S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

français

Feiten en cijfers

 

Biedt tewerkstelling voldoende bescherming tegen armoede?

Alhoewel duidelijk bewezen is dat werkloosheid en inactiviteit een veel groter armoederisico inhouden dan tewerkstelling, biedt een job niet altijd een garantie om te ontsnappen aan armoede.


Toelichting:

Het risico om in armoede verzeild te raken, is lager bij werkenden dan bij niet-werkenden, zeker als het aantal werkenden per huishouden toeneemt. In dit verband zijn werkloosheid, en dan voornamelijk langdurige (langer dan een jaar) en zeer langdurige werkloosheid (langer dan twee jaar), bijzonder problematisch. In 2010 maakte bijna een derde van de werklozen (30,4%) deel uit van een huishouden met armoederisico, tegenover 4,5% van de werkende bevolking. Het risico om arm te zijn is bijgevolg kleiner voor de werkenden in vergelijking met de niet-werkenden. Hoewel België in vergelijking met de rest van de EU vrij goed scoort (4,5% in België tegenover 8,5% voor de EU-27 in 2010) en voorzichtigheid bij de interpretatie geboden is, is er toch een toename tegenover 2006 toen dit cijfer nog 4,2% bedroeg. In absolute cijfers gaat het toch om een grote groep personen, namelijk meer 220.000 personen.  

Het feit dat tewerkstelling minder dan vroeger bescherming tegen armoede biedt, wordt nog beter geïllustreerd door de evolutie van het aandeel personen met een armoederisico dat een job heeft. Berekend op de bevolking tussen 18 en 65 jaar, bedraagt deze groep 24,1 % in 2010 tegenover 20,3% in 2006.

Werk volstaat dus niet altijd om armoede te vermijden, dit tengevolge van een precaire werksituatie (tijdelijke en/of deeltijdse arbeid in laagbetaalde jobs) in combinatie met een ontoereikend huishoudinkomen.

 


Tabel 6a: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, België en gewesten, SILC 2010 (inkomen 2009)

België

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

Totaal

Vrouw

Man

werkend

4,5 4,2 4,8 3,5 3,3 3,6 5,4 5,2 5,5
niet werkend:
totaal
21,9 21,8 22,1 16,6 16,4 17,0 25,0 24,9 25,3

niet werkend:
werkloos

30,4 29,9 30,7 23,0 21,5 24,1 33,1 31,4 34,5

niet werkend:
gepensioneerd

16,1 15,7 16,5 15,2 13,9 16,5 16,7 17,7 15,4

niet werkend:
ander

24,5 24,5 24,5 16,3 17,4 14,1 29,1 28,6 30,0

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar.
* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
b
ron: FOD Economie – Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie: EU-SILC 2010

zie resultaten SILC 2009,
SILC 2008, SILC 2007, SILC 2006, SILC 2005 en SILC 2004
 

Tabel 6b: Evolutie van het armoederisico volgens activiteit van 2006 tot 2010, gebaseerd op de EU-SILC enquête, België en gewesten

 

2006

2007

2008

2009

2010

karakteristieken

België

Vlaams Gewest

Waals
Gewest

België

Vlaams Gewest

Waals
Gewest

België

Vlaams Gewest

Waals
Gewest

België

Vlaams Gewest

Waals
Gewest

België

Vlaams Gewest

Waals
Gewest

werkenden

4,2

3,8

4,1

4,4

3,1

5,6

4,8

3,9

5,7

4,6

3,2

6,3

4,5

3,5

5,4

werklozen

31,2

22,4

36,4

34,2

22,2

40,6

34,8

20,2

41,9

33,4

19,0

40,0

30,4

23,0

33,1

gepensioneerden

20,3

20,2

19,6

19,6

19

20

18,4

16,6

20,9

17,8

17,0

18,6

16,1

15,2

16,7

andere niet-
actieven

25,4

19,1

28,9

25,5

17,1

31,1

24,8

15,9

32,7

25,5

18,2

29,5

24,5

16,3

29,1

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn geen cijfers beschikbaar. 24,5
bron: FOD Economie – Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie

 

 

Tabel 6c: Armoederisicopercentage (<60% van het mediaan netto-inkomen) (bevolking 16 jaar en ouder) naar meest frequente activiteitsstatus* en geslacht, EU-27 en België, SILC 2010 (inkomen 2009)

 

EU-27**

België

 

Totaal

Vrouw

Man Totaal Vrouw

Man

werkend

8,5 7,9 9,0 4,5 4,2 4,8
niet werkend: totaal 22,7 23,3 21,8 21,9 21,8 22,1

niet werkend: werkloos

45,4 42,8 47,7 30,4 29,9 30,7

niet werkend: gepensioneerd

13,8 15,2 12,1 16,1 15,7 16,5

niet werkend: ander

26,3 26,6 25,6 24,5 24,5 24,5

* De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
** schatting van Eurostat
b
ron: Eurostat

zie resultaten SILC 2009, SILC 2008, SILC 2007, SILC 2006, SILC 2005 en SILC 2004
 

Laatste aanpassing: 20/12/11