S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franηais

Feiten en cijfers

 

Hoeveel bedragen de minimumuitkeringen en het minimumloon?


In deze rubriek beperken we ons tot
het minimumloon en de inkomensvervangende uitkeringen. Aanvullende uitkeringen, zoals bijvoorbeeld de kinderbijslag, integratietegemoetkoming, tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden enz. worden bijgevolg niet behandeld.

Hierna volgt een beknopt overzicht van de bedragen die van kracht zijn. Alle bedragen zijn indexgebonden. Voor uitgebreide informatie rond de regelgeving verwijzen we naar relevante websites.

 

minimumloon  minimum werkloosheidsuitkering leefloon minimumpensioen inkomensgarantie voor ouderen ziekte- en invaliditeitsverzekering tegemoetkomingen aan personen met een handicap  armoederisicogrens


Minimumloon:


Het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) - zoals dat officieel heet - is het minimumloon uit arbeid dat de werkgever in de privι-sector, sinds 1975, voor een gemiddelde maand aan een voltijdse werknemer die 21 jaar of ouder is moet garanderen. Minder dan het minimumloon betalen mag niet.

Dit nationaal minimumloon wordt in Belgiλ niet door de wet vastgelegd maar wordt sinds 1975 bepaald tijdens onderhandelingen tussen de sociale partners. Het geldt voor alle werkgevers en alle werknemers uit de privιsector.
Per bedrijfstak kunnen vakbonden en werkgevers bovendien overeenkomen om hogere minimumlonen vast te leggen.

Voor deeltijds werk geldt het minimumloon ook, maar wel in verhouding tot het aantal gewerkte uren (bijv.: wie 20 uren werkt in een bedrijf waar 38 uren als voltijds geldt, heeft recht op minimaal 20/38sten van het minimumloon)
.
 

Tabel 15a: Brutobedragen gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen voor het verrichten van normale voltijdse arbeidsprestaties na indexaties van kracht vanaf 1 december 2012

leeftijd bruto maandbedrag
vanaf 21 jaar 1.501,82 €
vanaf 21,5 jaar + 6 maanden anciλnniteit 1.541,67 €
vanaf 22 jaar + 12 maanden anciλnniteit 1.559,38 €

bron: Nationale Arbeidsraad: Cao bedragen


In 1991 hebben de sociale partners beslist om het minimumloon uit te breiden tot werknemers jonger dan 21 jaar. Voor deze werknemers vertegenwoordigt het minimumloon slechts een percentage van het nationale of sectorale minimumloon, variλrend tussen 70% voor de werknemers van 16 jaar of jonger en 96% voor de werknemers die 20 jaar oud zijn.  


Tabel 15b: Gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) in functie van de leeftijd van kracht vanaf 1 april 2013

Leeftijd % van het GGMMI bruto maandbedrag
20 jaar 96% 1.411,75 €
19 jaar 92% 1.381,67 €
18 jaar 88% 1.321,60 €
17 jaar 76% 1.141,38 €
16 jaar
en jonger
70% 1.051,27 €

bron: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
 

Om het nettobedrag te kennen moet een bepaalde formule worden toegepast:

  Brutosalaris (verkregen in het kader van een arbeidsovereenkomst)

-

Sociale bijdragen van de werknemer (13,07 % van het brutosalaris voor de arbeiders van de privι-sector)
 
= Belastbaar brutosalaris
- Bedrijfsvoorheffing
 
= Nettosalaris

bron: FOD Financiλn: Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit

 

Meer info: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal OverlegNationale Arbeidsraad

 


Minimum werkloosheidsuitkering:
 

bullet

Werkloosheidsuitkeringen

Tabel 15c: Brutobedragen werkloosheidsuitkeringen zonder anciλnniteitstoeslag geldig vanaf 1 september 2013

 

dag

maand

 

MIN

MAX

MIN

MAX

Samenwonende met gezinslast

 

 

 

 

