S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

Hoeveel personen in België hebben te kampen met overmatige schuldenlast?

In 2007 waren 338.933 personen in ons land geregistreerd met schuldoverlast. Dit cijfer heeft enkel betrekking op consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Schulden die verband houden met huur, gezondheidszorgen, telecommunicatie, energie... zijn hierin niet opgenomen. In 2006 had de afbetaling van consumptieschulden tot gevolg dat het inkomen van 5% van de bevolking (verder) onder de armoederisicogrens daalde. 6% van de bevolking leefde in een huishouden met 2 of meer betalingsachterstallen voor basisbehoeften (bvb. elektriciteit, water, gas, huur, gezondheid).


Toelichting:

Vele mensen die in armoede leven hebben te maken met overmatige schuldenlast. Voor 5% van de bevolking heeft de afbetaling van consumptieschulden tot gevolg dat het inkomen (verder) onder de armoederisicogrens daalt. Het percentage huishoudens dat twee of meer achterstallen heeft op de betaling van verschuldigde bedragen voor een basisdienst (elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek en/of gezondheidszorgen) bedraagt in 2006 6%.


Tabel 3a:
Het percentage personen van wie het gezinsinkomen (verder) onder de armoederisicolijn komt na afbetaling van consumptieschulden en het percentage personen in een huishouden met minstens 2 achterstallen voor 1 of meer basisitems (facturen van elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek, gezondheidszorgen), België, 2006

% personen onder de armoederisicolijn na afbetaling van consumptieschulden 5,1
% personen in een huishouden met minstens 2 achterstallen voor 1 of meer basisitems (facturen van elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek, gezondheidszorgen) 5,7

bron: EU-SILC berekend door het Centrum voor Sociaal Beleid (UA)/ADSEI zoals opgenomen in NAPincl 2008-2010: indicatoren

 

Eind 2007 registreerde de Nationale Bank van België 338.933 personen (+ 0,3 % in vergelijking met 2006) met wanbetalingen bij consumentenkredieten en hypothecaire leningen  en 490.908 achterstallige contracten (-0,3 % in vergelijking met 2006). Het totale achterstallige bedrag bedraagt 1,77 miljard euro (+ 0,5 % in vergelijking met 2006). 4 % van de meerderjarige Belgische bevolking kampt met kredietschulden (bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken).

Tabel 3b: Aantal achterstallige personen en contracten, België, 2000-2007

Jaar  

Aantal personen Aantal achterstallige contracten
2000 385.465 517.690
2001 397.451 541.518
2002 402.589 552.030
2003 353.520 507.145
2004 349.665 508.039
2005 343.020 501.102
2006 337.755 492.177
2007 338.933 490.908

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2004), Statistieken, p. 7, (2006), Statistieken, p. 17 en (2007), Statistieken, p. 17

 

Tabel 3c: Aantal bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank geregistreerde personen met achterstallige contracten als percentage van de volwassen bevolking, België, 1995-2007

1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003* 2004 2005 2006 2007
4,4 4,5 4,5 4,6 4,7 4,8 4,9 5 4,3 4,2 4,2 4,1 4,0

(*) Breuk in de serie ingevolge een wijziging van de wetgeving.
bron: Centrale voor Kredieten aan Particulieren - Nationale Bank van België
zoals opgenomen in NAPIncl 2005-2006, Indicatoren, p.54, Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 47

 

Opmerking: De daling van het aantal wanbetalers en achterstallige contracten in 2003 heeft vooral te maken met enkele wettelijke technische ingrepen. Het belangrijkste effect komt voort uit het feit dat vanaf 1 juni 2003 de geregulariseerde achterstallige contracten nog slechts gedurende 1 jaar in de statistieken worden opgenomen, terwijl dit tot 31 mei 2003 gedurende 2 jaar het geval was. Vandaar een groot aantal schrappingen. Hierdoor is het moeilijk om vergelijkingen te maken tussen de verschillende jaren (bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2005), Statistieken).
 

Wanbetalingen komen verhoudingsgewijs het meest voor bij jongere kredietnemers tussen 25 en 34 jaar (6,7 % van de totale bevolking in die categorie). Dit percentage neemt stelselmatig af met de ouderdom van de kredietnemers.


