S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franÁais

Feiten en cijfers

 

Hoeveel personen in BelgiŽ hebben te kampen met overmatige schuldenlast?

Laatste aanpassing : 20/09/2016

In 2015 waren 364.385 personen in ons land geregistreerd met schuldoverlast. Dit cijfer heeft enkel betrekking op achterstallen bij consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Schulden die verband houden met huur, gezondheidszorgen, telecommunicatie, energie en water... zijn hierin niet opgenomen. In 2015 had de afbetaling van consumptieschulden tot gevolg dat het inkomen van 5 % van de bevolking (verder) onder de armoederisicogrens daalde. 6 % van de bevolking leefde in een huishouden met 2 of meer betalingsachterstallen voor basisbehoeften (bijvoorbeeld elektriciteit, water, gas, huur, gezondheid);  bij personen met een armoederisico bedroeg dit percentage 23 %.


Toelichting:

We lichten ons antwoord toe aan de hand van de volgende punten:

1. Het belang van de schuldenlast
2. Het aantal personen met overmatige schuldenlast

3. Het soort schulden

 

1. Het belang van de schuldenlast

De problematiek van de schuldenlast en overmatige schulden kwam uitvoerig aan bod tijdens het Indicatorenproject georganiseerd door het Steunpunt tot bestrijding van armoede. De aanwezigheid van schulden is een veel voorkomend kenmerk van armoede.

Het percentage personen dat leeft in een huishouden met twee of meer achterstallen op de betaling van verschuldigde bedragen voor een basisdienst (elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek en/of gezondheidszorgen) bedraagt in 2015 6 %. Bij personen met een armoederisico  loopt dit op tot 23 %.
Voor 5 % van de bevolking heeft de afbetaling van consumptieschulden tot gevolg dat het inkomen (verder) onder de armoederisicogrens daalt.

Tabel 3a: Het percentage personen in een huishouden met minstens 2 achterstallen voor 1 of meer basisitems (facturen van elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek, gezondheidszorgen) en het percentage personen van wie het gezinsinkomen (verder) onder de armoederisicolijn komt na afbetaling van consumptieschulden, BelgiŽ, 2015

% personen in een huishouden met minstens 2 achterstallen voor 1 of meer basisitems (facturen van elektriciteit, water, gas, huur, hypotheek, gezondheidszorgen)
- bij de totale bevolking
- groep inkomen < AROP (*)
 


6,3
22,8

% personen onder de armoederisicolijn na afbetaling van consumptieschulden 5,3

bron: EU-SILC zoals opgenomen in de Interfederale armoedebarometer, geconsulteerd 20/09/2016.
(*) AROP staat voor At-risk-of-poverty. Volgens de AROP-definitie heeft iemand een verhoogd risico op armoede wanneer hij een inkomen heeft dat lager is dan 60
% van het nationaal mediaan inkomen. Zie de fiche op deze site: 'Hoeveel mensen lopen gevaar in armoede te geraken ?'

                       

2. Het aantal personen met overmatige schuldenlast

Eind 2015 registreerde de Nationale Bank van BelgiŽ 364.385 personen met wanbetalingen bij consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Dit komt overeen met 3,8 % van de meerderjarige bevolking. In vergelijking met eind 2014 is dit een toename van 3,9 %.
In 2015 waren er 547.515 achterstallige contracten.  In vergelijking met 2014, is dit een stijging van 4,7 %.
Het totale achterstallige bedrag bedraagt 3,2 miljard euro, een stijging met 1,4 % tegenover eind 2014.
(bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2015)

Tabel 3b: Aantal achterstallige kredietnemers en kredietovereenkomsten, BelgiŽ, 2010-2015

Jaar  

Aantal personen Aantal achterstallige contracten
2010 308.803 448.725
2011 319.092 460.493
2012 330.129 482.620
2013 341.416 503.544
2014 350.635 522.840
2015 364.385 547.515

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2015.

In verhouding tot de bevolking van elke regio, tellen WalloniŽ en Brussel met elk 5,5 % proportioneel het meeste achterstallige kredietnemers. Voor Vlaanderen gaat het om 2,6 %.
Over heel BelgiŽ is het aandeel van de kredietnemers met een achterstallig consumentenkrediet gegroeid in 2015, maar de stijging is sterker in WalloniŽ en vooral in Brussel.
(bron: Centrale voor kredieten aan particulieren,
Statistieken 2015)


Naar type overeenkomst zijn er aanzienlijke verschillen. De achterstallige contracten
situeren zich voor meer dan de helft bij kredietopeningen (56,5 % in 2015).
Het aantal achterstallige contracten stijgt sterk bij
de kredietopeningen (+ 9,5 %), maar neemt af bij zowel de verkopen op afbetaling (- 1,9 %), de hypothecaire kredieten (- 0,9 %) als de leningen op afbetaling (- 0,7 %).