-maand 1-3

43,65 €

61,66 €

1.134,90 €

1.603,16 €

-maand 4-6

43,65 €

56,92 €

1.134,90 €

1.479,92 €

-maand 7-12

43,65 €

53,05 €

1.134,90 €

1.379,30 €

-maand 13-14

43,65 €

49,58 €

1.134,90 €

1.289,08 €

-maand 15-24 (eventueel 1)

43,65 €

49,58 €

1.134,90 €

1.289,08 €

-maand 25-30 (eventueel 1)

43,65 €

48,39 €

1.134,90 €

1.258,14 €

-maand 31-36 (eventueel 1)

43,65 €

47,21 €

1.134,90 €

1.227,46 €

-maand 37-42 (eventueel 1)

43,65 €

46,02 €

1.134,90 €

1.196,52 €

-maand 43-48 (eventueel 1)

43,65 €

44,84 €

1.134,90 €

1.165,84 €

-vanaf maand 49 (eventueel 2)

43,65 €

43,65 €

1.134,90 €

1.134,90 €

Alleenwonende

 

 

 

 

-maand 1-3

36,66 €

61,66 €

953,16 €

1.603,16 €

-maand 4-6

36,66 €

56,92 €

953,16 €

1.479,92 €

-maand 7-12

36,66 €

53,05 €

953,16 €

1.379,30 €

-maand 13-14

36,66 €

44,46 €

953,16 €

1.155,96 €

-maand 15-24 (eventueel 1)

36,66 €

44,46 €

953,16 €

1.155,96 €

-maand 25-30 (eventueel 1)

36,66 €

42,90 €

953,16 €

1.115,40 €

-maand 31-36 (eventueel 1)

36,66 €

41,34 €

953,16 €

1.074,84 €

-maand 37-42 (eventueel 1)

36,66 €

39,78 €

953,16 €

1.034,28 €

-maand 43-48 (eventueel 1)

36,66 €

38,22 €

953,16 €

993,72 €

-vanaf maand 49 (eventueel 2)

36,66 €

36,66 €

953,16 €

953,16 €

Samenwonende

 

 

 

 

-maand 1-3

27,49 €

61,66 €

714,74 €

1.603,16 €

-maand 4-6

27,49 €

56,92 €

714,74 €

1.479,92 €

-maand 7-12

27,49 €

53,05 €

714,74 €

1.379,30 €

-maand 13-14

27,49 €

33,05 €

714,74 €

859,30 €

-maand 15-24 (eventueel 1)

27,49 €

33,05 €

714,74 €

859,30 €

-maand 25-30 (eventueel 1)

25,87 €

30,31 €

672,62 €

788,06 €

-maand 31-36 (eventueel 1; 3)

24,24 €

27,58 €

630,24 €

717,08 €

-maand 37-42 (eventueel 1; 3)

22,62 €

24,84 €

588,12 €

645,84 €

-maand 43-48 (eventueel 1; 3)

20,99 €

22,11 €

545,74 €

574,86 €

-vanaf maand 49 (eventueel 2; 3)

19,37 €

19,37 €

503,62 €

503,62 €

(1) Afhankelijk van het aantal jaren beroepsverleden. 2 maanden bijkomend per jaar beroepsverleden. Onder bepaalde voorwaarden behoudt u het bedrag van deze fase onbeperkt.
(2) Het minimumbedrag dat steeds wordt toegekend na uitputting van het aantal maanden (1).
(3) Verhoogd tot (minstens) 25,43 EUR als u en uw partner uitsluitend werkloosheidsuitkeringen ontvangen en het dagbedrag van de uitkering van de partner niet meer bedraagt dan 33,05 EUR.

bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

 

Tabel 15d: Brutobedragen werkloosheidsuitkeringen met anciλnniteitstoeslag geldig vanaf 1 september 2013 (1)

 

dag

maand

 

MIN

MAX

MIN

MAX

Samenwonende met gezinslast

45,75 €

54,25 €

1.189,50 €

1.410,50 €

Alleenwonende

 

 

 

 

-van 50 tot en met 54 jaar (2)