Tabel 3d:
Achterstallige contracten volgens leeftijdscategorie, (toestand einde periode - aantal en percentage), 2003-2007

  2003 2004 2005 2006 2007
  Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal %
Personen van 18 tot 24 jaar 20.603 5,8 % 20.059 5,7 % 18.851 5,5 % 18.325 5,4 % 19.253 5,7 %
Personen van 25 tot 34 jaar 95.846 27,1 % 95.139 27,2 % 92.730 27,0 % 90.918 26,9 % 91.455 27,0 %
Personen van 35 tot 44 jaar 106.263 30,0 % 103.656 29,7 % 101.495 29,6 % 99.251 29,4 % 98.641 29,1 %
Personen van 45 tot 54 jaar 79.087 22,4 % 78.701 22,5 % 77.687 22,7 % 76.856 22,8 % 76.350 22,5 %
Personen van 55 tot 64 jaar 35.565 10,1 % 36.071 10,3 % 36.362 10,6 % 36.790 10,9 % 37.589 11,1 %
Personen van 65 jaar of ouder 16.156 4,6 % 16.039 4,6 % 15.895 4,6 % 15.615 4,6 % 15.645 4,6 %

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 43

 

Grafiek 1: Aandeel van de meerderjarige bevolking met ten minste één achterstallig contract per leeftijdscategorie, 2007

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 43


 

De uitsplitsing van de kredietnemers met een betalingsachterstand volgens hun verblijfplaats toont dat 45,8 % gedomicilieerd in Wallonië, tegenover 39,3 % in Vlaanderen en 11,7 % in Brussel. Eén op twintig kredietnemers uit Vlaanderen kampt met een betalingsachterstand (5,2 %), terwijl dit voor kredietnemers uit Wallonië en Brussel oploopt tot bijna één op tien (respectievelijk 9,4 % en 9,9 %). In verhouding tot de meerderjarige bevolking van elke regio telt Wallonië proportioneel het meeste kredietnemers met een betalingsachterstand (5,4 %), gevolgd door Brussel (4,9 %) en Vlaanderen (2,8 %).

 

Tabel 3e: Aantal bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank geregistreerde personen met achterstallige contracten als percentage van de volwassen bevolking naar provincie, 2007

Vl. Brabant 2,4
Antwerpen 2,7
Limburg 2,8
Oost-Vlaanderen 2,9
West-Vlaanderen 2,8
Waals Brabant 3,4
Luxemburg 4,7
Brussel Hoofdstad 4,9
Luik 5,6
Namen 5,6
Henegouwen 6,8

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 46-47

 

De meeste betalingsmoeilijkheden komen voor bij de kredietopeningen en de leningen op afbetaling.

Tabel 3f: Achterstallige contracten volgens kredietvorm (toestand einde periode - aantal en percentage), 2003-2007

  2003 2004 2005 2006 2007
  Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal %
Leningen op afbetaling 205.988 40,6 % 201.693 39,7 % 191.833 38,2 % 184.042 37,4 % 180.117 36,7 %
Verkopen op afbetaling 59.957 11,8 % 56.603 11,1 % 54.708 10,9 % 54.591 11,1 % 54.270 11,1 %
Financieringshuren 5.759 1,2 % 4.968 1,0 % 4.441 0,9 % 3.867 0,8 % 3.442 0,7 %
Kredietopeningen 190.226 37,5 % 200.908 39,6 % 208.082 41,5 % 209.265 42,5 % 215.023 43,8 %
Hypothecaire kredieten 45.215 8,9 % 43.867 8,6 % 42.038 8,4 % 40.412 8,2 % 38.056 7,8 %

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 20

 

Grafiek2 splitst het aantal uitstaande kredieten en hun betalingsachterstanden per kredietvorm uit over de kredietinstellingen en de overige kredietgevers. Met uitzondering van de verkopen op afbetaling blijkt dat de kredieten toegekend door kredietinstellingen minder betalingsmoeilijkheden kennen dan de kredieten toegekend door andere instellingen. Vooral bij de hypothecaire kredieten is dit verschil opvallend. Er kan eveneens vastgesteld worden dat 72,2 % van de achterstallige kredietopeningen werd toegekend door niet-bancaire kredietgevers. In bedrag vertegenwoordigen deze laatste echter niet meer dan 54,8 % van de totale achterstand van deze kredietvorm. Dit wordt verklaard door het feit dat het gemiddelde achterstallige bedrag bij een kredietopening toegekend door een niet-bancaire kredietgever kleiner is dan bij achterstallige kredietopeningen die afgesloten werden door kredietinstellingen, respectievelijk 1.206 € tegenover 2.581 €.


