S
teunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

franÁais

Feiten en cijfers

 

Hoeveel werklozen telt ons land?

Laatste aanpassing: 19/05/2015

Op basis van de
administratieve gegevens (RVA cijfers) telt BelgiŽ in 2014 597.774 niet-werkende werkzoekenden (NWWZ). Op basis van enquÍtegegevens (EnquÍte naar de arbeidskrachten-EAK) zijn er 423.039 werklozen. Dit is 8,6% van de beroepsbevolking.

 

Toelichting:

Volgens cijfers van de RVA telt BelgiŽ in 2014 597.774 niet-werkende werkzoekenden (NWWZ): personen zonder bezoldigd werk die ingeschreven zijn als werkzoekende bij een gewestelijke openbare dienst voor arbeidsbemiddeling. Het gaat zowel om werkzoekenden met een uitkeringsaanvraag, als om jongeren in inschakelingstijd, vrij ingeschreven werkzoekenden en verplicht ingeschreven werkzoekenden (waaronder de gesanctioneerde werklozen, de werkzoekenden  ten laste van de OCMW's). De registratie van de RVA telt het aantal personen die recht hebben op een werkloosheidsuitkering.
Naast deze administratieve gegevens, kan de werkloosheid ook gemeten worden aan de hand van enquÍtegegevens zoals de EnquÍte naar de arbeidskrachten (EAK).
Werklozen kennen een hoog armoederisico. 

 cijfers RVA cijfers EAK armoederisico

Cijfers van de RVA

In 2014 telde de RVA 597.774 niet-werkende werkzoekenden (NWWZ).  Dit is een stijging van 2,3% (+ 13.472 werklozen) ten opzichte van 2013. 

Tabel 5a
: Evolutie van de niet werkende werkzoekenden (NWWZ), BelgiŽ, 2003-2014

 

Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ)*

waarvan:

Totaal*

Jaar

mannen

vrouwen

jonge werknemers in beroepsinschakelingstijd

jonger dan 25 jaar

met een inactiviteitsduur van 2 jaar en meer

2003

253.089

285.052

49.224

132.549

 

538.141

2004

271.250

305.363

52.022

136.956

 

576.612

2005

279.551

316.846

51.527

133.350

 

596.397

2006

278.778

309.483

43.584

126.375

225.847

588.261

2007

253.214

279.245

39.100

110.476

215.506

532.459

2008

242.542

262.323

36.924

103.222

197.350

504.865

2009

281.133

273.396

40.766

116.832

192.794

554.529

2010

290.200

276.992

41.644

116.752

196.080

567.192

2011

277.630

268.843

39.217

108.332

196.890

546.473

2012

289.492

270.875

45.430

113.808

197.004

560.367

2013

306.752

277.550

46.791

118.487

193.313

584.302

2014

315.256

282.518

47.468

114.618

207.624

597.774

*Jaargegevens: gemiddelde van de gegevens aan het einde van de maand.
Het afschaffen van de stempelcontrole eind 2005 bemoeilijkt de vergelijkbaarheid van de tijdreeksen van vůůr en na 2006.
bron: Nationale Bank Van BelgiŽ, Statistisch tijdschrift, 2014-IV, tabel 3.2, p. 55 op basis van RVA gegevens.

In 2014 zijn iets meer dan de helft (52,7%) van de niet-werkende werkzoekenden mannen; in 1990 was deze verhouding nog 40% mannen versus 60% vrouwen. 56,9% van de werkzoekenden is tussen 25 en 50 jaar. De jongeren (< 25 jaar) maken 19,2% uit van de werklozenpopulatie. De groep van 50-plussers maakt 23,9% uit; in 1995 was dit nog 11,2%. Er zijn ook regionale verschillen: de cijfers voor WalloniŽ liggen hoger dan in de andere gewesten (42,5% van de werkzoekenden tegenover 39,0% in Vlaanderen en 18,5% in Brussel). In 2014 hebben 207.624 werkzoekenden, of 34,7% van het totaal, sinds twee jaar of langer geen baan.

