S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

Hoeveel sociale woningen zijn er in België en hoeveel mensen staan op een wachtlijst?

Het Vlaamse Gewest  beschikte op 31 december 2006 over 137.846 sociale woningen waarvan er ongeveer 132.000 effectief werden verhuurd. Midden 2007 waren er 93.841 kandidaat-huurders ingeschreven op de wachtlijsten van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Het werkelijk aantal kandidaten (na uitzuivering van de dubbeltelling van kandidaten die bij verschillende sociale huisvestingsmaatschappijen ingeschreven zijn) bedraagt 75.735. In 2006 bedroeg de gemiddelde wachttijd 858 dagen (bron: Antwoord van Marino Keulen, Vlaams minister van binnenlands bestuur, stedenbeleid, wonen en inburgering, op schriftelijke vraag nr. 64 van Carl Decaluwe, Vlaams parlement, 20/2/2008, Administratie Planning en Statistiek (2007), Cijfers sociale huisvesting en VMSW (2008), Statistische inlichtingen kandidaat-huurders, toestand midden 2007).
Op 1 januari 2007 telde het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest 38.371 sociale woningen, waarvan er 36.106 verhuurd werden. In januari 2007 stonden 25.029 huishoudens op de wachtlijst. De wachttijd schommelde tussen 1 en 6 jaar (bron: Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad, Welzijnsbarometer 2007).
Op 31 december 2006 telde het Waalse Gewest 102.462 sociale woningen die effectief werden verhuurd. Er stonden 47.336 kandidaat-huurders op de wachtlijst. Het werkelijk aantal kandidaat-huurders bedraagt waarschijnlijk ongeveer 41.200. De gemiddelde wachttijd bedroeg 6 jaar (bron: Société wallonne du logement (2008), Rapport d'activités 2007, p.42-43 en p.51).


Toelichting:

In de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting vormt betaalbare en kwaliteitsvolle huisvesting een centraal gegeven.

Huurders kennen een armoederisico dat ongeveer driemaal zo hoog is als dat van eigenaars, nl. 28,4% versus 10,2%. Waalse huurders scoren opvallend slechter dan Vlaamse, nl. 34,6% versus 20,6%. Het Belgische percentage voor huurders ligt boven het EU-gemiddelde (23%) en dat voor eigenaars eronder (EU-25: 13%).
 

Tabel 7a: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan inkomen) naar eigenaar/huurder status, België en gewesten en EU-25, SILC 2006 (inkomen 2005)

België

Vlaams Gewest

Waals Gewest

EU-25*

Eigenaar of zonder huur

10,2

9,1

11,6

14

Huurder

28,4

20,6

34,5

23

Opmerking: Aangezien de steekproef m.b.t. Brussel bijzonder klein is, zijn de resultaten voor dit gewest niet betrouwbaar. Ze worden bijgevolg niet gepubliceerd.
* afgeronde cijfers
bron: NAPincl 2008-2010: indicatoren  en Eurostat

zie resultaten SILC 2005 en SILC 2004

 

Volgens de Socio-economische enquête van het NIS (2001) leeft 6,3% van de Belgische bevolking in een woning die gehuurd wordt van een overheidsinstantie zoals de sociale huisvestingsmaatschappijen.
 

Tabel 7b: Percentage personen die leven in een woning, gehuurd van:

  Brussels Hoofdstedelijk Gewest Vlaams Gewest Waals Gewest België
Een maatschappij voor sociale woningen 8,3% 4,5% 6,5% 5,5%
Een andere openbare
instelling (OCMW,
gemeente...)
1,8% 0,7%  0,7% 0,8%
Totaal 10,1%  5,2% 7,2% 6,3%

bron: NIS Socio-economische Enquête 2001 zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p. 81



De verhouding tussen het aantal sociale woningen (enkel huisvestingsmaatschappijen erkend door de drie gewestelijke huisvestingsmaatschappijen) en het aantal private huishoudens beliep in 2004 6,3 % (7,9% in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest, 7,1% in het Waals Gewest, 5,4% in het Vlaams Gewest). Op langere termijn beschouwd (sinds 1995) is er eerder sprake van een status quo. Het Europese gemiddelde bedraagt echter 17,3%  (Nederland 34%, Verenigd Koninkrijk 20%, Denemarken 19%, Zweden 18%, Frankrijk 17%) (bron: Federcasa - Italian Housing Federation and Ministry of Infrastructure of the Italian Republic (2006), Housing Statistics in the European Union 2005/2006 en Vranken Jan, De Boyser Katrien & Dierckx Danielle (red.) (2006), Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2006, Leuven: Acco).


