|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| % personen onder de armoederisicolijn na afbetaling van consumptieschulden | 5,1 |
| % personen in een huishouden met minstens 2 achterstallen voor 1 of meer basisitems (facturen van elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek, gezondheidszorgen) | 5,7 |
bron: EU-SILC berekend door het Centrum voor Sociaal Beleid (UA)/ADSEI zoals opgenomen in NAPincl 2008-2010: indicatoren
Eind 2007 registreerde de Nationale Bank van België 338.933 personen (+ 0,3 % in vergelijking met 2006) met wanbetalingen bij consumentenkredieten en hypothecaire leningen en 490.908 achterstallige contracten (-0,3 % in vergelijking met 2006). Het totale achterstallige bedrag bedraagt 1,77 miljard euro (+ 0,5 % in vergelijking met 2006). 4 % van de meerderjarige Belgische bevolking kampt met kredietschulden (bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken).
Tabel 3b: Aantal achterstallige personen en contracten, België, 2000-2007
|
Jaar |
Aantal personen | Aantal achterstallige contracten |
| 2000 | 385.465 | 517.690 |
| 2001 | 397.451 | 541.518 |
| 2002 | 402.589 | 552.030 |
| 2003 | 353.520 | 507.145 |
| 2004 | 349.665 | 508.039 |
| 2005 | 343.020 | 501.102 |
| 2006 | 337.755 | 492.177 |
| 2007 | 338.933 | 490.908 |
bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2004), Statistieken, p. 7, (2006), Statistieken, p. 17 en (2007), Statistieken, p. 17
Tabel 3c: Aantal bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank geregistreerde personen met achterstallige contracten als percentage van de volwassen bevolking, België, 1995-2007
| 1995 | 1996 | 1997 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003* | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 |
| 4,4 | 4,5 | 4,5 | 4,6 | 4,7 | 4,8 | 4,9 | 5 | 4,3 | 4,2 | 4,2 | 4,1 | 4,0 |
(*) Breuk in de serie ingevolge een wijziging van de
wetgeving.
bron:
Centrale voor Kredieten aan Particulieren - Nationale Bank van België zoals
opgenomen in NAPIncl 2005-2006,
Indicatoren, p.54,
Centrale voor kredieten aan
particulieren (2007), Statistieken, p. 47
Opmerking:
De daling van het aantal wanbetalers en achterstallige
contracten in 2003 heeft vooral te maken met enkele wettelijke technische
ingrepen. Het belangrijkste effect komt voort uit het feit dat vanaf 1
juni 2003 de geregulariseerde achterstallige contracten nog slechts
gedurende 1 jaar in de statistieken worden opgenomen, terwijl dit tot 31
mei 2003 gedurende 2 jaar het geval was. Vandaar een groot aantal
schrappingen. Hierdoor is het moeilijk om
vergelijkingen te maken tussen de verschillende jaren (bron: Centrale voor
kredieten aan particulieren (2005),
Statistieken).
Wanbetalingen komen verhoudingsgewijs het meest voor bij jongere kredietnemers tussen 25 en 34 jaar (6,7 % van de totale bevolking in die categorie). Dit percentage neemt stelselmatig af met de ouderdom van de kredietnemers.
