangers stelselmatig toe. Het aandeel in de nationale cijfers blijkt voor dit gewest wel stabiel: het schommelt rond de 45% van de totale RMI-populatie. In het Vlaams Gewest blijft het aantal ontvangers rond de 25.000 schommelen, maar het aandeel in het totaal voor België daalt gestaag. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vinden we iets meer dan een kwart (26,7%) van de RMI-populatie terug, een stijging met 32% in vergelijking met 2002 (bron: Vranken Jan, Campaert Geert, De Boyser Katrien & Dierckx Danielle (red.) (2008), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008, Leuven: Acco, p. 337).
Tabel 4e: Aantal ontvangers van het RMI, absolute cijfers, percentages en per 1.000 inwoners, België en gewesten, 1999-2007
| België |
Vlaams Gewest |
Waals Gewest | Brussels Hoofdstedelijk Gewest | |||||
| AC | Per 1.000 inwoners | AC | % | AC | % | AC | % | |
| 1999 | 81.325 | 7,9 | 28.148 | 34,6 | 39.196 | 48,2 | 13,981 | 17,2 |
| 2000 | 76.514 | 7,5 | 25.584 | 33,4 | 37.216 | 48,6 | 13.714 | 17,9 |
| 2001 | 69.497 | 6,7 | 22.622 | 32,6 | 33.980 | 48,9 | 12.896 | 18,6 |
| 2002* | 70.150 | 6,8 | 22.297 | 31,8 | 34.452 | 49,1 | 13.401 | 19,1 |
| 2002** | 78.766 | 7,6 | 24.906 | 31,6 | 36.631 | 46,5 | 17.229 | 21,9 |
| 2003 | 81.228 | 7,8 | 25.896 | 31,9 | 36.918 | 45,4 | 18.415 | 22,7 |
| 2004 | 83.639 | 8,0 | 25.474 | 30,5 | 37.691 | 45,1 | 20.475 | 24,5 |
| 2005 | 84.385 | 8,0 | 24.779 | 29,4 | 38.121 | 45,2 | 21.485 | 25,5 |
| 2006 | 87.847 | 8,2 | 25.600 | 29,1 | 39.420 | 44,9 | 22.827 | 26,0 |
| 2007 | 89.990 | 8,5 | 25.555 | 28,4 | 40.369 | 44,9 | 24.066 | 26,7 |
* Regeling bestaansminimum, voor 2002 gemiddelde op basis van de maanden
januari tot en met september
** Regeling leefloon, voor 2002 gemiddelde op basis van de maanden oktober
tot en met december
bron: NIS, POD Maatschappelijke Integratie en berekeningen OASeS zoals
opgenomen in
Vranken Jan, Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p. 337.
Tussen 2006
en 2007 bleef het aantal RMI-ontvangers
in Vlaanderen ongeveer gelijk. Deze status
quo vinden we terug in alle provincies. In Vlaanderen zijn de "top"steden Gent, Antwerpen, Mechelen,
Oostende en Blankenberge.
In het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest kende men de grootste stijging (+5%) met 1.239 personen. De 19
Brusselse gemeenten telden in 2007 23,0
RMI-ontvangers per 1.000 inwoners. In het Waals Gewest bleef het aantal RMI-ontvangers tussen 2006 en 2007
bijna gelijk. De zwaarst belaste steden zijn: Luik,
Verviers, Hoei, Bergen en Namen (bron: Vranken Jan, Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p. 337-339).
