|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| leeftijd | bruto maandbedrag |
| vanaf 21 jaar | 1.443,54 |
| vanaf 21,5 jaar + 6 maanden anci๋nniteit | 1.481,86 |
| vanaf 22 jaar + 12 maanden anci๋nniteit | 1.498,87 |
bron: Nationale Arbeidsraad: Cao bedragen
In 1991 hebben de sociale partners beslist om het minimumloon uit te
breiden tot werknemers jonger dan 21 jaar. Voor deze werknemers
vertegenwoordigt het minimumloon slechts een percentage van het nationale
of sectorale minimumloon, vari๋rend tussen 70% voor de werknemers van 16
jaar of jonger en 94% voor de werknemers die 20 jaar oud zijn.
Tabel 15b: Gewaarborgd
gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) in functie van de leeftijd
| Leeftijd | % van het GGMMI | bruto maandbedrag |
| 20 jaar | 94% | 1.356,93 |
| 19 jaar | 88% | 1.270,32 |
| 18 jaar | 82% | 1.183,70 |
| 17 jaar | 76% | 1.097,09 |
| 16 jaar | 70% | 1.010,48 |
bron:
alles over mijn loon
Om het nettobedrag te kennen moet een bepaalde formule worden toegepast:
| Brutosalaris (verkregen in het kader van een arbeidsovereenkomst) | |
|
- |
Sociale bijdragen van de werknemer (13,07 % van het brutosalaris voor de arbeiders van de priv้-sector) |
| = | Belastbaar brutosalaris |
| - | Bedrijfsvoorheffing |
| = | Nettosalaris |
bron: FOD Financi๋n: Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit
Meer info: Nationale Arbeidsraad
Minimum
werkloosheidsuitkering:
|
|
Werkloosheidsuitkeringen |
Tabel 15c: Brutobedragen werkloosheidsuitkeringen zonder anci๋nniteitstoeslag van kracht op 1 september 2011
dag
maand
MIN
MAX
MIN
MAX
Samenwonende met gezinslast
-1ste tot 6de maand
41,13
53,64
1.069,38
1.394,64
-7de tot 12de maand
41,13
49,99
1.069,38
1.299,74
-vanaf 13de maand
41,13
46,71
1.069,38
1.214,46
Alleenwonende
-1ste tot 6de maand
34,55
53,64
898,30
1.394,64
-7de tot 12de maand
34,55
49,99
898,30
1.299,74
-vanaf 13de maand
34,55
41,89
898,30
1.089,14
Samenwonende
-1ste tot 6de maand
25,90
53,64
673,40
1.394,64
-7de tot 12de maand
25,90
49,99
673,40
1.299,74
-vanaf 13de maand
25,90
31,14
673,40
809,64
-forfaitperiode (eventueel)
*'gewoon'
18,25
474,50
*'bevoorrecht' (1)
23,96
622,96
(1) bevoorrecht samenwonende=de werkloze+partner ontvangen uitsluitend uitkeringen en het dagbedrag van de uitkering van de partner overschrijdt 31,14 euro niet.
bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
Tabel 15d: Brutobedragen werkloosheidsuitkeringen met anci๋nniteitstoeslag van kracht op 1 september 2011
dag
maand
MIN
MAX
MIN
MAX
Samenwonende met gezinslast
43,11
51,20
1.120,86
1.331,20
Alleenwonende
-van 50 tot en met 54 jaar
36,07
43,44
937,82
1.129,44
-van 55 tot en met 64 jaar
39,63
46,71
1.030,38
1.214,46
Samenwonende
-van 50 tot en met 54 jaar
29,30
35,04
761,80
911,04
-van 55 tot en met 57 jaar
32,64
38,93
848,64
1.012,18
-van 58 tot en met 64 jaar
35,88
42,82
932,88
1.113,32
-forfaitperiode (eventueel)
*'gewoon'
21,85
568,10
*'bevoorrecht' (1)
27,56
716,56
(1) bevoorrecht samenwonende=de werkloze+partner ontvangen uitsluitend uitkeringen en het dagbedrag van de uitkering van de partner overschrijdt 31,14 euro niet.
bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
|
|
Wachtuitkeringen |
De jongeren die toegelaten worden tot de werkloosheid op basis van hun studies of een leertijd, ontvangen, na een wachttijd, forfaitaire wachtuitkeringen waarvan de bedragen vari๋ren naargelang hun leeftijd en gezinstoestand (bron: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg).