Grafiek 2: Verdeling van het aantal contracten (totaal van de contracten en achterstallige contracten) tussen kredietinstellingen en overige instellingen: leningen op afbetaling, verkopen op afbetaling, kredietopeningen en hypothecaire kredieten, 2007

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p.29

 

Steeds meer kredietnemers met een betalingsachterstand doen een beroep op de procedure van collectieve schuldenregeling. Deze gerechtelijke procedure houdt een afbetalingsplan in van alle schulden voor een schuldbemiddelaar onder toezicht van een magistraat en is door de wet ingesteld vanaf 1 januari 1999. Ongeveer een vijfde van alle kredietnemers met een betalingsachterstand of 64.493 personen zitten in deze procedure, een stijging is met 12,5 % in vergelijking met 2006. Drie op de tien personen zijn echter met geen enkele achterstallige kredietovereenkomst in de Centrale voor kredieten aan particulieren geregistreerd. Dit toont aan dat de oorzaken van overmatige schuldenlast zich niet beperken tot het krediet: consumenten kampen immers vaak ook met andere betalingsmoeilijkheden, zoals bijvoorbeeld schulden met betrekking tot energie- en telefoonfacturen, huur of fiscale schulden.
 

Tabel 3g: Personen met een collectieve schuldenregeling, in functie van hun aantal achterstallige contracten (toestand eind 2007 - aantal en percentage), 2006-2007

  Toelaatbaar Minnelijke regeling Gerechtelijke regeling
  2007 2006 2007 2006 2007 2006
  Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
Personen zonder contracten 13.913 21,6 % 12.093 21,1 % 3.886 18,6 % 3.201 17,7 % 1.987 28,9 % 1.862 27,8 %
Personen met enkel contracten zonder betalingsachterstand 5.919 9,2 % 4.751 8,3 % 1.737 8,3 % 1.348 7,5 % 748 10,9 % 662 9,9 %
Personen met 1 achterstallig contract 14.931 23,2 % 13.058 22,8 % 4.318 20,7 % 3.629 20,1 % 1.380 20,1 % 1.338 20,0 %
Personen met 2 achterstallige contracten 10.410 16,1 % 9.138 15,9 % 3.331 16,0 % 2.908 16,1 % 891 13,0 % 874 13,0 %
Personen met 3 achterstallige contracten 6.841 10,6 % 6.135 10,7 % 2.450 11,7 % 2.126 11,8 % 538 7,8 % 558 8,3 %
Personen met 4 achterstallige contracten 4.343 6,7 % 3.942 6,9 % 1.564 7,5 % 1.486 8,2 % 423 6,2 % 410 6,1 %
Personen met vijf achterstallige contracten of meer 8.136 12,6 % 8.211 14,3 % 3.576 17,1 % 3.352 18,6 % 903 13,1 % 1.000 14,9 %
Totaal 64.493 100 % 57.328 100 % 20.862 100 % 18.050 100 % 6.870 100 % 6.704 100 %

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren (2007), Statistieken, p. 50 en (2006), Statistieken, p. 44
 

Om een idee te krijgen over de omvang van de "andere schulden" (o.a. fiscale, onderhouds-, huur-, gezondheidszorg, gas-, elektriciteits-, telefoon- en waterschulden) is het interessant de analyses van het Observatoire du Crédit et de l'Endettement te bekijken. Dit Observatorium analyseert sinds zijn oprichting zowel de aard en het niveau van de overmatige schuldenlast als de sociaal-economische kenmerken van een steekproef van personen met financiële moeilijkheden die zich wenden tot schuldbemiddelingsdiensten die erkend zijn door het Waalse Gewest (bron: Observatoire du Crédit et de l'Endettement (2004), Krediet en schuldenlast van gezinnen. Het Observatoire bestaat 10 jaar, p. 11-15).