38,28 €

46,11 €

995,28 €

1.198,86 €

-van 55 tot en met 64 jaar

42,07 €

49,58 €

1.093,82 €

1.289,08 €

Samenwonende

 

 

 

 

-van 50 tot en met 54 jaar (2)

31,09 €

37,18 €

808,34 €

966,68 €

-van 55 tot en met 57 jaar

34,64 €

41,31 €

900,64 €

1.074,06 €

-van 58 tot en met 64 jaar

38,08 €

45,44 €

990,08 €

1.181,44 €

(1) Deze bedragen gelden indien u na de eerste 12 maanden werkloosheid 20 jaar beroepsverleden heeft. Heeft u dat pas in een latere fase, dan heeft u mogelijk slechts recht op een lager bedrag. Dit lagere bedrag wordt weer verhoogd als u en uw partner uitsluitend werkloosheidsuiteringen ontvangen en het dagbedrag van de uitkering van de partner niet meer bedraagt dan 33,05 EUR.
(2) Personen die minder dan 55 jaar zijn kunnen de anciλnniteitstoeslag enkel genieten indien ze die al genoten voor 01.09.2012.

bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

 

bullet

Inschakelingsuitkeringen (=vroegere wachtuitkeringen)

De jongeren die toegelaten worden tot de werkloosheid op basis van hun studies of een leertijd, ontvangen, na een beroepsinschakelingstijd, forfaitaire inschakelingsuitkeringen waarvan de bedragen variλren naargelang hun leeftijd en gezinstoestand (bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening).

Tabel 15e: Brutobedragen inschakelingsuitkeringen geldig vanaf 1 september 2013

 

dag

maand

Samenwonende met gezinslast

42,53 €

1.105,78 €

Alleenwonende

 

 

-ouder dan 21 jaar

31,46 €

817,96 €

-van 18 tot en met 20 jaar

18,99 €

493,74 €

-jonger dan 18 jaar

12,09 €

314,34 €

Samenwonende

 

 

-'gewoon'

 

 

*vanaf 18 jaar

16,36 €

425,36 €

*jonger dan 18 jaar

10,25 €

266,50 €

-'bevoorrecht' (1)

 

 

*vanaf 18 jaar

17,44 €

453,44 €

*jonger dan 18 jaar

10,86 €

282,36 €

(1) bevoorrecht samenwonende=de werkloze+partner ontvangen uitsluitend uitkeringen.
bron: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

 

Meer info: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

 


Leefloon:

Sinds oktober 2002 is het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI) van kracht, in de vorm van een uitkering (het leefloon) of tewerkstelling (activering). Het leefloon kwam in de plaats van het bestaansminimum.


Tabel 15f:
Nettobedragen l
eefloon van kracht vanaf 1 september 2013

 

per maand

per jaar

Cat. 1
Samenwonende persoon
544,91 € 6.538,91 €
Cat. 2
Alleenstaande persoon
817,36 € 9.808,37 €
Cat. 3
Persoon die samenwoont met een gezin te zijnen laste
1.089,82 € 13.077,84 €

bron: POD Maatschappelijke Integratie:Verhoging van de leefloonbedragen vanaf 1 september 2013

 

Meer info: POD Maatschappelijke Integratie

 


Minimumpensioen:


Het bedrag van het rustpensioen voor een volledige loopbaan mag niet lager zijn dan een bepaald minimum.