Tabel 4f: Aantal
RMI-ontvangers in de
voormalige SIF-plus gemeenten in verhouding tot het totaal aantal
RMI-ontvangers in de provincie en per 1.000 inwoners, Vlaams Gewest en
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2006
en 2007 (absolute cijfers en
percentages)
| Gemeente/stad per provincie | Aantal RMI-ontvangers | Percentage t.o.v. het totaal aantal RMI-ontvangers in de provincie | Aantal RMI-ontvangers per 1.000 inwoners | |||
| 2007 | 2006 | 2007 | 2006 | 2007 | 2006 | |
| Vlaams Gewest | 25.555 | 25.600 | nvt | nvt | 4,2 | 4,2 |
| Provincie Antwerpen: | 8.848 | 8.920 | 100,0 | 100,0 | 5,2 | 5,3 |
| Antwerpen | 5.285 | 5.265 | 59,7 | 59,0 | 11,2 | 11,4 |
| Lier | 116 | 106 | 1,3 | 1,1 | 3,4 | 3,2 |
| Mechelen | 778 | 826 | 8,8 | 9,3 | 9,8 | 10,6 |
| Turnhout | 235 | 236 | 2,7 | 2,6 | 5,9 | 6,1 |
| Willebroek | 157 | 158 | 1,8 | 1,8 | 6,6 | 7,2 |
| Provincie Vlaams-Brabant: | 3.145 | 3.075 | 100,0 | 100,0 | 3,0 | 2,9 |
| Diest | 57 | 61 | 1,8 | 2,0 | 2,5 | 2,8 |
| Leuven | 755 | 755 | 24,0 | 25,0 | 8,1 | 8,4 |
| Tienen | 123 | 130 | 3,9 | 4,2 | 3,8 | 4,2 |
| Vilvoorde | 189 | 181 | 6,0 | 5,9 | 4,9 | 4,9 |
| Provincie Limburg: | 2.009 | 2.040 | 100,0 | 100,0 | 2,4 | 2,5 |
| Genk | 167 | 170 | 8,3 | 8,3 | 2,6 | 2,7 |
| Ham | 21 | 17 | 1,0 | 0,8 | 2,1 | 1,9 |
| Maasmechelen | 138 | 137 | 6,9 | 6,7 | 3,8 | 3,8 |
| Tongeren | 101 | 122 | 5,0 | 6,0 | 3,4 | 4,2 |
| Provincie Oost-Vlaanderen: | 7.575 | 7.452 | 100,0 | 100,0 | 5,4 | 5,4 |
| Aalst | 375 | 378 | 5,0 | 5,0 | 4,8 | 4,9 |
| Dendermonde | 137 | 151 | 1,8 | 2,0 | 3,1 | 3,5 |
| Eeklo | 124 | 118 | 1,6 | 1,6 | 6,3 | 6,2 |
| Gent | 3.855 | 3.740 | 51,0 | 50,2 | 16,2 | 16,1 |
| Geraardsbergen | 129 | 122 | 1,7 | 1,6 | 4,1 | 3,9 |
| Ronse | 192 | 181 | 2,5 | 2,4 | 7,8 | 7,5 |
| Wetteren | 77 | 79 | 1,0 | 1,1 | 3,3 | 3,4 |
| Zelzate | 86 | 100 | 1,1 | 1,3 | 7,0 | 8,3 |
| Provincie West-Vlaanderen: | 3.980 | 4.114 | 100,0 | 100,0 | 3,5 | 3,6 |
| Blankenberge | 173 | 161 | 4,3 | 3,9 | 9,4 | 8,9 |
| Bredene | 48 | 48 | 1,2 | 1,7 | 3,1 | 3,2 |
| Brugge | 509 | 525 | 12,8 | 12,8 | 4,3 | 4,5 |
| De Panne | 43 | 42 | 1,1 | 1,0 | 4,2 | 4,2 |
| Kortrijk | 510 | 529 | 12,8 | 12,9 | 6,9 | 7,2 |
| Menen | 208 | 212 | 5,2 | 5,2 | 6,4 | 6,6 |
| Nieuwpoort | 57 | 59 | 1,4 | 1,4 | 5,2 | 5,9 |
| Oostende | 650 | 685 | 16,3 | 16,7 | 9,4 | 10,1 |
| Spiere-Helkijn | 12 | 14 | 0,3 | 0,3 | 5,9 | 7 |
| Brussels Hoofdstedelijk Gewest: | ||||||
| Brussel (19 gemeenten) | 24.066 | 22.827 | nvt | nvt | 23,0 | 22,4 |
bron: POD Maatschappelijke Integratie en berekeningen
OASeS zoals
opgenomen in
Vranken Jan, Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p. 338.