Tabel 5b: Niet werkende werkzoekenden (NWWZ) in BelgiŽ en de gewesten, 2014

 

Aantal

%

Totaal 2014

597.774

100%

Mannen

315.256

52,7%

Vrouwen

282.518

47,3%

Leeftijdsgroep

 

 

-25 jaar

114.618

19,2%

25 tot -50 jaar

340.170

56,9%

50 jaar en +

142.987

23,9%

Gewesten

 

 

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

110.336

18,5%

Vlaams Gewest

233.349

39,0%

Waals Gewest

254.089

42,5%

Werkloosheidsduur

 

 

2 jaar of langer

207.624

34,7%

bron: NBB.Stat (bewerking Steunpunt armoede)

 

Cijfers van de EAK

De werkloosheidscijfers op basis van de EnquÍte naar de arbeidskrachten (EAK) worden in BelgiŽ ingezameld, verwerkt en gepubliceerd door de Algemene Directie Statistiek van de F.O.D. Economie, KMO, Middenstand en Energie en gepubliceerd  door Eurostat. Dankzij deze enquÍte zijn internationale vergelijkingen mogelijk. De cijfers zijn gebaseerd op de definities van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB). Werkloos is iedere persoon op actieve leeftijd (15 jaar en ouder) die in de referentieweek geen bezoldigde betrekking had, actief op zoek is naar een job en beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. De IAB werkloosheidscijfers staan los van een eventuele inschrijving in een openbare dienst voor arbeidsbemiddeling (VDAB, Actiris, FOREM of ADG) en zijn dus niet vergelijkbaar met de administratieve werkloosheidscijfers.

T
abel 5c geeft de evolutie weer van de werkloosheidsgraad (IAB) in BelgiŽ en vergelijkt deze met Europese percentages. De werkloosheidsgraad geeft het aantal werklozen in procenten van de arbeidskrachten (werkenden en werklozen in de zin van het IAB).
In 2014 blijft de werkloosheidsgraad in BelgiŽ op het zelfde niveau als deze in 2013 en bedraagt 8,5%.  Dit is onder het EU-niveau van 10,2%, maar meer dan de werkloosheidsgraad in de buurlanden Duitsland (5,0%), Luxemburg (5,9%) en Nederland (7,4%). Frankrijk scoort hoger met 10,3%.

Tabel 5c: Evolutie van de werkloosheidsgraad van 15 tot 74-jarigen (jaargemiddelde) BelgiŽ, EU-28 en individuele landen, 2005-2014

 

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

EU-28

9,0

8,2

7,2

7,0

9,0

9,6

9,7

10,5

10,9

10,2

BelgiŽ

8,5

8,3

7,5

7,0

7,9

8,3

7,2

7,6

8,4

8,5

Bulgarije

10,1

9,0

6,9

5,6

6,8

10,3(*)

11,3

12,3

13,0

11,4

Cyprus

5,3

4,6

3,9

3,7

5,4

6,3

7,9

11,9

15,9

16,1

Denemarken

4,8

3,9(*)

3,8

3,4

6,0

7,5

7,6

7,5

7,0

6,6

Duitsland

11,2(*)

10,1

8,5

7,4

7,6

7,0

5,8

5,4

5,2

5,0

Estland

8,0

5,9

4,6

5,5(*)

13,5

16,7

12,3

10,0

8,6

7,4

Finland

8,4

7,7

6,9

6,4

8,2

8,4

7,8

7,7

8,2

8,7

Frankrijk

8,9

8,8

8,0

7,4

9,1

9,3

9,2

9,8

10,3

10,3

Griekenland

10,0

9,0

8,4

7,8

9,6

12,7

17,9

24,5

27,5

26,5

Hongarije

7,2

7,5

7,4

7,8(*)

10,0

11,2

11,0

11,0

10,2

7,7

Ierland

4,4

4,5

4,7

6,4

12,0

13,9

14,7

14,7

13,1

11,3

ItaliŽ

7,7

6,8

6,1

6,7

7,7

8,4

8,4

10,7

12,1

12,7

Letland

10,0

7,0

6,1

7,7

17,5

19,5

16,2

15,0

11,9

10,8

Litouwen

8,3

5,8

4,3

5,8

13,8

17,8

15,4

13,4

11,8

10,7

Luxemburg

4,6

4,6(*)

4,2

4,9

5,1

4,6

4,8

5,1

5,9

5,9

Malta

6,9

6,8

6,5

6,0

6,9

6,9

6,4

6,3

6,4

5,9

Nederland

5,9

5,0

4,2

3,7

4,4

5,0

5,0

5,8

7,3

7,4

Oostenrijk

5,6

5,3

4,9

4,1

5,3

4,8

4,6

4,9

5,4

5,6

Polen

17,9

13,9

9,6

7,1

8,1(*)

9,7

9,7

10,1

10,3

9,0

Portugal

8,8(**)

8,8(**)

9,2(**)

8,7(**)

10,7(**)

12,0(**)

