|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| leeftijd | bruto maandbedrag |
| vanaf 21 jaar | 1.387,49 € |
| vanaf 21,5 jaar + 6 maanden anciënniteit | 1.424,31 € |
| vanaf 22 jaar + 12 maanden anciënniteit | 1.440,67 € |
bron: Nationale Arbeidsraad: Cao bedragen
In 1991 hebben de sociale partners beslist om het minimumloon uit te
breiden tot werknemers jonger dan 21 jaar. Voor deze werknemers
vertegenwoordigt het minimumloon slechts een percentage van het nationale
of sectorale minimumloon, variërend tussen 70% voor de werknemers van 16
jaar of jonger en 94% voor de werknemers die 20 jaar oud zijn.
Elk jaar komt er 6%
bij.
Tabel 15b: Gewaarborgd
gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) in functie van de leeftijd
| Leeftijd | % van het GGMMI | bruto maandbedrag |
| 20 jaar | 94% | 1.304,24 € |
| 19 jaar | 88% | 1.220,99 € |
| 18 jaar | 82% | 1.137,74 € |
| 17 jaar | 76% | 1.054,50 € |
| 16 jaar | 70% | 971,24 € |
bron:
vacature
Om het nettobedrag te kennen moet een bepaalde formule worden toegepast:
| Brutosalaris (verkregen in het kader van een arbeidsovereenkomst) | |
|
- |
Sociale bijdragen van de werknemer (13,07 % van het brutosalaris voor de arbeiders van de privé-sector) |
| = | Belastbaar brutosalaris |
| - | Bedrijfsvoorheffing |
| = | Nettosalaris |
bron: FOD Financiën: Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit
Meer info: Nationale Arbeidsraad
Minimum
werkloosheidsuitkering:
|
|
Werkloosheidsuitkeringen |
Tabel 15c: Werkloosheidsuitkeringen zonder anciënniteitstoeslag van kracht op 1 mei 2009
bron: Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling
Tabel 15d: Werkloosheidsuitkeringen met anciënniteitstoeslag van kracht op 1 mei 2009
bron: Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling
|
|
Wachtuitkeringen |
De jongeren die toegelaten worden tot de werkloosheid op basis van hun studies of een leertijd, ontvangen, na een wachttijd, forfaitaire wachtuitkeringen waarvan de bedragen variëren naargelang hun leeftijd en gezinstoestand (bron: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg).
Tabel 15e: Wachtuitkeringen geldig vanaf 1 mei 2009
Meer info: Rijksdienst voor
Arbeidsbemiddeling
Sinds oktober 2002 is het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI) van kracht, in de vorm van een uitkering (het leefloon) of tewerkstelling (activering). Het leefloon kwam in de plaats van het bestaansminimum.
Tabel 15f: Leefloonbedragen
van kracht op 1
juni 2009
|
per maand |
per jaar |
|
|
Cat. 1 Elke persoon die met één of meerdere personen samenwoont |
483,86 € | 5.806,30 € |
|
Cat. 2 Een alleenstaand persoon |
725,79 € | 8.709,45 € |
|
Cat. 3 Een persoon die uitsluitend samenwoont met een gezin te zijnen laste |
967,72 € | 11.612,61 € |
bron: POD Maatschappelijke Integratie: Omzendbrief 2009-05-25:
Aanpassing van de basisbedragen van het leefloon vanaf 1 juni 2009
Meer info:
POD Maatschappelijke Integratie: leefloon
Het bedrag van het rustpensioen voor een volledige
loopbaan mag niet lager zijn dan een bepaald minimum.