Tabel 4g: Aantal RMI-ontvangers in een aantal grote steden in verhouding tot het totaal aantal RMI-ontvangers in de provincie en per 1.000 inwoners, Waals Gewest, 2006 en 2007 (absolute cijfers en percentages)
| Gemeente/stad per provincie | Aantal RMI-ontvangers | Percentage t.o.v. het totaal aantal RMI-ontvangers in de provincie | Aantal RMI-ontvangers per 1.000 inwoners | |||
| 2007 | 2006 | 2007 | 2006 | 2007 | 2006 | |
| Waals Gewest | 40.368 | 39.420 | nvt | nvt | 11,7 | 11,6 |
| Provincie Waals Brabant: | 2.010 | 2.067 | 100,0 | 100,0 | 5,4 | 5,7 |
| Nijvel | 178 | 172 | 8,6 | 8,3 | 7,1 | 7,2 |
| Ottignies-Louvain-La-Neuve | 417 | 442 | 20,8 | 21,4 | 13,8 | 15,2 |
| Waver | 164 | 181 | 8,2 | 8,8 | 5,0 | 5,7 |
| Provincie Henegouwen: | 15.338 | 14.642 | 100,0 | 100,0 | 11,8 | 11,4 |
| Bergen | 2.072 | 2.041 | 13,5 | 13,9 | 22,7 | 22,4 |
| Charleroi | 3.778 | 3.424 | 24,6 | 23,4 | 18,5 | 17,0 |
| La Louvière | 1.130 | 1.093 | 7,4 | 7,5 | 14,5 | 14,2 |
| Moeskroen | 583 | 548 | 3,8 | 3,7 | 10,8 | 10,5 |
| Provincie Luik: | 16.334 | 16.038 | 100,0 | 100,0 | 15,5 | 15,4 |
| Herstal | 525 | 487 | 3,2 | 3,0 | 13,9 | 13,2 |
| Hoei | 499 | 527 | 3,1 | 3,3 | 24,6 | 26,4 |
| Luik | 7.084 | 6.932 | 43,4 | 43,2 | 37,3 | 37,1 |
| Seraing | 1.136 | 1.136 | 7,0 | 7,1 | 18,4 | 18,9 |
| Verviers | 1.939 | 1.867 | 12,0 | 11,6 | 35,6 | 35,2 |
| Provincie Luxemburg: | 1.910 | 1.895 | 100,0 | 100,0 | 7,2 | 7,3 |
| Aarlen | 272 | 258 | 14,2 | 13,6 | 10,1 | 9,9 |
| Marche-en-Famenne | 186 | 182 | 9,7 | 9,6 | 10,9 | 11,4 |
| Provincie Namen: | 4.775 | 4.779 | 100,0 | 100,0 | 10,3 | 9,9 |
| Andenne | 261 | 274 | 5,5 | 5,7 | 10,5 | 11,4 |
| Dinant | 188 | 181 | 4,0 | 3,8 | 14,3 | 13,9 |
| Namen | 2.017 | 2.017 | 42,2 | 42,2 | 18,7 | 18,9 |
| Sambreville | 343 | 338 | 7,2 | 7,1 | 12,6 | 13 |
bron: POD Maatschappelijke Integratie en berekeningen OASeS zoals opgenomen in Vranken Jan, Campaert Geert, De Boyser Katrien & Dierckx Danielle (red.) (2008), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008, Leuven: Acco, p. 339.
Indien we specifiek het leefloon
bekijken binnen het RMI, dan zien we een vergelijkbare evolutie. In 2007
ontvingen 80.486
mensen het leefloon, een stijging van bijna 7% ten opzichte van 2006.