Tabel 15e: Brutobedragen wachtuitkeringen geldig vanaf 1 september 2011
dag
maand
Samenwonende met gezinslast
40,08
1.042,08
Alleenwonende
-ouder dan 21 jaar
29,64
770,64
-van 18 tot en met 20 jaar
17,89
465,14
-jonger dan 18 jaar
11,39
296,14
Samenwonende
-'gewoon'
*vanaf 18 jaar
15,42
400,92
*jonger dan 18 jaar
9,66
251,16
-'bevoorrecht' (1)
*vanaf 18 jaar
16,44
427,44
*jonger dan 18 jaar
10,23
265,98
(1) bevoorrecht samenwonende=de werkloze+partner ontvangen uitsluitend uitkeringen.
bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
Meer info: Rijksdienst voor
Arbeidsbemiddeling
Sinds oktober 2002 is het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI) van kracht, in de vorm van een uitkering (het leefloon) of tewerkstelling (activering). Het leefloon kwam in de plaats van het bestaansminimum.
Tabel 15f: Nettobedragen leefloon
van kracht op 1
september 2011
|
per maand |
per jaar |
|
|
Cat. 1 Samenwonende persoon |
513,46 | 6.161,46 |
|
Cat. 2 Alleenstaande persoon |
770,18 | 9.242,20 |
|
Cat. 3 Persoon die samenwoont met een gezin te zijnen laste |
1.026,91 | 12.322,93 |
bron: POD Maatschappelijke Integratie:
Verhoging van de basisbedragen bedoeld in artikel 14, ง 1 van de Wet van
26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie - 1
september 2011
Meer info: POD
Maatschappelijke Integratie
Het bedrag van het rustpensioen voor een volledige
loopbaan mag niet lager zijn dan een bepaald minimum.
Werknemers:
Tabel 15g: Brutobedragen gewaarborgd minimumpensioen van werknemers voor een volledige loopbaan vanaf 1 september 2011
| per maand | per jaar | |
| Rustpensioen* gezinsbedrag | 1.332,50 | 15.989,96 |
| Rustpensioen* bedrag alleenstaande | 1.066,33 | 12.796,00 |
| Overlevingspensioen** | 1.049,57 | 12.594,81 |
* Rustpensioen: pensioen dat wordt
toegekend op basis van een persoonlijke beroepsloopbaan als werknemer,
zelfstandige of personeelslid van de openbare sector
** Overlevingspensioen: een uitkering die u ontvangt voor een vroegere
arbeidsperiode van uw overleden echtgeno(o)t(e)
bron:
Rijksdienst voor pensioenen
Zelfstandigen:
Tabel 15h: Brutobedragen gewaarborgd minimumpensioen voor zelfstandigen bij volledige loopbaan vanaf 1 september 2011
| per maand | per jaar | |
| gezinspensioen | 1.310,30 | 15.723,55 |
| pensioen alleenstaande of overlevingspensioen | 1.007,10 | 12.085,25 |
bron:
RSVZ
Meer informatie:
|
|
Rijksdienst voor pensioenen : specifieke uitkeringen en veelgestelde vragen |
|
|
Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) : pensioenen |
Inkomensgarantie
voor ouderen (IGO)
Het
IGO vervangt sinds 1 juni
2001 het Gewaarborgd Inkomen voor Bejaarden (GIB). Het is een
bijstandsregeling die de overheid verstrekt aan ouderen
die de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikt hebben en die door
omstandigheden geen of geen voldoende loopbaan hebben kunnen opbouwen.
Tabel 15i: Brutobedragen inkomensgarantie voor ouderen vanaf 1 september 2011
| per maand | per jaar | |
| gehuwde of samenwonende | 635,53 | 7.626,37 |
| alleenstaande | 953,30 | 11.439,56 |
bron: Rijksdienst voor pensioenen
Meer info:
Rijksdienst voor pensioenen:
IGO
Ziekte- en
invaliditeitsverzekering
Indien de periode van arbeidsongeschiktheid minder dan
1 jaar duurt, spreken we van primaire ongeschiktheid.
Indien arbeidsongeschiktheid voortduurt na de
periode van primaire ongeschiktheid, dus langer dan 1 jaar, spreken we van
invaliditeit (bron:
RIZIV).
Werknemers:
De uitkeringen worden begrensd door
maximum- en minimumbedragen.
De bedragen hangen af
van het tijdsstip waarop iemand arbeidsongeschikt is geworden.
Ter illustratie geven we de bedragen die gelden voor een persoon die
recent arbeidsongeschikt is geworden.
