S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franÁais

Feiten en cijfers

 

Hoeveel personen in BelgiŽ hebben te kampen met overmatige schuldenlast?

Laatste aanpassing : 19/04/2017

In 2016 waren 370.701 personen in ons land geregistreerd met schuldoverlast. Dit cijfer heeft enkel betrekking op achterstallen bij consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Schulden die verband houden met huur, gezondheidszorgen, telecommunicatie, energie en water... zijn hierin niet opgenomen. In 2015 had de afbetaling van consumptieschulden tot gevolg dat het inkomen van 5 % van de bevolking (verder) onder de armoederisicogrens daalde. 6 % van de bevolking leefde in een huishouden met 2 of meer betalingsachterstallen voor basisbehoeften (bijvoorbeeld elektriciteit, water, gas, huur, gezondheid);  bij personen met een armoederisico bedroeg dit percentage 23 %.


Toelichting:

We lichten ons antwoord toe aan de hand van de volgende punten:

1. Het belang van de schuldenlast
2. Het aantal personen met overmatige schuldenlast

3. Het soort schulden

 

1. Het belang van de schuldenlast

De problematiek van de schuldenlast en overmatige schulden kwam uitvoerig aan bod tijdens het Indicatorenproject georganiseerd door het Steunpunt tot bestrijding van armoede. De aanwezigheid van schulden is een veel voorkomend kenmerk van armoede.

Het percentage personen dat leeft in een huishouden met twee of meer achterstallen op de betaling van verschuldigde bedragen voor een basisdienst (elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek en/of gezondheidszorgen) bedraagt in 2015 6 %. Bij personen met een armoederisico  loopt dit op tot 23 %.
Voor 5 % van de bevolking heeft de afbetaling van consumptieschulden tot gevolg dat het inkomen (verder) onder de armoederisicogrens daalt.

Tabel 3a: Het percentage personen in een huishouden met minstens 2 achterstallen voor 1 of meer basisitems (facturen van elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek, gezondheidszorgen) en het percentage personen van wie het gezinsinkomen (verder) onder de armoederisicolijn komt na afbetaling van consumptieschulden, BelgiŽ, 2015

% personen in een huishouden met minstens 2 achterstallen voor 1 of meer basisitems (facturen van elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek, gezondheidszorgen)
- bij de totale bevolking
- groep inkomen < AROP (*)
 


6,3
22,8

% personen onder de armoederisicolijn na afbetaling van consumptieschulden 5,3

bron: EU-SILC zoals opgenomen in de Interfederale armoedebarometer, geconsulteerd 19/04/2017
(*) AROP staat voor At-risk-of-poverty. Volgens de AROP-definitie heeft iemand een verhoogd risico op armoede wanneer hij een inkomen heeft dat lager is dan 60
% van het nationaal mediaan inkomen. Zie de fiche op deze site: 'Hoeveel mensen lopen gevaar in armoede te geraken ?'

                       

2. Het aantal personen met overmatige schuldenlast

Eind 2016 registreerde de Nationale Bank van BelgiŽ 370.701 personen met wanbetalingen bij consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Dit komt overeen met 3,8 % van de meerderjarige bevolking. In vergelijking met eind 2015 is dit een toename van 1,7 %.
In 2016 waren er 555.936 achterstallige contracten.  In vergelijking met 2015, is dit een stijging van 1,5 %.
Het totale achterstallige bedrag bedraagt 3,1 miljard euro, een daling met 1,1 % tegenover eind 2015.
(bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2016)

Tabel 3b: Aantal achterstallige kredietnemers en kredietovereenkomsten, BelgiŽ, 2010-2016

Jaar  

Aantal personen Aantal achterstallige contracten
2010 308.803 448.725
2011 319.092 460.493
2012 330.129 482.620
2013 341.416 503.544
2014 350.635 522.840
2015 364.385 547.515
2016 370.701 555.936

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2016

In verhouding tot de bevolking van elke regio, tellen Brussel en WalloniŽ met respectievelijk 5,6 % en 5,4 % proportioneel het meeste achterstallige kredietnemers. Voor Vlaanderen gaat het om 2,7 %.
In vergelijking met 2015, is het aandeel van de kredietnemers met een achterstallig consumentenkrediet in 2016 gelijk gebleven in WalloniŽ, terwijl het in Vlaanderen licht is toegenomen. In Brussel is er een meer uitgesproken stijging.
(bron: Centrale voor kredieten aan particulieren,
Statistieken 2016)

Naar type overeenkomst zijn er aanzienlijke verschillen. De achterstallige contracten situeren zich voor meer dan de helft bij kredietopeningen (57,8 % in 2016).
In vergelijking met het jaar voordien stijgt het aantal achterstallige contracten bij de kredietopeningen (+ 3,9 %), maar neemt af bij zowel de verkopen op afbetaling (- 3,2 %), de hypothecaire kredieten (- 2,0 %) als de leningen op afbetaling (- 0,9 %).