Tabel 7c: Evolutie van het aantal sociale huurwoningen in verhouding tot het aantal private huishoudens, België en de gewesten, 1995-2004 (in %)

  1995  1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004
België 6,2 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,2 6,2 6,3
Brussels Hfdst. Gewest 8,1 8,1 8,2 8,3 8,2 8,2 8,1 8 7,9 7,9
Vlaams Gewest 5,2  5,3 5,3 5,4 5,4 5,4 5,4 5,4 5,4 5,4
Waals Gewest 7,4  7,3 7,3 7,3 7,3 7,3 7,2 7,2 7,2 7,1

bron: Administratieve data - Gewesten / Demografische statistieken - NIS zoals opgenomen in NAPIncl 2006-2008: Indicatoren, p.84.


Tabel 7d: Percentage van het aantal sociale huurwoningen in verhouding tot het totale woningpark en de totale huursector, Europa, 2004

 

% sociale huurwoningen in verhouding tot

  totaal woningpark totale huurmarkt
België 7 24
Denemarken 19 42
Duitsland 6 12
Finland 18 52
Frankrijk 17 40
Griekenland 0,0 0,0
Ierland 8 38
Italië 5 24
Luxemburg - -
Nederland 34 77
Oostenrijk - -
Portugal - -
Spanje - -
Verenigd Koninkrijk 20 65
Zweden 18 46

bron: Federcasa - Italian Housing Federation and Ministry of Infrastructure of the Italian Republic (2006), Housing Statistics in the European Union 2005/2006, p. 66.

 

In verhouding tot de behoeften is het aantal sociale huurwoningen duidelijk onvoldoende. Veel mensen met een laag inkomen oriënteren zich dan ook noodgedwongen naar het secundaire segment van de private huurmarkt, waar de prijs – kwaliteitsverhouding onevenwichtig is (bron: NAPincl 2003-2005, p.5).


Deze alarmerende, stijgende tendens wordt ook bevestigd door de recente atlas van buurten in
moeilijkheden (Vandermotten Christian, Kesteloot Christian, Ippersiel Bertrand e.a. (2006), Dynamische analyse van de buurten in moeilijkheden in de Belgische stadsgewesten, ULB, KUL, ICEDD). Wetenschappers hebben 17 stadsgewesten gewogen om na te gaan welke wijken al dan niet als arm beschouwd kunnen worden. Hieruit blijkt dat ons land ongeveer 1.400 buurten met moeilijkheden telt met ongeveer 1,7 miljoen mensen. 800.000 van deze inwoners leven gelukkig wel in wijken met lichte problemen. Brussel, Charleroi en Luik zijn de steden met het grootst aantal arme wijken. In Vlaanderen hebben Antwerpen en Gent de meeste problemen, maar lang niet van eenzelfde grootorde. Uit de studie blijkt dat armen zich vooral concentreren in verouderde private huurwoningen, omdat België weinig sociale woningen telt. "Anderzijds is er een gevoelige degradatie merkbaar van de buurten met sociale woningenbouw", aldus het rapport. Dat is volgens de wetenschappers gedeeltelijk te wijten aan het feit dat de sociale mix in de sociale woningen weg is.


Onderzoek van het Steunpunt Ruimte en Wonen heeft aangetoond dat i
n Vlaanderen 317.500 gezinnen recht hebben op een sociale woning. 180.500 onder hen krijgen er echter geen. Tot nu toe stond vast dat er 58.000 gezinnen op de wachtlijsten staan. Dit is minder dan een derde van wie er recht op heeft. De 180.500 gezinnen die geen beroep doen op een sociale woning, betalen gemiddeld 431 per maand voor een woning op de particuliere markt. In een sociale woning bedraagt de gemiddelde huurprijs 258 per maand, voor een woning die doorgaans beter is. De huisvestingsmaatschappijen bouwen 2.000 tot 3.000 sociale woningen bij per jaar. Dat betekent dat ze over 60 jaar voldoende woningen kunnen hebben (bron: Belga, 25/06/2007).


Laatste aanpassing: 20/01/09