Werknemers:
Tabel 15g: Gewaarborgd minimumpensioen van werknemers voor een volledige loopbaan vanaf 1 juni 2009
| per maand | per jaar | |
| Rustpensioen* gezinsbedrag | 1.255,69 € | 15.068,27 € |
| Rustpensioen* bedrag alleenstaande | 1004,87 € | 12.058,41 € |
| Overlevingspensioen** | 989,07 € | 11.868,82 € |
* Rustpensioen: pensioen dat wordt
toegekend op basis van een persoonlijke beroepsloopbaan als werknemer,
zelfstandige of personeelslid van de openbare sector (bron:
Rijksdienst voor pensioenen)
** Overlevingspensioen: een uitkering die u ontvangt voor een vroegere
arbeidsperiode van uw overleden echtgeno(o)t(e) (bron:
FOD Sociale Zekerheid)
bron:
Rijksdienst voor pensioenen
Zelfstandigen:
Tabel 15h: Gewaarborgd minimumpensioen voor zelfstandigen bij volledige loopbaan vanaf 1 augustus 2009
| per maand | per jaar | |
| gezinspensioen | 1.213,44 € | 14.561,24 € |
| pensioen alleenstaande of overlevingspensioen | 920,62 € | 11.047,46 € |
bron:
RSVZ
Meer informatie:
|
|
Rijksdienst voor pensioenen : specifieke uitkeringen en veelgestelde vragen |
|
|
Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) : pensioenen |
Inkomensgarantie
voor ouderen (IGO)
Het
IGO vervangt sinds 1 juni
2001 het Gewaarborgd Inkomen voor Bejaarden (GIB). Het is een
bijstandsregeling die de overheid verstrekt aan ouderen
die de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikt hebben en die door
omstandigheden geen of geen voldoende loopbaan hebben kunnen opbouwen.
Tabel 15i: Basisbedragen inkomensgarantie voor ouderen vanaf 1 juni 2009
| per maand | per jaar | |
| gehuwde of samenwonende | 595,33 € | 7.143,91 € |
| alleenstaande | 892,99 € | 10.715,87 € |
bron: Rijksdienst voor pensioenen
Meer info:
Rijksdienst voor pensioenen:
IGO
Ziekte- en
invaliditeitsverzekering
Indien de periode van arbeidsongeschiktheid minder dan
1 jaar duurt, spreken we van primaire ongeschiktheid.
Indien arbeidsongeschiktheid voortduurt na de
periode van primaire ongeschiktheid, dus langer dan 1 jaar, spreken we van
invaliditeit (bron:
RIZIV).
Werknemers:
De uitkeringen worden begrensd door
maximum- en minimumbedragen.
De bedragen hangen af
van het tijdsstip waarop iemand arbeidsongeschikt is geworden.
Ter illustratie geven we de bedragen die gelden voor een persoon die
recent arbeidsongeschikt is geworden.
De gedetailleerde tabellen met bedragen
vindt u hier.
Tabel 15j: Maximum- en
minimumbedragen uitkeringen
arbeidsongeschiktheid en invaliditeit
voor werknemers volgens
periode van arbeidsongeschiktheid
van kracht op 1
september 2009
|
Primaire arbeidsongeschiktheid |
|||
| Maximum | |||
| Gerechtigden | Met gezinslast | Zonder gezinslast | |
| Alleenstaanden | Samenwonenden | ||
| Arbeidsongeschiktheid vanaf 1/1/2009 | 71,02 €/dag | 71,02 €/dag | 71,02 €/dag |
| 1.846,52 €/maand | 1.846,52 €/maand | 1.846,52 €/maand | |
| 22.158,24 €/jaar | 22.158,24 €/jaar | 22.158,24 €/jaar | |
| Minimum (vanaf de 1ste dag van de 7e maand van de arbeidsongeschiktheid) | |||
| Gerechtigden | Met gezinslast | Zonder gezinslast | |
| Alleenstaanden | Samenwonenden | ||
| regelmatig werknemer | 48,30 €/dag | 38,65 €/dag | 32,49 €/dag |
| 1.255,80 €/maand | 1004,90 €/maand | 844,74 €/maand | |
| 15.069,60 €/jaar | 12.058,80 €/jaar | 10.136,88 €/jaar | |
| niet-regelmatig werknemer | 37,22 €/dag |
27,91 €/dag |
|
| 967,72 €/maand | 725,66 €/maand | ||
| 11.612,64 €/jaar | 8.707,92 €/jaar | ||
| Invaliditeit* | |||
| Maximum | |||
| Gerechtigden Invalide vanaf 1/01/2009 |
Met gezinslast | Alleenstaanden | Samenwonenden |
|
|
77,55 €/dag | 65,62 €/dag | 47,73 €/dag |
| 2.016,30 €/maand | 1.706,12 €/maand | 1.240,98 €/maand | |
| 24.195,60 €/jaar | 20.473,44 €/jaar | 14.891,76 €/jaar | |
|
arbeidsongeschikt vanaf 1/01/2008
|
76,94 €/dag | 65,10 €/dag | 47,35 €/dag |
| 2.000,44 €/maand | 1.692,60 €/maand | 1.231,10 €/maand | |
| 24.005,28 €/jaar | 20.311,20 €/jaar | 14.773,20 €/jaar | |
| Minimum | |||
| Gerechtigden | Met gezinslast | Zonder gezinslast | |
| Alleenstaanden | Samenwonenden | ||
| regelmatig werknemer | 48,30 €/dag | 38,65 €/dag | 32,49 €/dag |
| 1.255,80 €/maand | 1004,90 €/maand | 844,74 €/maand | |
| 15.069,60 €/jaar | 12.058,80 €/jaar | 10.136,88 €/jaar | |
| niet-regelmatig werknemer | 37,22 €/dag |
27,91 €/dag |
|
| 967,72 €/maand | 725,66 €/maand | ||
| 11.612,64 €/jaar | 8.707,92 €/jaar | ||
opmerking: maand = dag x 26; jaar =
dag x 312
*Bedragen voor de invaliden die arbeidsongeschikt geworden zijn vanaf
01/01/2003
**Deze categorie omvat de gerechtigden die arbeidsongeschikt werden voor
01/01/2008 en die pas na 31/12/2008 in invaliditeit treden omwille van een
schorsing van de primaire periode wegens zwangerschapsverlof.