Opmerking: Niet alle dossiers met schuldoverlast zijn in de cijfers van het Observatoire du Crédit et de l'Endettement opgenomen:

bullet

niet alle dossiers behandeld door schuldbemiddelingsdiensten worden gesubsidieerd. Hun aantal is niet gekend en bijgevolg niet opgenomen;

bullet

het aantal dossiers dat behandeld wordt door advocaten, notarissen en deurwaarders is niet opgenomen;

bullet

niet alle personen met schuldoverlast doen beroep op schuldbemiddeling.

(bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 53).


Uit de gegevens
van 2005 blijkt dat in Wallonië kredietschulden (zowel hypothecair krediet als consumentenkrediet) in 66% van de schuldbemiddelingsdossiers voorkomt. 34 % van de huishoudens die zich wenden tot een schuldbemiddelingsdienst hebben bijgevolg geen kredietschulden. 92 % van de dossiers bevat niet-kredietschulden.
Als we kijken naar het consumentenkrediet (in 63 % van de dossiers), blijkt dat kredietopeningen een grote plaats innemen (45 % van de dossiers). Dit kan worden verklaard door het feit dat het gebruik van een kredietopening flexibel is. De kredietnemer kan zelf beslissen hoeveel en wanneer hij leent. De terugbetaling kan gespreid worden over verschillende maanden. Meestal worden kredietopeningen aangeboden door winkels en postorderbedrijven. Zij fungeren daarbij als tussenpersonen. Voorbeelden zijn de Passkaart (Carrefour), M-card (Makro), Isis-kaart en de Comfort Card. Vaak zijn het echter dure leningen die te gemakkelijk worden toegekend.
Het gemiddelde bedrag van de leningen op afbetalingen ( in 44 % van de dossiers) bedraagt 12.836 €. Het feit dat dergelijke leningen hoofdzakelijk aangewend worden om aankopen te financieren die het maandelijkse budget overschrijden (bvb. auto, wooninrichting...) verklaart dit hoge bedrag.
Binnen de categorie "diverse schulden" nemen de basisbehoeften zoals gezondheidszorg (58 % van de dossiers) en g
as en elektriciteit (48 %) een belangrijke plaats in. Het gemiddelde verschuldigde bedrag overstijgt zelden 1000 €. De hoogste gemiddelde verschuldigde bedragen vallen voor rekening van privéschulden, schulden door belastingen, huurschulden, alimentatieschulden en gezondheidszorgschulden. Het is tenslotte opmerkelijk dat 19 % van de huishoudens die beroep doen op een schuldbemiddelingsdienst schulden hebben bij postorderbedrijven (bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 53 en 60 -61).


Tabel 3h: F
requentie van de dossiers en gemiddeld bedrag van de schulden per schuldencategorie behandeld door erkende schuldbemiddelingsdiensten, Wallonië, 2005

  Frequentie in % Gemiddeld verschuldigde bedrag in €
Aard van de schuld    
Kredietschulden 66  
Andere schulden 92  
Hypothecair krediet 10 42.596
Consumentenkrediet 63  
Lening op afbetaling 44 12.836
Verkoop op afbetaling 5 3.501
Kredietopeningen 45 4.300
Bankrekening in het rood (découvert bancaire) 16 1.531
Diverse schulden    
Gezondheidszorgschulden 58 1.067
Gas- en elektriciteitsschulden 48 872
Telefoonschulden 39 693
Fiscale schulden : belastingen 33 3.027
Waterschulden 25 498
Verzekeringsschulden 23 548
Huurschulden 22 2.044
Schulden door "postorderverkoop" 19 537
Fiscale schulden: geldboete 15 899
Fiscale schulden: onroerende voorheffing 7 512
Privéschulden 6 3.805
Alimentatieschulden 2 1.271
Huisvestingsschulden 3 518
Schulden i.v.m. openbaar vervoer 2 276
Kinderopvang- en schoolschulden 2 490
Andere schulden 41 2.151
Andere fiscale schulden 60 681

bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 61.

 

Tabellen 3i en 3j schetsen het profiel van de personen die zich tot schuldbemiddelingsdiensten in Wallonië wenden.