De verdeling tussen de verschillende gewesten loopt gelijk aan de
verdeling van het totaal aantal ontvangers van het RMI (bron: Vranken Jan, Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p. 339).
Tabel 4h: Aantal ontvangers van bestaansminimum/leefloon, absolute cijfers, percentages en per 1.000 inwoners, België en gewesten, 1999-2007
| België |
Vlaams Gewest |
Waals Gewest | Brussels Hoofdstedelijk Gewest | |||||
| AC | Per 1.000 inwoners | AC | % | AC | % | AC | % | |
| 1999 | 76.386 | 7,5 | 25.735 | 33,7 | 37.200 | 48,7 | 13.451 | 17,6 |
| 2000 | 71.397 | 7,0 | 23.335 | 32,7 | 34.977 | 49,0 | 13.085 | 18,3 |
| 2001 | 63.949 | 6,2 | 20.453 | 32,0 | 31.382 | 49,1 | 12.114 | 18,9 |
| 2002* | 63.987 | 6,2 | 19.976 | 31,2 | 31.441 | 49,1 | 12.569 | 19,6 |
| 2002** | 72.119 | 7,0 | 22.424 | 31,1 | 33.416 | 46,3 | 16.279 | 22,6 |
| 2003 | 73.950 | 7,1 | 23.193 | 31,4 | 33.397 | 45,2 | 17.360 | 23,5 |
| 2004 | 75.383 | 7,2 | 22.469 | 29,8 | 33.779 | 44,8 | 19.135 | 25,4 |
| 2005 | 74.942 | 7,1 | 21.439 | 28,6 | 33.770 | 45,1 | 19.733 | 26,3 |
| 2006 | 78.812 | 7,4 | 22.459 | 28,5 | 35.389 | 44,9 | 20.964 | 26,6 |
| 2007 | 80.486 | 7,5 | 22.074 | 27,4 | 36.333 | 45,1 | 22.078 | 27,4 |
* Regeling bestaansminimum, voor 2002 gemiddelde op basis van de maanden
januari tot en met september
** Regeling leefloon, voor 2002 gemiddelde op basis van de maanden oktober
tot en met december
bron: NIS, POD Maatschappelijke Integratie en berekeningen OASeS zoals
opgenomen in Vranken Jan,
Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p.340.
Als we de bestaansminimum-/leefloonpopulatie gedetailleerder bekijken, dan blijkt dat de voorbije jaren het overwicht van vrouwen sterker geworden is. In 2007 waren bijna 6 op 10 leefloontrekkenden vrouwen. In de tweede helft van de jaren '90 was de verhouding nog iets evenwichtiger: 55 % vrouwen tegenover 45 % mannen.
Bijna de helft van de leefloongerechtigden is alleenstaand zonder kinderen (46,6%). In de totale Belgische bevolking maken alleenstaanden slechts een derde van de huishoudens uit. Een vierde (26,2%) van de leefloontrekkenden heeft minstens 1 minderjarig ongehuwd kind ten laste. De verdeling van de categorieën van het leefloon over de verschillende gewesten loopt vrij parallel.
Meer dan een vierde (29%) van de leefloontrekkenden is jonger dan 25 jaar. Vooral Wallonië telt een jonge leefloonpopulatie (33%). In Vlaanderen doet een relatief groter aantal personen van 50 jaar of ouder een beroep op het leefloon (31%).
72% van de leefloongerechtigden
heeft de
Belgische nationaliteit, 28%
is van vreemde origine. Europeanen nemen
hiervan 7% voor hun rekening. 19%
heeft een niet-Europese nationaliteit.
Vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het aandeel
niet-Belgische leefloontrekkenden opmerkelijk hoger dan in de andere
gewesten (nl. 37,5% in
vergelijking met 19,4% in Wallonië en 25,7% in Vlaanderen).