Tabel 3d:
Achterstallige contracten volgens
leeftijdscategorie, (toestand einde periode -
aantal en percentage), 2003-2007
| 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | ||||||
| Abs. aantal | % | Abs. aantal | % | Abs. aantal | % | Abs. aantal | % | Abs. aantal | % | |
| Personen van 18 tot 24 jaar | 20.603 | 5,8 % | 20.059 | 5,7 % | 18.851 | 5,5 % | 18.325 | 5,4 % | 19.253 | 5,7 % |
| Personen van 25 tot 34 jaar | 95.846 | 27,1 % | 95.139 | 27,2 % | 92.730 | 27,0 % | 90.918 | 26,9 % | 91.455 | 27,0 % |
| Personen van 35 tot 44 jaar | 106.263 | 30,0 % | 103.656 | 29,7 % | 101.495 | 29,6 % | 99.251 | 29,4 % | 98.641 | 29,1 % |
| Personen van 45 tot 54 jaar | 79.087 | 22,4 % | 78.701 | 22,5 % | 77.687 | 22,7 % | 76.856 | 22,8 % | 76.350 | 22,5 % |
| Personen van 55 tot 64 jaar | 35.565 | 10,1 % | 36.071 | 10,3 % | 36.362 | 10,6 % | 36.790 | 10,9 % | 37.589 | 11,1 % |
| Personen van 65 jaar of ouder | 16.156 | 4,6 % | 16.039 | 4,6 % | 15.895 | 4,6 % | 15.615 | 4,6 % | 15.645 | 4,6 % |
bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 43
Grafiek 1: Aandeel van de meerderjarige bevolking met ten minste één achterstallig contract per leeftijdscategorie, 2007

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 43
De uitsplitsing van de kredietnemers met een betalingsachterstand volgens hun verblijfplaats toont dat 45,8 % gedomicilieerd in Wallonië, tegenover 39,3 % in Vlaanderen en 11,7 % in Brussel. Eén op twintig kredietnemers uit Vlaanderen kampt met een betalingsachterstand (5,2 %), terwijl dit voor kredietnemers uit Wallonië en Brussel oploopt tot bijna één op tien (respectievelijk 9,4 % en 9,9 %). In verhouding tot de meerderjarige bevolking van elke regio telt Wallonië proportioneel het meeste kredietnemers met een betalingsachterstand (5,4 %), gevolgd door Brussel (4,9 %) en Vlaanderen (2,8 %).
Tabel 3e: Aantal bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank geregistreerde personen met achterstallige contracten als percentage van de volwassen bevolking naar provincie, 2007
| Vl. Brabant | 2,4 |
| Antwerpen | 2,7 |
| Limburg | 2,8 |
| Oost-Vlaanderen | 2,9 |
| West-Vlaanderen | 2,8 |
| Waals Brabant | 3,4 |
| Luxemburg | 4,7 |
| Brussel Hoofdstad | 4,9 |
| Luik | 5,6 |
| Namen | 5,6 |
| Henegouwen | 6,8 |
bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 46-47
De meeste betalingsmoeilijkheden komen voor bij de kredietopeningen en de leningen op afbetaling.
Tabel 3f: Achterstallige contracten volgens kredietvorm (toestand einde periode - aantal en percentage), 2003-2007
| 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | ||||||
| Abs. aantal | % | Abs. aantal | % | Abs. aantal | % | Abs. aantal | % | Abs. aantal | % | |
| Leningen op afbetaling | 205.988 | 40,6 % | 201.693 | 39,7 % | 191.833 | 38,2 % | 184.042 | 37,4 % | 180.117 | 36,7 % |
| Verkopen op afbetaling | 59.957 | 11,8 % | 56.603 | 11,1 % | 54.708 | 10,9 % | 54.591 | 11,1 % | 54.270 | 11,1 % |
| Financieringshuren | 5.759 | 1,2 % | 4.968 | 1,0 % | 4.441 | 0,9 % | 3.867 | 0,8 % | 3.442 | 0,7 % |
| Kredietopeningen | 190.226 | 37,5 % | 200.908 | 39,6 % | 208.082 | 41,5 % | 209.265 | 42,5 % | 215.023 | 43,8 % |
| Hypothecaire kredieten | 45.215 | 8,9 % | 43.867 | 8,6 % | 42.038 | 8,4 % | 40.412 | 8,2 % | 38.056 | 7,8 % |
bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 20
Grafiek2 splitst het aantal uitstaande kredieten en hun betalingsachterstanden per kredietvorm uit over de kredietinstellingen en de overige kredietgevers. Met uitzondering van de verkopen op afbetaling blijkt dat de kredieten toegekend door kredietinstellingen minder betalingsmoeilijkheden kennen dan de kredieten toegekend door andere instellingen. Vooral bij de hypothecaire kredieten is dit verschil opvallend. Er kan eveneens vastgesteld worden dat 72,2 % van de achterstallige kredietopeningen werd toegekend door niet-bancaire kredietgevers. In bedrag vertegenwoordigen deze laatste echter niet meer dan 54,8 % van de totale achterstand van deze kredietvorm. Dit wordt verklaard door het feit dat het gemiddelde achterstallige bedrag bij een kredietopening toegekend door een niet-bancaire kredietgever kleiner is dan bij achterstallige kredietopeningen die afgesloten werden door kredietinstellingen, respectievelijk 1.206 € tegenover 2.581 €.
