|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
België |
Vlaams Gewest |
Waals Gewest |
EU-25* |
|
Eigenaar of zonder huur |
10,2 |
9,1 |
11,6 |
14 |
|
Huurder |
28,4 |
20,6 |
34,5 |
23 |
Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t.
Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet
betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* afgeronde cijfers
bron:
NAPincl
2008-2010:
indicatoren
en Eurostat
zie resultaten SILC 2005 en SILC 2004
Volgens de Socio-economische enquête
van het NIS (2001) leeft
6,3% van de Belgische bevolking in een woning die
gehuurd wordt van een overheidsinstantie zoals de sociale
huisvestingsmaatschappijen.
Tabel 7b: Percentage personen die leven in een woning, gehuurd van:
| Brussels Hoofdstedelijk Gewest | Vlaams Gewest | Waals Gewest | België | |
| Een maatschappij voor sociale woningen | 8,3% | 4,5% | 6,5% | 5,5% |
| Een
andere openbare instelling (OCMW, gemeente...) |
1,8% | 0,7% | 0,7% | 0,8% |
| Totaal | 10,1% | 5,2% | 7,2% | 6,3% |
bron: NIS Socio-economische Enquête 2001 zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 81
De verhouding tussen het aantal sociale woningen (enkel
huisvestingsmaatschappijen erkend door de drie gewestelijke
huisvestingsmaatschappijen) en het aantal private huishoudens beliep in 2004 6,3 % (7,9% in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest, 7,1% in het Waals Gewest, 5,4% in het Vlaams Gewest).
Op langere termijn beschouwd (sinds 1995) is er
eerder sprake van een status quo.
Het Europese gemiddelde bedraagt echter 17,3%
(Nederland 34%,
Verenigd Koninkrijk 20%, Denemarken 19%, Zweden 18%, Frankrijk 17%)
(bron: Federcasa - Italian Housing Federation and Ministry
of Infrastructure of the Italian Republic
(2006),
Housing Statistics in the European Union 2005/2006 en
Vranken Jan, De Boyser Katrien &
Dierckx Danielle (red.) (2006),
Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2006, Leuven: Acco).
Tabel 7c:
Evolutie van het aantal sociale huurwoningen in verhouding
tot het aantal private
huishoudens, België en de gewesten,
1995-2004 (in %)
| 1995 | 1996 | 1997 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | |
| België | 6,2 | 6,3 | 6,3 | 6,3 | 6,3 | 6,3 | 6,3 | 6,2 | 6,2 | 6,3 |
| Brussels Hfdst. Gewest | 8,1 | 8,1 | 8,2 | 8,3 | 8,2 | 8,2 | 8,1 | 8 | 7,9 | 7,9 |
| Vlaams Gewest | 5,2 | 5,3 | 5,3 | 5,4 | 5,4 | 5,4 | 5,4 | 5,4 | 5,4 | 5,4 |
| Waals Gewest | 7,4 | 7,3 | 7,3 | 7,3 | 7,3 | 7,3 | 7,2 | 7,2 | 7,2 | 7,1 |
bron: Administratieve data - Gewesten / Demografische statistieken - NIS zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p.84.
Tabel 7d: Percentage van het aantal sociale
huurwoningen in verhouding tot het totale woningpark en de totale
huursector, Europa, 2004
|
% sociale huurwoningen in verhouding tot |
||
| totaal woningpark | totale huurmarkt | |
| België | 7 | 24 |
| Denemarken | 19 | 42 |
| Duitsland | 6 | 12 |
| Finland | 18 | 52 |
| Frankrijk | 17 | 40 |
| Griekenland | 0,0 | 0,0 |
| Ierland | 8 | 38 |
| Italië | 5 | 24 |
| Luxemburg | - | - |
| Nederland | 34 | 77 |
| Oostenrijk | - | - |
| Portugal | - | - |
| Spanje | - | - |
| Verenigd Koninkrijk | 20 | 65 |
| Zweden | 18 | 46 |
bron: Federcasa - Italian Housing Federation and Ministry
of Infrastructure of the Italian Republic
(2006),
Housing Statistics in the European Union 2005/2006,
p. 66.
In verhouding tot de behoeften is het aantal sociale huurwoningen duidelijk onvoldoende. Veel mensen met een laag inkomen oriënteren zich dan ook noodgedwongen naar het secundaire segment van de private huurmarkt, waar de prijs – kwaliteitsverhouding onevenwichtig is (bron: NAPincl 2003-2005, p.5).
Deze alarmerende, stijgende tendens wordt ook
bevestigd door de recente atlas van buurten in moeilijkheden
(Vandermotten Christian, Kesteloot Christian,
Ippersiel Bertrand e.a.
(2006),
Dynamische analyse van de buurten in moeilijkheden in de Belgische
stadsgewesten, ULB, KUL, ICEDD).
Wetenschappers hebben 17 stadsgewesten gewogen om na te gaan welke wijken
al dan niet als arm beschouwd kunnen worden. Hieruit blijkt dat ons land ongeveer 1.400 buurten met
moeilijkheden telt met ongeveer 1,7 miljoen mensen. 800.000 van
deze inwoners leven gelukkig wel in wijken met lichte problemen. Brussel,
Charleroi en Luik zijn de steden met het grootst aantal arme wijken. In
Vlaanderen hebben Antwerpen en Gent de meeste problemen, maar lang niet
van eenzelfde grootorde. Uit de studie blijkt dat armen zich vooral
concentreren in verouderde private huurwoningen, omdat
België weinig sociale woningen
telt. "Anderzijds is er een gevoelige degradatie merkbaar van de buurten
met sociale woningenbouw", aldus het rapport. Dat is volgens de
wetenschappers gedeeltelijk te wijten aan het feit dat de sociale mix in
de sociale woningen weg is.
Onderzoek van het Steunpunt Ruimte en Wonen heeft aangetoond dat in
Vlaanderen 317.500 gezinnen recht hebben op een sociale woning.
180.500 onder hen krijgen er
echter geen. Tot nu toe
stond vast dat er 58.000 gezinnen op de
wachtlijsten staan. Dit is
minder dan een derde van wie er recht op
heeft.
De 180.500 gezinnen die geen
beroep doen op een sociale woning, betalen gemiddeld 431 €
per maand voor een
woning op de particuliere markt. In een sociale woning bedraagt de
gemiddelde huurprijs 258 €
per maand, voor een
woning die doorgaans beter is.
De huisvestingsmaatschappijen bouwen 2.000 tot 3.000
sociale woningen bij per jaar. Dat betekent dat ze
over 60 jaar voldoende woningen kunnen hebben (bron:
Belga, 25/06/2007).
Laatste aanpassing: 20/01/09