Tabel 3c: Achterstallige contracten volgens kredietvorm* (aantal en percentage), BelgiŽ, 2010-2015

  2010 2011 2012 2013 2014 2015
  Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal % Abs. aantal %
Leningen op afbetaling 163.765 36,5 163.462 35,5 162.067 33,6 161.880 32,1 161.349 30,9 160.282 29,3
Verkopen op afbetaling 46.207 10,3 46.716 10,1 46.254 9,6 45.864 9,1 44.932 8,6 44.092 8,1
Financieringshuren 834 0,2 60 0,0 0 0,0 0 0,0 0 0,0 0 0,0
Kredietopeningen 210.241 46,9 22.281 47,7 243.790 50,5 263.460 52,3 282.554 54,0 309.432 56,5
Hypothecaire kredieten 27.678 6,2 28.974 6,3 30.509 6,3 32.340 6,4 34.005 6,5 33.709 6,2
Totaal 448.725   460.493   482.620   503.544   522.840   547.515  

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2015, p.9-10.
*Voor een toelichting omtrent het type kredietovereenkomst/financiŽle verbintenis: zie C
entrale voor kredieten aan particulieren (2015), Statistieken 2015, p.72-73.
 

Er bestaat een duidelijk verband tussen het aantal achterstallige kredieten van een kredietnemer en de mate waarin deze laatste een beroep doet op de procedure van collectieve schuldenregeling. Deze gerechtelijke procedure houdt een afbetalingsplan in van alle schulden bij een schuldbemiddelaar onder toezicht van een magistraat en is door de wet ingesteld vanaf 1 januari 1999. 11,6 % van de personen met ťťn betalingsachterstand heeft een collectieve schuldenregeling (grafiek 3a).  Dit percentage loopt op tot 42,9 % indien de kredietnemer vijf of meer betalingsachterstanden heeft. Dit laatste cijfer toont echter ook aan dat meer dan de helft van de kredietnemers met zeer zware schulden, (nog) geen beroep doet op de procedure van collectieve schuldenregeling. (bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2015

Grafiek 3a: Percentage van de personen met een achterstallig contract die een beroep doen op de procedure van collectieve schuldenregeling, 2015

bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2015, p. 58.
 

In 2015 werden 15.877 nieuwe aanvragen van personen die een beroep deden op de procedure van collectieve schuldenregeling door de rechtbanken toelaatbaar verklaard (- 9,5 % in vergelijking met 2014). Op het einde van 2015 staan in de Centrale voor kredieten aan particulieren 97.636 lopende procedures geregistreerd.  Tegenover 2014, is dit een stijging met 0,6 %.
De oorzaken van overmatige schuldenlast beperken zich niet tot het krediet: 28,6 % van de personen doet een beroep op de procedure van collectieve schuldenregeling zonder met een achterstallige kredietovereenkomst geregistreerd te zijn. Consumenten kampen immers vaak ook met andere betalingsmoeilijkheden, zoals bijvoorbeeld schulden met betrekking tot gezondheidszorg, energie- en telefoonfacturen, huur of fiscale schulden. (bron: Centrale voor kredieten aan particulieren, Statistieken 2015
, p.14).

 

3. Het soort schulden

Zowel in Vlaanderen als in WalloniŽ heeft het overgrote merendeel van de huishoudens niet-kredietgerelateerde schulden.
Uit gegevens van erkende instellingen voor schuldbemiddeling, blijkt dat in de meeste dossiers mee
rdere soorten schulden voorkomen. 
Tabel 3d geeft een overzicht van enkele veel voorkomende schulden. 
De gegevens dateren van 2011 en 2012.
De geregistreerde gegevens worden voor de Vlaamse regio opgenomen in dalende volgorde en vervolgens vergeleken met de Waalse regio. Voor elke schuldensoort scoort de Waalse regio significant hoger dan de Vlaamse regio.
Schulden ten gevolge van nutsvoorzieningen, telecomschulden en gezondheidszorgschulden komen het meest voor.

Tabel 3d: Aanwezigheid van schuldensoorten in dossiers voor schuldbemiddeling (gezamenlijke dataset l'Obersevatoire du Crťdit et de l'Endettement en Vlaams centrum Schuldenlast)

Soorten schulden

Regio

 

WalloniŽ

Vlaanderen

Energieschulden/nutsvoorzieningen

57,7 %

49,3 %

Gezondheidsschulden

51,9 %

36,0 %

Leningen op afbetaling

43,0 %

31,1 %

Telefoon/gsm

51,8 %

29,0 %

Fiscale schulden

30,1 %

27,4 %

bron: Ledegen Hans (2013), Huishoudens in schuldbemiddeling: profielen en regionale verschillen, Vlaams Centrum Schuldenlast.


De uitwisseling binnen het Indicatorenproject georganiseerd door het Steunpunt tot bestrijding van armoede, toonden aan dat wanneer over armoede gesproken wordt, twee soorten schulden moeten onderscheiden worden:
- schulden die
te maken hebben met het afbetalen van consumptiegoederen. Deze schulden zijn niet kenmerkend voor een bepaalde bevolkingsgroep.
- schulden
betreffende specifieke kosten: gas- en electriciteitsrekening, schoolkosten en medische kosten, met name de ziekenhuiskosten. Nochtans houden ze verband met rechten zoals het recht op bescherming van de gezondheid, het recht op onderwijs, het recht op huisvesting.

Laatste aanpassing : 20/09/2016