Grafiek 2: Verdeling van het aantal contracten (totaal van de contracten en
achterstallige contracten) tussen kredietinstellingen en overige
instellingen: leningen op afbetaling, verkopen op afbetaling,
kredietopeningen en hypothecaire kredieten, 2007
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p.29
Steeds meer
kredietnemers met een betalingsachterstand doen een beroep op de procedure
van collectieve schuldenregeling. Deze gerechtelijke procedure houdt een afbetalingsplan
in van alle schulden voor een schuldbemiddelaar onder toezicht van een
magistraat en is door de wet ingesteld vanaf
1 januari 1999. Ongeveer een vijfde van alle kredietnemers met een
betalingsachterstand of 64.493 personen zitten in deze procedure, een
stijging is met 12,5 % in vergelijking met 2006. Drie op de tien personen
zijn echter met geen enkele achterstallige kredietovereenkomst in de
Centrale voor kredieten aan particulieren geregistreerd. Dit toont aan dat de oorzaken van overmatige
schuldenlast zich niet beperken tot het krediet: consumenten kampen immers
vaak ook met andere betalingsmoeilijkheden, zoals bijvoorbeeld schulden
met betrekking tot energie- en telefoonfacturen, huur of fiscale schulden.
Tabel 3g: Personen met een collectieve schuldenregeling, in functie van hun aantal achterstallige contracten (toestand eind 2007 - aantal en percentage), 2006-2007
| Toelaatbaar | Minnelijke regeling | Gerechtelijke regeling | ||||||||||
| 2007 | 2006 | 2007 | 2006 | 2007 | 2006 | |||||||
| Aantal | % | Aantal | % | Aantal | % | Aantal | % | Aantal | % | Aantal | % | |
| Personen zonder contracten | 13.913 | 21,6 % | 12.093 | 21,1 % | 3.886 | 18,6 % | 3.201 | 17,7 % | 1.987 | 28,9 % | 1.862 | 27,8 % |
| Personen met enkel contracten zonder betalingsachterstand | 5.919 | 9,2 % | 4.751 | 8,3 % | 1.737 | 8,3 % | 1.348 | 7,5 % | 748 | 10,9 % | 662 | 9,9 % |
| Personen met 1 achterstallig contract | 14.931 | 23,2 % | 13.058 | 22,8 % | 4.318 | 20,7 % | 3.629 | 20,1 % | 1.380 | 20,1 % | 1.338 | 20,0 % |
| Personen met 2 achterstallige contracten | 10.410 | 16,1 % | 9.138 | 15,9 % | 3.331 | 16,0 % | 2.908 | 16,1 % | 891 | 13,0 % | 874 | 13,0 % |
| Personen met 3 achterstallige contracten | 6.841 | 10,6 % | 6.135 | 10,7 % | 2.450 | 11,7 % | 2.126 | 11,8 % | 538 | 7,8 % | 558 | 8,3 % |
| Personen met 4 achterstallige contracten | 4.343 | 6,7 % | 3.942 | 6,9 % | 1.564 | 7,5 % | 1.486 | 8,2 % | 423 | 6,2 % | 410 | 6,1 % |
| Personen met vijf achterstallige contracten of meer | 8.136 | 12,6 % | 8.211 | 14,3 % | 3.576 | 17,1 % | 3.352 | 18,6 % | 903 | 13,1 % | 1.000 | 14,9 % |
| Totaal | 64.493 | 100 % | 57.328 | 100 % | 20.862 | 100 % | 18.050 | 100 % | 6.870 | 100 % | 6.704 | 100 % |
bron:
Centrale voor kredieten aan
particulieren (2007),
Statistieken, p. 50 en
(2006),
Statistieken, p. 44