Dit komt hoofdzakelijk door het hogere aandeel
niet-EU gerechtigden (bron: Vranken Jan,
Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p.340-341).
Tabel 4i: Profiel van de ontvangers van het leefloon, België en gewesten, 2007 (in %)
|
|
België |
Vlaams Gewest |
Waals Gewest |
Brussels Hoofdstedelijk Gewest |
| naar geslacht | ||||
|
Mannen |
40,4 | 39,0 | 39,9 | 42,8 |
|
Vrouwen |
59,6 | 61,0 | 60,1 | 57,2 |
| naar categorie | ||||
|
1. samenwonende persoon |
27,4 | 26,1 | 28,3 | 27,2 |
| 2. alleenstaande persoon | 46,4 | 47,6 | 46,1 | 45,6 |
| 3. persoon die uitsluitend leeft met een gezin te zijnen laste | 26,2 | 26,3 | 25,6 | 27,2 |
| naar leeftijd | ||||
| jonger dan 25 jaar | 29 | 26 | 33 | 25 |
| 25-39 jaar | 27 | 27 | 25 | 33 |
| 40-49 jaar | 17 | 16 | 18 | 17 |
| 50 jaar en ouder | 26 | 31 | 25 | 25 |
| naar nationaliteit | ||||
| Belgen | 72 | 74,3 | 80,7 | 62,5 |
| niet-Belgen - EU | 6,8 | 5,3 | 7,1 | 7,9 |
| niet-Belgen - niet-EU | 19,3 | 20,4 | 12,3 | 29,6 |
| totaal niet-Belgen | 28,1 | 25,7 | 19,4 | 36,5 |
bron: POD Maatschappelijke Integratie en berekeningen OASeS zoals
opgenomen in Vranken Jan,
Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p.341.
De federale
regering spoort de OCMW's aan om verder te gaan dan het louter uitkeren
van de leeflonen. Ze moeten de steuntrekkers ook zoveel mogelijk
activeren, naar de arbeidsmarkt leiden. In
2007 waren gemiddeld 9.620 RMI-gerechtigden aan het werk via het OCMW.
Dit betekent een stijging van 1,5% in vergelijking met 2006 en een stijging van 9% ten
opzichte van 2005. Zowel in
Vlaanderen als in Brussel
stijgt het
aantal activeringen binnen het RMI licht. Momenteel is ongeveer 10% van alle RMI-ontvangers tewerkgesteld. In 1999
bedroeg dit nog maar 6%. In de overgrote meerderheid van de gevallen gaat
het om een tewerkstelling in het kader van artikel 60§7,
waarlangs het OCMW mensen de mogelijkheid biedt zich terug in te schakelen
in het arbeidsproces en aan de vereisten van de werkloosheidsverzekering
te voldoen (bron: Vranken Jan,
Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p.341).
Tabel 4j: Activeringsmaatregelen in het kader van het Recht op Maatschappelijke Integratie, België en gewesten, 1999-2007 (jaargemiddelde)
| België |
Vlaams Gewest |
Waals Gewest | Brussels Hoofdstedelijk Gewest | |||||
| AC | % totaal RMI | AC | % | AC | % | AC | % | |
| 1999 | 4.959 | 6,1 | 2.428 | 49,0 | 2.002 | 40,4 | 529 | 10,7 |
| 2000 | 5.197 | 6,8 | 2.290 | 44,1 | 2.272 | 43,7 | 635 | 12,2 |
| 2001 | 5.640 | 8,1 | 2.218 | 39,3 | 2.631 | 46,6 | 791 | 14,0 |
| 2002 | 6.354 | 9,1 | 2.390 | 37,6 | 3.090 | 48,6 | 874 | 13,8 |
| 2003 | 7.380 | 9,4 | 2.765 | 37,5 | 3.554 | 48,2 | 1.061 | 14,4 |
| 2004 | 8.365 | 10,3 | 3.072 | 36,7 | 3.948 | 47,2 | 1.345 | 16,1 |
| 2005 | 8.837 | 10,1 | 3.192 | 36,1 | 4.123 | 46,7 | 1.522 | 17,2 |
| 2006 | 9.474 | 10,8 | 3.431 | 36,2 | 4.186 | 44,2 | 1.857 | 19,6 |
| 2007 | 9.620 | 11,0 | 3.527 | 36,6 | 4.101 | 42,6 | 1.992 | 20,7 |
bron: POD Maatschappelijke Integratie en berekeningen OASeS zoals
opgenomen in Vranken Jan,
Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p.342.