bron:
RIZIV
Zelfstandigen:
Tabel 15k: Bedragen uitkeringen arbeidsongeschiktheid en
invaliditeit
van kracht op 1
september 2009
|
Primaire arbeidsongeschiktheid |
|||
| Gerechtigde | Met gezinslast | Alleenstaande | Samenwonende |
| 46,67 €/dag | 35,41 €/dag | 29,64 €/dag | |
| 1.213,42 €/maand | 920,66 €/maand | 770,64 €/maand | |
| 14.561,04€/jaar | 11.047,92 €/jaar | 9247,68 €/jaar | |
|
Invaliditeit |
|||
| Gerechtigde | Met gezinslast | Alleenstaande | Samenwonende |
| Zonder stopzetting van zijn bedrijf | 46,67 €/dag | 35,41 €/dag | 29,64 €/dag |
| 1.213,42 €/maand | 920,66 €/maand | 770,64 €/maand | |
| 14.561,04 €/jaar | 11.047,92 €/jaar | 9.247,68 €/jaar | |
| Met stopzetting van zijn bedrijf | 48,30 €/dag | 38,65 €/dag | 32,49 €/dag |
| 1.255,80 €/maand | 1004,90 €/maand | 844,74 €/maand | |
| 15.069,60 €/jaar | 12.058,80 €/jaar | 10.136,88 €/jaar | |
opmerking: maand = dag x 26; jaar =
dag x 312
bron:
RIZIV
Meer info:
RIZIV:
uitkeringsbedragen vanaf 1 september 2009
Tegemoetkomingen aan personen met
een handicap:
Deze tegemoetkomingen bestaan uit: inkomensvervangende
tegemoetkoming, integratietegemoetkoming en tegemoetkoming voor hulp aan
bejaarden. Ze kunnen
gelijktijdig of afzonderlijk toegekend worden.
Aangezien enkel de inkomensvervangende tegemoetkoming het loon vervangt, wordt
deze
besproken. Informatie over de integratietegemoetkoming en de
tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden vindt u op de
website van de
Directie-generaal
Personen met een handicap.
|
|
Inkomensvervangende tegemoetkoming
*
Behoren tot categorie C: de persoon met een handicap die: |
Meer info:
Directie-generaal
Personen met een handicap
Aangezien armoede niet
éénduidig kan gedefinieerd
worden, is het niet mogelijk om één geldige en exacte armoedegrens te bepalen. Elke grens is
uiteraard een conventie. De standaarddefinitie die gebruikt wordt door de
Europese Commissie is gerelateerd aan de
verdeling van de inkomsten en is vastgelegd op 60% van
het
mediaan nationaal
equivalent inkomen. Mensen met een inkomen
dat zich beneden deze inkomensgrens situeert, worden geconfronteerd
met een armoederisico (bron: FOD
Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (2006),
Persbericht EU-SILC 2004 en
Nationaal Actieplan Sociale Insluiting 2001-2003).
Tabel 15m geeft een overzicht van de armoederisicopercentages gemeten met verschillende grenzen.
Tabel 15m: Spreiding rond de armoederisicogrens (armoederisicopercentage
gemeten met verschillende grenzen- % van het mediaan nationaal equivalent inkomen), België, 2007 (inkomen 2006).
| 40% | 50% | 60% | 70% | |
| België | 3,7 % | 8 % | 15,2 % | 23,4 % |
bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2007
Het beschikbaar inkomen op individueel niveau wordt afgeleid van
het beschikbaar gezinsinkomen dat daartoe
gecorrigeerd wordt voor de grootte van het gezin. De mediaan
wordt berekend omdat deze in tegenstelling tot het gemiddelde niet
beïnvloed wordt door extreme waarden, dus door
uitzonderlijk hoge of lage inkomens.