Om een idee te krijgen over de omvang van de "andere schulden" (o.a. fiscale, onderhouds-, huur-, gezondheidszorg, gas-, elektriciteits-, telefoon- en waterschulden) is het interessant de analyses van het Observatoire du Crédit et de l'Endettement te bekijken. Dit Observatorium analyseert sinds zijn oprichting zowel de aard en het niveau van de overmatige schuldenlast als de sociaal-economische kenmerken van een steekproef van personen met financiële moeilijkheden die zich wenden tot schuldbemiddelingsdiensten die erkend zijn door het Waalse Gewest (bron: Observatoire du Crédit et de l'Endettement (2004), Krediet en schuldenlast van gezinnen. Het Observatoire bestaat 10 jaar, p. 11-15).
Opmerking: Niet alle dossiers met schuldoverlast zijn in de cijfers van het Observatoire du Crédit et de l'Endettement opgenomen:
|
|
niet alle dossiers behandeld door schuldbemiddelingsdiensten worden gesubsidieerd. Hun aantal is niet gekend en bijgevolg niet opgenomen; |
|
|
het aantal dossiers dat behandeld wordt door advocaten, notarissen en deurwaarders is niet opgenomen; |
|
|
niet alle personen met schuldoverlast doen beroep op schuldbemiddeling. |
(bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 53).
Uit de gegevens van
2005 blijkt dat in
Wallonië kredietschulden (zowel
hypothecair krediet als consumentenkrediet) in
66% van de schuldbemiddelingsdossiers
voorkomt. 34 % van de
huishoudens die zich wenden tot een schuldbemiddelingsdienst hebben
bijgevolg geen
kredietschulden. 92 % van de dossiers bevat
niet-kredietschulden.
Als we kijken naar het consumentenkrediet (in
63 % van de dossiers), blijkt dat kredietopeningen een grote
plaats innemen (45 % van de dossiers). Dit kan worden verklaard door het
feit dat het gebruik van een kredietopening flexibel is. De kredietnemer
kan zelf beslissen hoeveel en wanneer hij leent. De terugbetaling kan
gespreid worden over verschillende maanden. Meestal worden
kredietopeningen aangeboden door winkels en postorderbedrijven. Zij
fungeren daarbij als tussenpersonen. Voorbeelden zijn de Passkaart (Carrefour),
M-card (Makro), Isis-kaart en de Comfort Card. Vaak zijn het echter dure
leningen die te gemakkelijk worden toegekend.
Het gemiddelde bedrag van de leningen op afbetalingen ( in 44 % van de
dossiers) bedraagt 12.836 €. Het feit dat dergelijke leningen
hoofdzakelijk aangewend worden om aankopen te financieren die het
maandelijkse budget overschrijden (bvb. auto, wooninrichting...) verklaart dit
hoge bedrag.
Binnen de categorie "diverse schulden" nemen de basisbehoeften zoals
gezondheidszorg (58 % van de dossiers) en gas en
elektriciteit (48 %) een belangrijke plaats in.
Het gemiddelde verschuldigde bedrag overstijgt zelden 1000 €. De hoogste
gemiddelde verschuldigde bedragen vallen voor rekening van privéschulden,
schulden door belastingen, huurschulden, alimentatieschulden en
gezondheidszorgschulden. Het is tenslotte opmerkelijk dat 19 % van de
huishoudens die beroep doen op een schuldbemiddelingsdienst schulden
hebben bij postorderbedrijven (bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne.