De aanwezigheid van mannen en vrouwen in schuldbemiddelingsdossiers is niet erg verschillend: vrouwen zijn 52 % aanwezig, mannen 48 %.
Personen tussen 25 en 54 jaar vertegenwoordigen 78 % van de huishoudens met schuldoverlast.
91 % heeft de Belgische nationaliteit.
Slechts 24 % van de aanvragers tot schuldbemiddeling is gehuwd. Aangezien een aanzienlijk deel samenwonend is en deze categorie niet opgenomen is, kan men zich vragen stellen over het belang van dit cijfer.
Ongeveer 62 % van de huishoudens bestaat uit 1 volwassene: ofwel gaat het om alleenstaanden (39 %) ofwel om eenoudergezinnen (23 %). Koppels zijn in het algemeen minder aanwezig (35 %). Koppels met kinderen zijn wel dubbel zo vaak vertegenwoordigd als koppels zonder kinderen (respectievelijk 24 % en 11 %).
66 % van de aanvragers heeft geen werk. Arbeiders (14 %), bedienden (7 %) en gepensioneerden (6 %) volgen op ruime afstand.
76 % is huurder, waarvan drie vierden op de privé-markt huurt. 18 % is eigenaar, waarvan de meerderheid een hypothecaire lening heeft.
 

Tabel 3i: Uitsplitsing (in  frequentie en %) van de aanvragers tot schuldbemiddeling volgens geslacht, leeftijd, nationaliteit, burgerlijke staat, huishoudtype, socioprofessionele status en huisvesting, Wallonië, 2005.

  Frequentie Percentage
Geslacht    
Man 1.136 48
Vrouw 1.239 52
Totaal 2.375 100
Leeftijd    
< 25 jaar 121 6,6
25-34 jaar 469 25,6
35-44 jaar 570 31,1
45-54 jaar 382 20,9
>= 55 jaar 290 15,8
Totaal 1.832 100
Nationaliteit    
Belg 1.645 90,5
Europese Unie 114 6,3
buiten de Europese Unie 58 3,2
Totaal 1.817 100
Burgerlijke staat    
Vrijgezel 629 34,5
Uit de echt gescheiden 417 22,9
Gehuwd 444 24,3
Feitelijk gescheiden 216 11,8
Weduwe/weduwnaar 118 6,5
Totaal 1.824 100
Huishoudtype    
Alleenstaande 716 39,0
(Echt)paar of samenwonend zonder kinderen 203 11,1
(Echt)paar of samenwonend met kinderen 438 23,8
Eenoudergezin 421 22,9
Ander huishoudtype 59 3,2
Totaal 1.837 100
Socio-professionele status    
Zonder werk 1.166 65,7
Interim 74 4,2
Arbeider 240 13,5
Bediende 120 6,8
Ambtenaar 65 3,7
Zelfstandige 8 0,5
Gepensioneerd 102 5,8
Totaal 1.775 100
Statuut huisvesting    
Huurder privé-woning 1.032 56,8
Huurder sociale woning 348 19,2
Eigenaar met hypothecair krediet 192 10,6
Eigenaar zonder hypothecair krediet 133 7,3
Onderdak 72 4,0
Medehuurder 20 1,1
Ander type huisvesting 19 1,1
Totaal 1.816 100

bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 55.

 

Indien we de cijfers bekijken die betrekking hebben op alleenstaande personen en eenoudergezinnen, dan vallen de verschillen tussen mannen en vrouwen duidelijk op. Alleenstaande mannen komen in 63 % van de dossiers voor tegenover 37 % alleenstaande vrouwen. Het gemiddelde maandinkomen en de gemiddelde schuld ligt bij de mannen in deze categorie ook hoger dan bij de vrouwen.

Bij eenoudergezinnen zijn het vooral vrouwen die beroep doen op een schuldbemiddelingsdienst: 86 % tegenover 14 % mannen. In het algemeen hebben vrouwen in deze groep een iets lager inkomen en een lagere gemiddelde schuld dan mannen.
 

Tabel 3j: Uitsplitsing (in  frequentie en %) van de aanvragers tot schuldbemiddeling voor alleenstaanden en eenoudergezinnen, gemiddeld maandinkomen en gemiddeld verschuldigd bedrag, Wallonië, 2005

  Frequentie Percentage Gemiddeld maandinkomen (in €) Gemiddeld verschuldigd bedrag (in €)
Alleenstaanden        
Man 441 63 1.001 12.015
Vrouw 254 37 941 9.846
Totaal 695      
Eenoudergezinnen        
Man 54 14 1.428 14.172
Vrouw 344 86 1.301 10.323
Totaal 398      

bron: IWEPS (2007), Rapport sur la cohésion sociale en Région wallonne. Volet statistique, p. 59.