De cijfers die op nationaal en Europees niveau gebruikt
worden om armoede en sociale uitsluiting in kaart te brengen, zijn
afkomstig van de
EU-SILC enquête
("European Union – Statistics on Income and
Living Conditions" of
"Statistiek naar Inkomens en Levensomstandigheden").
Voor de Belgische EU-SILC gegevens bedroeg het mediane
beschikbaar inkomen ‘per hoofd’ (en dus
gecorrigeerd voor de gezinsgrootte) in 2007
17.563 €
per jaar of 1.463,58 € per maand.
De armoededrempel is vervolgens gemakkelijk te berekenen: 60% van die
17.563 €
per jaar, maakt
10.538
€ per jaar of 878 €
per maand. Personen die leven in een
gezin waarvan het inkomen per hoofd lager ligt
dan dit bedrag, hebben een verhoogd armoederisico (bron: FOD
Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie:
EU-SILC 2007)
Tabel 15n: Absolute waarde van de
armoederisicogrenzen op basis van EU-SILC 2007 (inkomens 2006)
| per maand | per jaar | |
| alleenstaande | 878 € | 10.540 € |
| huishouden bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen | 1.845 € | 22.134 € |
bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2007
In dit verband is het interessant het
minimumloon en de minimumuitkeringen (nl.
minimum invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen,
minimumpensioen en bestaansminimum) te vergelijken met de
armoederisicogrens. Hierbij valt op dat het
niveau van de meeste minimumuitkeringen zich beneden de
armoederisicodrempel situeert.
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de bedragen die
in 2005
van kracht waren.
Tabel 15o: Netto
minimumloon en minimumuitkeringen
(rustpensioen, werkloosheid, invaliditeitsuitkering, bestaansminimum) in
procent van de amoederisicogrens
(60% van het mediaaninkomen),
België,
2003 (EU-SILC 2004) en 2005
(EU-SILC 2006) (in %)
| minimum pensioen werknemers* | min. invaliditeitsuitkering werknemers** |
minimum
werkloosheidsuitkering *** |
sociale bijstand**** |
minimumloon ***** |
||||||
| 2003 | 2005 | 2003 | 2005 | 2003 | 2005 | 2003 | 2005 | 2003 | 2005 | |
| alleenstaande | 107 | 104 | 100 | 94 | 91 | 86 | 75 | 71 | 131 | 122 |
| koppel | 89 | 86 | 83 | 78 | 72 | 68 | 67 | 63 | 98 | 95 |
| koppel met 2 kinderen | 82 | 78 | 73 | 64 | 69 | 65 | 84 | 86 | ||
| éénoudergezin met 2 kinderen | 105 | 99 | 91 | 80 | 91 | 86 | 106 | 99 | ||
Opmerking: de bedragen voor gezinnen
met kinderen zijn inclusief kinderbijslag
*Pensioen:
alleenstaande man, minimum rustpensioen, jaar van
ingang pensioen=2003, volledige loopbaan
** Invaliditeit: loonniveau=100% van het
gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen, arbeidsduur=100%
*** Werkloosheid:
minimumuitkering,
na 6 maand werkloosheid
****sociale bijstand = leefloon
***** minimumloon: loonniveau=100% van het gewaarborgd gemiddeld minimum
maandinkomen, arbeidsduur=100%
bron: EU-SILC /
STASIM / CSB zoals opgenomen in
NAPincl
2008-2010:
indicatoren
Uit de studie 'Postremus inter
pares' van het Centrum voor Sociaal
Beleid Herman Deleeck (CSB)
blijkt dat België in het groepje Europese koplanden (nl. Nederland,
Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en de Scandinavische landen) steeds meer
terrein prijsgeeft op het vlak van sociale bescherming. Vooral bij de
laagste uitkeringen is dat te merken en neemt de armoede snel toe. De
kloof tussen werkenden en uitkeringstrekkers groeit, omdat de uitkeringen
achterop hinken op de stijgende welvaart
(bron: Cantillon B., Marx I., Rottiers S., Van Rie T. (2007),
Een vergelijking van België met de Europese kopgroep: Postremus inter
pares).
Laatste aanpassing: 09/09/09