Volet statistique, p. 53 en 60 -61).
Tabel 3h: Frequentie
van de dossiers en gemiddeld bedrag van de schulden
per schuldencategorie
behandeld door erkende schuldbemiddelingsdiensten,
Wallonië,
2005
| Frequentie in % | Gemiddeld verschuldigde bedrag in € | |
| Aard van de schuld | ||
| Kredietschulden | 66 | |
| Andere schulden | 92 | |
| Hypothecair krediet | 10 | 42.596 |
| Consumentenkrediet | 63 | |
| Lening op afbetaling | 44 | 12.836 |
| Verkoop op afbetaling | 5 | 3.501 |
| Kredietopeningen | 45 | 4.300 |
| Bankrekening in het rood (découvert bancaire) | 16 | 1.531 |
| Diverse schulden | ||
| Gezondheidszorgschulden | 58 | 1.067 |
| Gas- en elektriciteitsschulden | 48 | 872 |
| Telefoonschulden | 39 | 693 |
| Fiscale schulden : belastingen | 33 | 3.027 |
| Waterschulden | 25 | 498 |
| Verzekeringsschulden | 23 | 548 |
| Huurschulden | 22 | 2.044 |
| Schulden door "postorderverkoop" | 19 | 537 |
| Fiscale schulden: geldboete | 15 | 899 |
| Fiscale schulden: onroerende voorheffing | 7 | 512 |
| Privéschulden | 6 | 3.805 |
| Alimentatieschulden | 2 | 1.271 |
| Huisvestingsschulden | 3 | 518 |
| Schulden i.v.m. openbaar vervoer | 2 | 276 |
| Kinderopvang- en schoolschulden | 2 | 490 |
| Andere schulden | 41 | 2.151 |
| Andere fiscale schulden | 60 | 681 |
bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 61.
Tabellen 3i en 3j schetsen het profiel van de personen die zich tot schuldbemiddelingsdiensten in Wallonië wenden.
De aanwezigheid van
mannen en vrouwen in schuldbemiddelingsdossiers is niet erg verschillend:
vrouwen zijn 52 % aanwezig, mannen 48 %.
Personen tussen 25 en 54 jaar vertegenwoordigen 78 % van de huishoudens
met schuldoverlast.
91 % heeft de Belgische nationaliteit.
Slechts 24 % van de aanvragers tot schuldbemiddeling is gehuwd. Aangezien
een aanzienlijk deel samenwonend is en deze categorie niet opgenomen is,
kan men zich vragen stellen over het belang van dit cijfer.
Ongeveer 62 % van de huishoudens bestaat uit 1 volwassene: ofwel gaat het
om alleenstaanden (39 %) ofwel om eenoudergezinnen (23 %). Koppels zijn in
het algemeen minder aanwezig (35 %). Koppels met kinderen zijn wel dubbel
zo vaak vertegenwoordigd als koppels zonder kinderen (respectievelijk 24 %
en 11 %).
66 % van de aanvragers heeft geen werk. Arbeiders (14 %), bedienden (7 %)
en gepensioneerden (6 %) volgen op ruime afstand.
76 % is huurder, waarvan drie vierden op de privé-markt huurt. 18 % is
eigenaar, waarvan de meerderheid een hypothecaire lening heeft.