De gedetailleerde tabellen met bedragen
vindt u hier.
Tabel 15j: Maximum- en
minimum brutobedragen uitkeringen
arbeidsongeschiktheid en invaliditeit
voor werknemers volgens
periode van arbeidsongeschiktheid
van kracht op 1
september 2011
|
Primaire arbeidsongeschiktheid |
|||
| Maximum | |||
| Gerechtigden | Met gezinslast | Zonder gezinslast | |
| Alleenstaanden | Samenwonenden | ||
| Arbeidsongeschiktheid vanaf 01/01/2011 | 74,40 /dag | 74,40 /dag | 74,40 /dag |
| 1.934,40 /maand | 1.934,40 /maand | 1.934,40 /maand | |
| 23.212,80 /jaar | 23.212,80 /jaar | 23.212,80 /jaar | |
| Minimum (vanaf de 1ste dag van de 7e maand van de arbeidsongeschiktheid) | |||
| Gerechtigden | Met gezinslast | Zonder gezinslast | |
| Alleenstaanden | Samenwonenden | ||
| regelmatig werknemer | 51,25 /dag | 41,01 /dag | 35,17 /dag |
| 1.332,50 /maand | 1.066,25 /maand | 914,42 /maand | |
| 15.990,00 /jaar | 12.795,12 /jaar | 10.973,04 /jaar | |
| niet-regelmatig werknemer | 39,50 /dag |
29,62 /dag |
|
| 1.027,00 /maand | 770,12 /maand | ||
| 12.324,00 /jaar | 9.241,44 /jaar | ||
| Invaliditeit* | |||
| Maximum | |||
| Gerechtigden | Met gezinslast | Alleenstaanden | Samenwonenden |
|
|
80,04 /dag | 67,73 /dag | 49,26 /dag |
| 2.081,04 /maand | 1.760,98 /maand | 1.280,76 /maand | |
| 24.972,48 /jaar | 21.131,76 /jaar | 15.369,12 /jaar | |
|
invalide vanaf 01/01/2011
|
80,60 /dag | 68,20 /dag | 49,60 /dag |
| 2.095,60 /maand | 1.773,20 /maand | 1.289,60 /maand | |
| 25.147,20 /jaar | 21.278,40 /jaar | 15.475,20 /jaar | |
| Minimum | |||
| Gerechtigden | Met gezinslast | Zonder gezinslast | |
| Alleenstaanden | Samenwonenden | ||
| regelmatig werknemer | 51,25 /dag | 41,01 /dag | 35,17 /dag |
| 1.332,50 /maand | 1.066,25 /maand | 914,42 /maand | |
| 15.990,00 /jaar | 12.795,12 /jaar | 10.973,04 /jaar | |
| niet-regelmatig werknemer | 39,50 /dag |
29,62 /dag |
|
| 1.027,00 /maand | 770,12 /maand | ||
| 12.324,00 /jaar | 9.241,44 /jaar | ||
*Bedragen voor de invaliden die arbeidsongeschikt geworden zijn vanaf
01/01/2008
opmerking: maand = dag x 26; jaar =
dag x 312
bron:
RIZIV
Zelfstandigen:
Tabel 15k: Brutobedragen uitkeringen arbeidsongeschiktheid en
invaliditeit
van kracht op 1
september 2011
|
Primaire arbeidsongeschiktheid |
|||
| Gerechtigde | Met gezinslast | Alleenstaande | Samenwonende |
| 50,40 /dag | 38,73 /dag | 31,45 /dag | |
| 1.310,40 /maand | 1.006,98 /maand | 817,70 /maand | |
| 15.724,80/jaar | 12.083,76 /jaar | 9.812,40 /jaar | |
|
Invaliditeit |
|||
| Gerechtigde | Met gezinslast | Alleenstaande | Samenwonende |
| Zonder stopzetting van zijn bedrijf | 50,40 /dag | 38,73 /dag | 31,45 /dag |
| 1.310,40 /maand | 1.006,98 /maand | 817,70 /maand | |
| 15.724,80 /jaar | 12.083,76 /jaar | 9.812,40 /jaar | |
| Met stopzetting van zijn bedrijf | 51,25 /dag | 41,01 /dag | 35,17 /dag |
| 1.332,50 /maand | 1.066,26 /maand | 914,42 /maand | |
| 15.990,00 /jaar | 12.795,12 /jaar | 10.973,04 /jaar | |
opmerking: maand = dag x 26; jaar =
dag x 312
bron:
RIZIV
Inhaalpremie voor langdurig
invaliden
Vanaf de maand mei van het jaar 2011 zal er in de maand mei van het jaar N
een inhaalpremie betaald worden aan de invaliden waarvan de duur van
ongeschiktheid minstens 1 jaar bereikt heeft op 31 december van het
voorgaande jaar (N-1).