Werknemers:

Tabel 15g: Brutobedragen gewaarborgd minimumpensioen van werknemers voor een volledige loopbaan vanaf 1 september 2013

  per maand per jaar
Rustpensioen* gezinsbedrag 1.403,73 € 16.844,72 €
Rustpensioen* bedrag alleenstaande  1.123,34 € 13.480,03 €
Overlevingspensioen**  1.105,67 € 13.268,09 €

* Rustpensioen: pensioen dat wordt toegekend op basis van een persoonlijke beroepsloopbaan als werknemer, zelfstandige of personeelslid van de openbare sector
** Overlevingspensioen: een uitkering die u ontvangt voor een vroegere arbeidsperiode van uw overleden echtgeno(o)t(e)
bron: Rijksdienst voor pensioenen


Zelfstandigen:

Tabel 15h: Brutobedragen gewaarborgd minimumpensioen voor zelfstandigen bij volledige loopbaan vanaf 1 september 2013

  per maand (1) per jaar
gezinspensioen 1.403,73 € 16.844,73 €
pensioen alleenstaande of overlevingspensioen   1.060,94 € 12.731,29 €

(1) opmerking: maand = jaar / 12
bron: RSVZ

 

Meer informatie:

bullet

Rijksdienst voor pensioenen : gewaarborgd minimumpensioen

bullet

Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) : pensioenen

 


Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)


De IGO vervangt sinds 1 juni 2001 het Gewaarborgd Inkomen voor Bejaarden (GIB). Het is een bijstandsregeling die de overheid verstrekt aan ouderen die de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikt hebben en die door omstandigheden geen of geen voldoende loopbaan hebben kunnen opbouwen. Vanaf 1 januari 2014 wordt de wetgeving voor de IGO aangepast.

Tabel 15i: Brutobedragen inkomensgarantie voor ouderen vanaf 1 september 2013

  per maand per jaar (1)
gehuwde of samenwonende 674,46 €  8.093,52 €
alleenstaande 1.011,70 € 12.140,40 €

bron: Rijksdienst voor pensioenen
(1) opmerking: jaar = maand x 12

 

Meer info: Rijksdienst voor pensioenen: Inkomensgarantie voor ouderen

 


Ziekte- en invaliditeitsverzekering


Indien de periode van arbeidsongeschiktheid minder dan 1 jaar duurt, spreken we van primaire ongeschiktheid
.
Indien arbeidsongeschiktheid voortduurt na de periode van primaire ongeschiktheid, dus langer dan 1 jaar, spreken we van invaliditeit (bron: RIZIV).


Werknemers:

De uitkeringen worden begrensd door maximum- en minimumbedragen.

D
e bedragen hangen af van het tijdsstip waarop iemand arbeidsongeschikt is geworden. Ter illustratie geven we de bedragen die gelden voor een persoon die recent arbeidsongeschikt is geworden. De gedetailleerde tabellen met bedragen vindt u hier.


Tabel
15j:
Maximum- en minimum brutobedragen uitkeringen arbeidsongeschiktheid en invaliditeit voor werknemers volgens periode van arbeidsongeschiktheid van kracht vanaf 1 september 2013

Primaire arbeidsongeschiktheid

Maximum
Gerechtigden Met gezinslast  Zonder gezinslast  
    Alleenstaanden Samenwonenden
Arbeidsongeschiktheid vanaf 01/04/2013 78,96 €/dag 78,96 €/dag 78,96 €/dag
2.052,96 €/maand 2.052,96 €/maand 2.052,96 €/maand
24.635,52 €/jaar 24.635,52 €/jaar 24.635,52 €/jaar
Minimum (vanaf de 1ste dag van de 7e maand van de arbeidsongeschiktheid)
Gerechtigden Met gezinslast  Zonder gezinslast
    Alleenstaanden Samenwonenden
regelmatig werknemer   53,99 €/dag 43,21 €/dag 37,05 €/dag
1.403,74 €/maand 1.123,46 €/maand 963,30 €/maand
16.844,88 €/jaar 13.481,52 €/jaar 11.559,60 €/jaar
niet-regelmatig werknemer 41,92 €/dag

31,44 €/dag  

1.089,92 €/maand 817,44 €/maand
13.079,04 €/jaar 9.809,28 €/jaar
Invaliditeit*
Maximum
Gerechtigden Met gezinslast Alleenstaanden Samenwonenden


invalide voor 01/01/2011

 