Tabel 3i: Uitsplitsing (in frequentie en %) van de aanvragers tot schuldbemiddeling volgens geslacht, leeftijd, nationaliteit, burgerlijke staat, huishoudtype, socioprofessionele status en huisvesting, Wallonië, 2005.
| Frequentie | Percentage | |
| Geslacht | ||
| Man | 1.136 | 48 |
| Vrouw | 1.239 | 52 |
| Totaal | 2.375 | 100 |
| Leeftijd | ||
| < 25 jaar | 121 | 6,6 |
| 25-34 jaar | 469 | 25,6 |
| 35-44 jaar | 570 | 31,1 |
| 45-54 jaar | 382 | 20,9 |
| >= 55 jaar | 290 | 15,8 |
| Totaal | 1.832 | 100 |
| Nationaliteit | ||
| Belg | 1.645 | 90,5 |
| Europese Unie | 114 | 6,3 |
| buiten de Europese Unie | 58 | 3,2 |
| Totaal | 1.817 | 100 |
| Burgerlijke staat | ||
| Vrijgezel | 629 | 34,5 |
| Uit de echt gescheiden | 417 | 22,9 |
| Gehuwd | 444 | 24,3 |
| Feitelijk gescheiden | 216 | 11,8 |
| Weduwe/weduwnaar | 118 | 6,5 |
| Totaal | 1.824 | 100 |
| Huishoudtype | ||
| Alleenstaande | 716 | 39,0 |
| (Echt)paar of samenwonend zonder kinderen | 203 | 11,1 |
| (Echt)paar of samenwonend met kinderen | 438 | 23,8 |
| Eenoudergezin | 421 | 22,9 |
| Ander huishoudtype | 59 | 3,2 |
| Totaal | 1.837 | 100 |
| Socio-professionele status | ||
| Zonder werk | 1.166 | 65,7 |
| Interim | 74 | 4,2 |
| Arbeider | 240 | 13,5 |
| Bediende | 120 | 6,8 |
| Ambtenaar | 65 | 3,7 |
| Zelfstandige | 8 | 0,5 |
| Gepensioneerd | 102 | 5,8 |
| Totaal | 1.775 | 100 |
| Statuut huisvesting | ||
| Huurder privé-woning | 1.032 | 56,8 |
| Huurder sociale woning | 348 | 19,2 |
| Eigenaar met hypothecair krediet | 192 | 10,6 |
| Eigenaar zonder hypothecair krediet | 133 | 7,3 |
| Onderdak | 72 | 4,0 |
| Medehuurder | 20 | 1,1 |
| Ander type huisvesting | 19 | 1,1 |
| Totaal | 1.816 | 100 |
bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 55.
Indien we de cijfers bekijken die betrekking hebben op alleenstaande personen en eenoudergezinnen, dan vallen de verschillen tussen mannen en vrouwen duidelijk op. Alleenstaande mannen komen in 63 % van de dossiers voor tegenover 37 % alleenstaande vrouwen. Het gemiddelde maandinkomen en de gemiddelde schuld ligt bij de mannen in deze categorie ook hoger dan bij de vrouwen.
Bij eenoudergezinnen
zijn het vooral vrouwen die beroep doen op een schuldbemiddelingsdienst:
86 % tegenover 14 % mannen. In het algemeen hebben vrouwen in deze groep
een iets lager inkomen en een lagere gemiddelde schuld dan mannen.
Tabel 3j: Uitsplitsing (in frequentie en %) van de aanvragers tot schuldbemiddeling voor alleenstaanden en eenoudergezinnen, gemiddeld maandinkomen en gemiddeld verschuldigd bedrag, Wallonië, 2005
| Frequentie | Percentage | Gemiddeld maandinkomen (in €) | Gemiddeld verschuldigd bedrag (in €) | |
| Alleenstaanden | ||||
| Man | 441 | 63 | 1.001 | 12.015 |
| Vrouw | 254 | 37 | 941 | 9.846 |
| Totaal | 695 | |||
| Eenoudergezinnen | ||||
| Man | 54 | 14 | 1.428 | 14.172 |
| Vrouw | 344 | 86 | 1.301 | 10.323 |
| Totaal | 398 |
bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 59.