 

In 2007 werd in Vlaanderen voor het eerst de schuldproblematiek opgemeten door het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling: exact 88.878 Vlaamse gezinnen kregen dat jaar schuldbemiddeling. 57.335 schulddossiers werden behandeld door de OCMW's of de Centra Algemeen Welzijnswerk. Er waren ook nog eens 31.543 dossiers die behandeld werden door advocaat-schuldbemiddelaars. Antwerpen (22.369) telt de meeste gezinnen in schuldbemiddeling, gevolgd door Oost-Vlaanderen (16.463) en West-Vlaanderen (16.184). Limburg heeft er 10.173. Vlaams-Brabant doet het relatief goed met 8.372 dossiers. In die getallen zijn niet de vele duizenden nog lopende dossiers meegerekend die al van voor 2007 in behandeling zijn bij advocaten-schuldbemiddelaars. Een evolutie van deze problematiek is vandaag moeilijk te maken aangezien er geen vergelijkbare gegevens bestaan van de voorbije jaren. Vanaf volgend jaar zal dit wel mogelijk zijn (bron: Antwoord van minister Vanackere op vraag nr. 331 van Gino De Craemer).

 

In Brussel stonden in 2007 6.230 personen op de lijst van wanbetalers, wat het drievoud is van de 1.909 in 2004. Deze trend wordt ook bevestigd door het stijgend aantal personen dat beroep doet op de schuldbemiddelingsdienst van het OCMW. In 2007 behandelde het OCMW 609 dossiers, in 2003 waren dat er nog maar 275. Zorgwekkend is dat vele schulden aangegaan worden om te voorzien in de basisbehoeften, zoals huisvesting, energie, lopende uitgaven of gezondheidszorg. Kredietschulden komen het vaakst voor (23%), gevolgd door gezondheidszorg (19%), fiscale schulden (18%) en energie- (gas, elektriciteit en water) en telefoonschulden (15%). Ook het feit dat steeds meer gezinnen uit de middenklasse genoodzaakt zijn geld te lenen om aan het eind van de maand de eindjes aan elkaar te knopen baart het OCMW zorgen. Door de stijgende vraag kan het OCMW niet langer alle vragen verwerken (bron: De Morgen, Schuldbemiddeling bij Brussels OCMW meer dan verdubbeld, 29/4/2008 en La Libre Belgique, Surendettement grimpant et inquiétant, 29/4/2008).
 

Uit een recent onderzoek van Intrum Justitia bij ruim duizend wanbetalers blijkt dat 6 op de 10 mensen met een openstaande schuld meer dan één factuur niet betaald hebben en dus structureel in financiële moeilijkheden zitten. Bovendien zijn de verschuldigde bedragen sterk gestegen. In 2006 was nog ruim 40% van de wanbetalers maximaal 250 € schuldig. Die groep is nu gedaald tot slechts 15% van de gevallen. In 29% van de gevallen is de wanbetaler tegenwoordig zelfs meer dan 1.000 € schuldig. De betalingsachterstand is in de helft van de gevallen het gevolg van het feit dat de consument de factuur gewoonweg niet kan betalen. Nonchalance (vergeten te betalen, factuur niet ontvangen, ...) en betwistingen komen veel minder vaak voor. Gehuwden of samenwonenden met kinderen (waarvan 61% werkt) vertegenwoordigen de belangrijkste groep wanbetalers (43%), op de voet gevolgd door alleenstaanden (41,6%), waarvan de grootste groep geen kinderen heeft (63%). De belangrijkste leeftijdscategorie van wanbetalers zijn de mensen tussen 26 en 45 jaar (59%), waarvan 50% gehuwd of samenwonend met kinderen, 12% in koppel zonder kinderen, 20% alleenstaand zonder kinderen en 18% alleenstaand met kinderen zijn. 53% van de wanbetalers werkt (t.o.v. 51% in 2006 en 47% in 2005). Lager geschoolden hebben meer en grotere schulden. (bron: http://www.intrum.be/be-nl/nieuwsbrief/persberichten/20080904/Intrum_persbericht_NL.pdf)

 

Laatste aanpassing: 27/01/09