83,28 €/dag   70,47 €/dag 51,25 €/dag
2.165,28 €/maand 1.839,24 €/maand 1.332,50 €/maand
25.983,36 €/jaar 22.070,88 €/jaar 15.990,00 €/jaar

invalide
vanaf 01/01/2011 tot en met 31/03/2013

 

83,86 €/dag   70,96 €/dag 51,61 €/dag  
2.180,36 €/maand 1.844,96 €/maand 1.341,86 €/maand
26.164,32 €/jaar 22.139,52 €/jaar 16.102,32 €/jaar
invalide vanaf 01/04/2013

 

85,54 €/dag 72,38 €/dag 52,64 €/dag
2.224,04 €/maand 1.881,88 €/maand 1.368,64 €/maand
26.688,48 €/jaar 22.582,56 €/jaar 16.423,68 €/jaar
 
Minimum
Gerechtigden                                  Met gezinslast  Zonder gezinslast
    Alleenstaanden Samenwonenden
regelmatig werknemer 53,99 €/dag 43,21 €/dag 37,05 €/dag
1.403,74 €/maand 1.123,46 €/maand 963,30 €/maand
16.844,88 €/jaar 13.481,52 €/jaar 11.559,60 €/jaar
niet-regelmatig werknemer 41,92 €/dag 31,44 €/dag
1.089,92 €/maand 817,44 €/maand
13.079,04 €/jaar 9.809,28 €/jaar

*Bedragen voor de invaliden die arbeidsongeschikt geworden zijn vanaf 01/01/2009
opmerking: maand = dag x 26; jaar = dag x 312
bron: RIZIV


Zelfstandigen:


Tabel 15k:
 Brutobedragen uitkeringen arbeidsongeschiktheid en invaliditeit van kracht vanaf 1 september 2013

Primaire arbeidsongeschiktheid

Gerechtigde Met gezinslast Alleenstaande Samenwonende
  53,99 €/dag   40,81 €/dag 33,13 €/dag  
1.403,74 €/maand 1.061,06 €/maand 861,38 €/maand
16.844,88 €/jaar 12.732,72 €/jaar 10.336,56 €/jaar

Invaliditeit

Gerechtigde                                  Met gezinslast Alleenstaande Samenwonende
Zonder stopzetting van zijn bedrijf 53,99 €/dag   40,81 €/dag 33,13 €/dag  
1.403,74 €/maand 1.061,06 €/maand 861,38 €/maand
16.844,88 €/jaar 12.732,72 €/jaar 10.336,56 €/jaar
Met stopzetting van zijn bedrijf 53,99 €/dag 43,21 €/dag 37,05 €/dag
1.403,74 €/maand 1.123,46 €/maand 963,30 €/maand
16.844,88 €/jaar 13.481,52 €/jaar 11.559,60 €/jaar

opmerking: maand = dag x 26; jaar = dag x 312
bron: RIZIV

Inhaalpremie voor langdurig invaliden
Vanaf de maand mei van het jaar 2011 zal er in de maand mei van het jaar N een inhaalpremie betaald worden aan de invaliden waarvan de duur van ongeschiktheid minstens 1 jaar bereikt heeft op 31 december van het voorgaande jaar (N-1).
Het bedrag van deze premie is gelijk aan
:
Mei 2013: 208,09 €

 

Meer info: RIZIV: uitkeringen

 



Tegemoetkomingen aan personen met een handicap:


Deze tegemoetkomingen bestaan uit: inkomensvervangende tegemoetkoming, integratietegemoetkoming en tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.
Ze kunnen gelijktijdig of afzonderlijk toegekend worden. Aangezien enkel de inkomensvervangende tegemoetkoming het loon vervangt, wordt deze besproken. Informatie over de integratietegemoetkoming en de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden vindt u op de website van de Directie-generaal Personen met een handicap.

bullet

Inkomensvervangende tegemoetkoming

Deze tegemoetkoming wordt toegekend aan de persoon die, wegens zijn handicap, niet in staat is meer dan een derde te verdienen van wat een gezond persoon door uitoefening van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen.
Bij de berekening van de tegemoetkoming wordt er rekening gehouden met de inkomsten van de persoon met een handicap, alsook van de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden vormt.