In 2007 werd in Vlaanderen voor het eerst de schuldproblematiek opgemeten door het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling: exact 88.878 Vlaamse gezinnen kregen dat jaar schuldbemiddeling. 57.335 schulddossiers werden behandeld door de OCMW's of de Centra Algemeen Welzijnswerk. Er waren ook nog eens 31.543 dossiers die behandeld werden door advocaat-schuldbemiddelaars. Antwerpen (22.369) telt de meeste gezinnen in schuldbemiddeling, gevolgd door Oost-Vlaanderen (16.463) en West-Vlaanderen (16.184). Limburg heeft er 10.173. Vlaams-Brabant doet het relatief goed met 8.372 dossiers. In die getallen zijn niet de vele duizenden nog lopende dossiers meegerekend die al van voor 2007 in behandeling zijn bij advocaten-schuldbemiddelaars. Een evolutie van deze problematiek is vandaag moeilijk te maken aangezien er geen vergelijkbare gegevens bestaan van de voorbije jaren. Vanaf volgend jaar zal dit wel mogelijk zijn (bron: Antwoord van minister Vanackere op vraag nr. 331 van Gino De Craemer).
In Brussel stonden in
2007 6.230 personen op de lijst van wanbetalers, wat het drievoud is
van de 1.909 in 2004. Deze trend wordt ook bevestigd door het stijgend
aantal personen dat beroep doet op de schuldbemiddelingsdienst van het
OCMW. In 2007 behandelde het OCMW 609 dossiers, in 2003 waren dat er nog
maar 275. Zorgwekkend is dat vele schulden aangegaan worden om te voorzien
in de basisbehoeften, zoals huisvesting, energie, lopende uitgaven of
gezondheidszorg. Kredietschulden komen het vaakst voor (23%), gevolgd door
gezondheidszorg (19%), fiscale schulden (18%) en energie- (gas,
elektriciteit en water) en telefoonschulden (15%). Ook het feit dat steeds meer gezinnen uit de middenklasse
genoodzaakt zijn geld te lenen om aan het eind van de maand de eindjes aan
elkaar te knopen baart het OCMW zorgen. Door de stijgende vraag kan het
OCMW niet langer alle vragen verwerken (bron: De Morgen, Schuldbemiddeling bij Brussels OCMW meer
dan verdubbeld, 29/4/2008 en La Libre Belgique, Surendettement
grimpant et inquiétant, 29/4/2008).
Uit een recent onderzoek van Intrum Justitia bij ruim duizend wanbetalers blijkt dat 6 op de 10 mensen met een openstaande schuld meer dan één factuur niet betaald hebben en dus structureel in financiële moeilijkheden zitten. Bovendien zijn de verschuldigde bedragen sterk gestegen. In 2006 was nog ruim 40% van de wanbetalers maximaal 250 € schuldig. Die groep is nu gedaald tot slechts 15% van de gevallen. In 29% van de gevallen is de wanbetaler tegenwoordig zelfs meer dan 1.000 € schuldig. De betalingsachterstand is in de helft van de gevallen het gevolg van het feit dat de consument de factuur gewoonweg niet kan betalen. Nonchalance (vergeten te betalen, factuur niet ontvangen, ...) en betwistingen komen veel minder vaak voor. Gehuwden of samenwonenden met kinderen (waarvan 61% werkt) vertegenwoordigen de belangrijkste groep wanbetalers (43%), op de voet gevolgd door alleenstaanden (41,6%), waarvan de grootste groep geen kinderen heeft (63%). De belangrijkste leeftijdscategorie van wanbetalers zijn de mensen tussen 26 en 45 jaar (59%), waarvan 50% gehuwd of samenwonend met kinderen, 12% in koppel zonder kinderen, 20% alleenstaand zonder kinderen en 18% alleenstaand met kinderen zijn. 53% van de wanbetalers werkt (t.o.v. 51% in 2006 en 47% in 2005). Lager geschoolden hebben meer en grotere schulden. (bron: http://www.intrum.be/be-nl/nieuwsbrief/persberichten/20080904/Intrum_persbericht_NL.pdf)
Laatste aanpassing: 27/01/09