Mensen die niet in
aanmerking komen voor het Recht op Maatschappelijke Integratie kunnen
beroep doen op het Recht op Maatschappelijke Hulp (RMH). Het gaat
dan in hoofdzaak om vreemdelingen die niet ingeschreven zijn in het
bevolkingsregister, onder wie een grote groep kandidaat-vluchtelingen.
Het RMH kan verschillende vormen aannemen: financiële
steun (bedrag dat equivalent is aan dat van het leefloon), tewerkstelling, medische hulp.
Het aantal dossiers Maatschappelijke Hulp steeg tussen 1999 en 2002 met 61% tot 51.202
dossiers. Met de invoering van het RMI - en de ruimere
toekenningsvoorwaarden - werd een daling ingezet: sinds 2003 is er een
terugval tot 38.676 dossiers in 2007. Deze daling situeert zich
voornamelijk in het Vlaams Gewest: tussen 2002 en 2007 verminderde het
aantal dossiers Maatschappelijke Hulp met 9.847 (-36,5%).
Het Vlaams Gewest blijft met 44,2% wel verantwoordelijk voor bijna de helft van het totaal
aantal ontvangers van het RMH. Het aandeel van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest (30%) neemt de laatste jaren onafgebroken
toe. In het
Waals Gewest lijkt een daling
ingezet (bron: Vranken Jan,
Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p.342-343).
Tabel 4k: Aantal ontvangers van het Recht op Maatschappelijke Hulp, absolute cijfers, percentages en per 1.000 inwoners, België en gewesten, 1999-2007
| België |
Vlaams Gewest |
Waals Gewest | Brussels Hoofdstedelijk Gewest | |||||
| AC | Per 1.000 inwoners | AC | % | AC | % | AC | % | |
| 1999 | 31.862 | 3,1 | 17.129 | 53,8 | 8.197 | 25,7 | 6.536 | 20,5 |
| 2000 | 43.253 | 4,2 | 24.528 | 56,7 | 11.542 | 26,7 | 7.183 | 16,6 |
| 2001 | 50.872 | 4,9 | 28.698 | 56,4 | 13.717 | 27,0 | 8.458 | 16,6 |
| 2002 | 51.202 | 4,9 | 26.942 | 52,6 | 13.580 | 26,5 | 10.680 | 20,9 |
| 2003 | 47.317 | 4,6 | 24.373 | 51,5 | 12.804 | 27,1 | 10.140 | 21,4 |
| 2004 | 45.896 | 4,4 | 22.631 | 49,3 | 12.998 | 28,3 | 10.267 | 22,4 |
| 2005 | 41.099 | 3,9 | 19.787 | 48,1 | 12.436 | 30,3 | 8.876 | 21,6 |
| 2006 | 38.654 | 3,6 | 17.919 | 46,4 | 10.869 | 28,1 | 9.866 | 25,5 |
| 2007 | 38.676 | 3,6 | 17.095 | 44,2 | 9.968 | 25,8 | 11.613 | 30,0 |
bron:
NIS, POD Maatschappelijke Integratie en berekeningen OASeS zoals opgenomen
in Vranken Jan,
Campaert Geert,
De Boyser Katrien & Dierckx
Danielle (red.) (2008),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2008,
Leuven: Acco, p.343.
Laatste aanpassing: 20/01/09