Tabel 15l: Maximale nettobedragen inkomensvervangende tegemoetkoming van kracht vanaf 1 september 2013

per maand (1) per jaar
categorie A*** 545,18 € 6.542,20 €
categorie B** 817,78 € 9.813,30 €
categorie C* 1.090,37 € 13.084,40 €

* Behoren tot categorie C: de persoon met een handicap die:
- een huishouden vormt;
- of ιιn of meerdere kinderen ten laste heeft.
**Behoren tot categorie B: de persoon met een handicap
- die alleen leeft;
- of die zelf niet behoort tot categorie C en die gedurende 3 maanden dag en nacht in een instelling verblijft
*** Behoren tot categorie A: de persoon met een handicap die niet behoort tot de categorie B, noch tot de categorie C.
bron:
FOD Sociale Zekerheid: Directie-generaal Personen met een handicap
(1) opmerking: maand = jaar / 12

 

Meer info: Directie-generaal Personen met een handicap: Inkomensvervangende tegemoetkoming

 


Armoederisicogrens:


Aangezien armoede niet ιιnduidig kan gedefinieerd worden, is het niet mogelijk om ιιn geldige en exacte armoedegrens te bepalen. Elke grens is uiteraard een conventie. De standaarddefinitie voor monetaire armoede die gebruikt wordt door de Europese Commissie is vastgelegd op 60% van het mediaan beschikbaar inkomen op individueel niveau. Mensen met een inkomen dat zich beneden deze inkomensgrens situeert, worden geconfronteerd met een armoederisico (bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium: Armoederisico en Glossarium EU-SILC).
De bedragen die vermeld zijn, zijn telkens nettobedragen.

Tabel 15m geeft een overzicht van de armoederisicopercentages gemeten met verschillende grenzen.


Tabel 15m: Spreiding rond de armoederisicogrens (armoederisicopercentage gemeten met verschillende grenzen - % van het mediaan beschikbaar inkomen), Belgiλ, EU-SILC 2012 (inkomen 2011).

  40% 50% 60% 70%
Belgiλ 3,7 % 8,0 % 15,0 % 23,6 %

bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium: SILC Indicatoren 2004-2012


Het beschikbaar inkomen op individueel niveau wordt afgeleid van het beschikbaar gezinsinkomen dat daartoe gecorrigeerd wordt voor de grootte van het gezin. De mediaan wordt berekend omdat deze in tegenstelling tot het gemiddelde niet beοnvloed wordt door extreme waarden, dus door uitzonderlijk hoge of lage inkomens.

De cijfers die op nationaal en Europees niveau gebruikt worden om armoede en sociale uitsluiting in kaart te brengen, zijn afkomstig van de EU-SILC enquκte ("European Union – Statistics on Income and Living Conditions" of "Statistiek naar Inkomens en Levensomstandigheden").

Voor de Belgische EU-SILC gegevens bedroeg het mediane beschikbaar inkomen op individueel niveau in 2011 20.058 € netto per jaar. De armoededrempel is vervolgens gemakkelijk te berekenen: 60% van die 20.058 € netto per jaar, maakt 12.035 € netto per jaar of 1.003 € netto per maand. Alleenstaanden waarvan het inkomen lager ligt dan dit bedrag, hebben een verhoogd armoederisico.


Tabel 15n:
Absolute waarde van de armoederisicogrenzen op basis van EU-SILC 2012 (inkomen 2011); nettobedragen

  per maand (1) per jaar
alleenstaande 1.003 € 12.035 €
huishouden bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen 2.106 € 25.273 €

(1) opmerking: maand = jaar / 12
bron:
Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium: SILC Indicatoren 2004-2012


In dit verband is het interessant het minimumloon en de minimumuitkeringen te vergelijken met de armoederisicogrens. Tabel 15o geeft een simulatie weer van de verhouding van de uitkeringen tot de armoederisciogrens. De meeste minima liggen onder de armoederisicogrens .