Tabel 3c: Achterstallige contracten volgens kredietvorm* (aantal en percentage), BelgiŽ, 2010-2016

  2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
  Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal %
Leningen op afbetaling 163.765 36,5 163.462 35,5 162.067 33,6 161.880 32,1 161.349 30,9 160.282 29,3 158.765 28,6
Verkopen op afbetaling 46.207 10,3 46.716 10,1 46.254 9,6 45.864 9,1 44.932 8,6 44.092 8,1 42.696 7,7
Financieringshuren 834 0,2 60 0,0 0 0,0 0 0,0 0 0,0 0 0,0 0 0,0
Kredietopeningen 210.241 46,9 22.281 47,7 243.790 50,5 263.460 52,3 282.554 54,0 309.432 56,5 321.434 57,8
Hypothecaire kredieten 27.678 6,2 28.974 6,3 30.509 6,3 32.340 6,4 34.005 6,5 33.709 6,2 33.041 5,9
Totaal 448.725   460.493   482.620   503.544   522.840   547.515   555.936  

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2016
*Voor een toelichting omtrent het type kredietovereenkomst/financiŽle verbintenis: zie C
entrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2016, p.72-73

Er bestaat een duidelijk verband tussen het aantal achterstallige kredieten van een kredietnemer en de mate waarin deze laatste een beroep doet op de procedure van collectieve schuldenregeling. Deze gerechtelijke procedure houdt een afbetalingsplan in van alle schulden bij een schuldbemiddelaar onder toezicht van een magistraat en is door de wet ingesteld vanaf 1 januari 1999. Eind 2016 heeft 10,9 % van de personen met ťťn betalingsachterstand een collectieve schuldenregeling (grafiek 3a).  Dit percentage loopt op tot 42,4 % indien de kredietnemer vijf of meer betalingsachterstanden heeft. Dit laatste cijfer toont echter ook aan dat meer dan de helft van de kredietnemers met zeer zware schulden, (nog) geen beroep doet op de procedure van collectieve schuldenregeling. (bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2016

Grafiek 3a: Percentage van de personen met een achterstallig contract die een beroep doen op de procedure van collectieve schuldenregeling, 2016

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2016, p. 58

In 2016 werden 15.355 nieuwe aanvragen van personen die een beroep deden op de procedure van collectieve schuldenregeling door de rechtbanken toelaatbaar verklaard (- 3,3 % in vergelijking met 2015). Op het einde van 2016 staan in de Centrale voor kredieten aan particulieren 95.569 lopende procedures geregistreerd.  Tegenover 2015, is dit een daling met 2,1 %.
De oorzaken van overmatige schuldenlast beperken zich niet tot het krediet: 28,7 % van de personen doet een beroep op de procedure van collectieve schuldenregeling zonder met een achterstallige kredietovereenkomst geregistreerd te zijn. Consumenten kampen immers vaak ook met andere betalingsmoeilijkheden, zoals bijvoorbeeld schulden met betrekking tot gezondheidszorg, energie- en telefoonfacturen, huur of fiscale schulden. (bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2016
, p.14)

 

3. Het soort schulden

Zowel in Vlaanderen als in WalloniŽ heeft het overgrote merendeel van de huishoudens niet-kredietgerelateerde schulden.
Uit gegevens van erkende instellingen voor schuldbemiddeling, blijkt dat in de meeste dossiers mee
rdere soorten schulden voorkomen. 
Tabel 3d geeft een overzicht van enkele veel voorkomende schulden. 
De gegevens dateren van 2015.
Schulden ten gevolge van nutsvoorzieningen en gezondheidszorgschulden komen het meest voor.

Tabel 3d: Aanwezigheid van schuldensoorten in dossiers voor schuldbemiddeling, 2015

Soorten schulden

Regio

 

WalloniŽ

Vlaanderen

Kredietschulden

 

 

Leningen op afbetaling

38,7 %

32,6 %

Kredietopening

46,2 %

26,5 %

Verkoop op afbetaling

10,9 %

15,9 %

Hypothecair krediet

7,0 %

6,3 %

Dagdagelijkse schulden

 

 

Energieschulden/Nutsvoorzieningen

58,4 %

59,8 %

Gezondheidsschulden

56,6 %

51,4 %

Telecomschulden

 

43,8 %

Huurschulden

18,9 %

32,2 %

Schulden t.a.v. overheden

 

 

Fiscale schulden

 

43,7 %

bronnen: l'Observatoire du Crťdit et de l'Endettement, Rapport gťnťral 2015. Chapitre 3 : La consommation et le crťdit aux particuliers, p. 50 en 55; Vlaams Centrum Schuldenlast, Cijfer-en profielgegevens van de Vlaamse huishoudens in budget- en/of schuldhulpverlening anno 2015, p. 30-31

De uitwisseling binnen het Indicatorenproject georganiseerd door het Steunpunt tot bestrijding van armoede, toonden aan dat wanneer over armoede gesproken wordt, twee soorten schulden moeten onderscheiden worden:
- schulden die
te maken hebben met het afbetalen van consumptiegoederen. Deze schulden zijn niet kenmerkend voor een bepaalde bevolkingsgroep.
- schulden
betreffende specifieke kosten: gas- en elektriciteitsrekening, schoolkosten en medische kosten, met name de ziekenhuiskosten. Nochtans houden ze verband met rechten zoals het recht op bescherming van de gezondheid, het recht op onderwijs, het recht op huisvesting.

Laatste aanpassing : 19/04/2017