Het bedrag van deze premie is gelijk aan:
Mei 2011: 200,00
Meer info: RIZIV: uitkeringen
Tegemoetkomingen aan personen met
een handicap:
Deze tegemoetkomingen bestaan uit: inkomensvervangende
tegemoetkoming, integratietegemoetkoming en tegemoetkoming voor hulp aan
bejaarden. Ze kunnen
gelijktijdig of afzonderlijk toegekend worden.
Aangezien enkel de inkomensvervangende tegemoetkoming het loon vervangt, wordt
deze
besproken. Informatie over de integratietegemoetkoming en de
tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden vindt u op de
website van de
Directie-generaal
Personen met een handicap.
|
|
Inkomensvervangende tegemoetkoming
*
Behoren tot categorie C: de persoon met een handicap die: |
Meer info:
Directie-generaal
Personen met een handicap
Aangezien armoede niet
้้nduidig kan gedefinieerd
worden, is het niet mogelijk om ้้n geldige en exacte armoedegrens te bepalen. Elke grens is
uiteraard een conventie. De standaarddefinitie die gebruikt wordt door de
Europese Commissie is gerelateerd aan de
verdeling van de inkomsten en is vastgelegd op 60% van
het
mediaan nationaal
equivalent inkomen. Mensen met een inkomen
dat zich beneden deze inkomensgrens situeert, worden geconfronteerd
met een armoederisico (bron:
FOD
Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie).
De bedragen die vermeld zijn, zijn telkens nettobedragen.
Tabel 15m geeft een overzicht van de armoederisicopercentages gemeten met verschillende grenzen.
Tabel 15m: Spreiding rond de armoederisicogrens (armoederisicopercentage
gemeten met verschillende
grenzen- % van het mediaan nationaal equivalent inkomen), Belgi๋, 2010 (inkomen 2009).
| 40% | 50% | 60% | 70% | |
| Belgi๋ | 4,1 % | 7,9 % | 14,6 % | 23,8 % |
bron: Eurostat
Het beschikbaar inkomen op individueel niveau wordt afgeleid van
het beschikbaar gezinsinkomen dat daartoe
gecorrigeerd wordt voor de grootte van het gezin. De mediaan
wordt berekend omdat deze in tegenstelling tot het gemiddelde niet
be๏nvloed wordt door extreme waarden, dus door
uitzonderlijk hoge of lage inkomens.
De cijfers die op nationaal en Europees niveau gebruikt
worden om armoede en sociale uitsluiting in kaart te brengen, zijn
afkomstig van de
EU-SILC enqu๊te
("European Union Statistics on Income and
Living Conditions" of
"Statistiek naar Inkomens en Levensomstandigheden").
Voor de Belgische EU-SILC gegevens bedroeg het mediane
beschikbaar inkomen op individueel niveau in 2010
19.464 netto
per jaar.
De armoededrempel is vervolgens gemakkelijk te berekenen: 60% van die
19.464 netto
per jaar, maakt
11.678
netto per jaar of 973
netto
per maand. Alleenstaanden waarvan het inkomen
lager ligt
dan dit bedrag, hebben een verhoogd armoederisico (bron: FOD
Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie:
EU-SILC 2010)
Tabel 15n: Absolute waarde van de
armoederisicogrenzen op basis van EU-SILC 2010 (inkomens 2009); nettobedragen
| per maand | per jaar | |
| alleenstaande | 973 | 11.678 |
| huishouden bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen | 2.044 | 24.524 |
bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2010
In dit verband is het interessant het
minimumloon en de minimumuitkeringen (nl.
minimum invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen,
minimumpensioen en bestaansminimum) te vergelijken met de
armoederisicogrens. Voor de periode 2004-2009: zie de figuren 4a en 4b in 'Hoeveel
bedraagt het leefloon en hoeveel mensen moeten ermee rondkomen?'. Hierbij valt op dat het
niveau van de sociale bijstandsuitkeringen en
de minimale sociale zekerheidsuitkeringen rond (minimale
invaliditeitsuitkering, pensioen) of onder de armoederisicogrens ligt
(bron: FOD Sociale Zekerheid (2009),
Indicatoren van sociale bescherming in Belgi๋, p. 17).
Laatste aanpassing: 07/12/11