Tabel 15o:
Uitkering uitgedrukt als percentage van de afgeleide armoederisicogrens (Berekening door FOD Sociale Zekerheid) *

 

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Nov2010

Sept 2011

Nov 2012

Jan 2013

Okt 2013

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inkomensgarantieuitkering voor ouderen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

alleenstaande

78

78

77

76

79

79

91

92

92

92

93

95

93

93

93

koppel

69

70

69

68

70

71

81

82

82

82

82

84

83

83

82

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inkomensvervangende tegemoetkoming

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

alleenstaande

74

77

76

72

73

72

73

76

74

75

75

77

75

75

75

koppel met twee kinderen

68

70

69

66

67

66

67

68

66

67

67

68

67

67

66

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leefloon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

alleenstaande

74

77

76

72

74

72

73

76

74

75

75

77

75

75

75

koppel

66

68

67

64

66

64

65

68

65

66

66

68

67

67

66

koppel met twee kinderen

65

67

66

63

64

63

64

66

64

64

64

66

64

64

64

Eιnoudergezin met twee kinderen

86

88

87

83

85

83

84

86

83

84

84

86

85

85

83

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewaarborgd minimumpensioen voor een volledige werknemersloopbaan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

alleenstaande

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 - rustpensioen

109

109

111

106

107

105

106

107

106

108

108

106

104

104

103

 - overlevingspensioen

107

107

109

105

106

104

104

106

104

107

107

105

103

103

101

koppel

91

91

92

88

90

88

88

88

87

88

88

88

87

87

86

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Minimum werkloosheidsuitkering (7 maand werkloos)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

alleenstaande

84

93

92

88

89

87

87

89

86

87

87

90

88

88

87

koppel

74

74

73

69

71

69

69

70

68

69

69

71

70

70

69

koppel met twee kinderen

71

74

73

70

71

70

70

71

69

69

69

71

70

70

69

Eιnoudergezin met twee kinderen

94

93

92

88

89

88

88

89

86

87

87

89

87

87

86

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Minimum invaliditeitsuitkering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

alleenstaande

98

101

101

96

98

96

101

102

101

103

104

106

104

104

103

koppel met twee kinderen

80

82

81

80

81

80

82

83

82

83

82

84

83

83

81

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Minimumloon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

alleenstaande

130

130

133

130

127

125

128

130

130

128

126

127

125

125

122

koppel met twee kinderen

89

89

91

90

88

87

88

89

88

88

88

88

87

87

84

*'In de tabel worden de uitkeringen vergeleken met de armoederisicogrens. Hierbij stelt zich het probleem dat we wel de uitkeringsbedragen op 1 oktober 2013 kennen, maar niet de armoederisicogrens van 1 oktober 2013. De resultaten van de EU-SILC enquκte met de inkomens van 2013 – op basis waarvan een benadering van de armoederisicogrens van 1 oktober 2013 zal berekend worden - zullen immers pas in de loop van 2015 bekend zijn. Daarom wordt hier verondersteld dat de mediaan van de inkomensverdeling op korte termijn aan een zelfde ritme evolueert als de prijzen. De armoederisicogrens van 1 oktober 2013 wordt daarom berekend door de meest recent geobserveerde waarde van de mediaan te vermenigvuldigen met het stijgingsritme van de prijzen. Voor deze berekening werden de geharmoniseerde consumentenindex van juli 2010 (registratie Belgostat 109,85) en deze van september 2013 (registratie Belgostat 120,07) gebruikt. Op basis van beide cijfers werd een stijgingspercentage berekend. Dit percentage werd toegepast op de armoederisicogrens die berekend werd op basis van de EU-SILC 2011 cijfers. De EU-SILC 2011 cijfers zijn de laatste gekende EU-SILC-resultaten op het moment van de berekening.'
Tabel overgenomen uit: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2013), Sociale bescherming en armoede, Brussel: Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, p. 20.

 

Laatste aanpassing: 16/09/2014