12,9

15,8

16,4

14,1

RoemeniŽ

7,1

7,2

6,4

5,6

6,5

7,0

7,2

6,8

7,1

6,8

SloveniŽ

6,5

6,0

4,9

4,4

5,9

7,3

8,2

8,9

10,1

9,7

Slowakije

16,4

13,5

11,2

9,6

12,1

14,5

13,7(*)

14,0

14,2

13,2

Spanje

9,2

8,5

8,2

11,3

17,9

19,9

21,4

24,8

26,1

24,5

TsjechiŽ

7,9

7,1

5,3

4,4

6,7

7,3

6,7

7,0

7,0

6,1

Verenigd Koninkrijk

4,8

5,4

5,3

5,6

7,6

7,8

8,1

7,9

7,6

6,1

Zweden

7,7

7,1

6,1

6,2

8,3

8,6

7,8

8,0

8,0

7,9

*andere definitie en schatting
**
schatting
bron: Eurostat: EnquÍte naar de Arbeidskrachten

 

Volgens de definitie van het Internationaal Arbeidsbureau (IAB) is in 2014 in BelgiŽ 8,6% van de beroepsbevolking (15-64 jaar) werkloos. Het gaat om 423.039 werklozen. Ten opzichte van 2013 bleef het aantal werklozen nagenoeg stabiel. Meer mannen dan vrouwen zijn werkloos. De jeugdwerkloosheidsgraad is zeer hoog en bedraagt 23,2%. De werkloosheid is het hoogst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het percentage langdurige IAB-werklozen (2jaar of langer) bedraagt 2,7% van de beroepsbevolking.

Tabel 5d: Aantal IAB-werklozen in BelgiŽ in 2014

 

Aantal IAB-werklozen

 

in absolute cijfers

% tov de beroepsbevolking

Totaal (bevolking 15-64 jaar)

423.039

8,6%

Mannen

241.382

9,1%

Vrouwen

181.657

8,0%

Leeftijdsgroep (bevolking 15 jaar en meer)

 

 

-25 jaar

92.637

23,2%

25 tot -50 jaar

260.430

8,0%

50 jaar en +

70.427

5,5%

Gewesten (bevolking 15-64 jaar)

 

 

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

96.382

18,5%

Vlaams Gewest

147.824

5,1%

Waals Gewest

178.833

12,0%

Werkloosheidsduur

 

 

2 jaar of langer

130.587

2,7%

bron: Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium: EnquÍte naar de arbeidskrachten (EAK)

 

Bekijken we de werkloosheidsgraad naar opleidingsniveau, dan valt op dat de werkloosheidsgraad bij laaggeschoolden het hoogst ligt: 16,4% in 2014 tegenover 8,8% bij de midden- en 4,7% bij de hooggeschoolden. Sinds 2004 is de werkloosheid bij de laaggeschoolden toegenomen van 13,3% naar 16,4% terwijl de werkloosheid voor de andere onderwijsniveaus vrij stabiel is gebleven. In Brussel bedraagt in 2014 de werkloosheidsgraad voor laaggeschoolden 30,9%; in WalloniŽ 21,6% en in Vlaanderen 9,2%.

Tabel 5e: Werkloosheidsgraad naar onderwijsniveau, BelgiŽ en gewesten, 2004 en 2014 (bevolking 15 jaar en meer)

 

2004

2014

BelgiŽ

Totaal

Mannen

Vrouwen

Totaal

Mannen

Vrouwen

Laag

13,2

11,6

15,7

16,2

16,6

15,5

Midden

8,5

6,9

10,8

8,8

8,8

8,8

Hoog

4,7

4,5

4,9

4,7

4,6

4,7

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

 

 

 

 

 

 

Laag

25,9

26,5

24,8

30,8

31,9

29,0

Midden

18,4

16,8

20,4

22,0

24,4

18,7

Hoog

8,3

8,6

7,9

9,8

10,1

9,6

Vlaams Gewest

 

 

 

 

 

 

Laag

7,8

6,1

10,5

9,1

9,4

8,5

Midden

5,7

4,6

7,3

5,5

5,1

5,9

Hoog

3,4

3,1

3,6

3,0

2,8

3,1

Waals Gewest

 

 

 

 

 

 

Laag

18,9

16,8

22,4

21,3

21,2

21,3

Midden

12,0

9,3

15,8

12,5

12,7

12,3

Hoog

5,8

5,3

6,3

5,9

5,8

6,0

bron: Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium: EnquÍte naar de arbeidskrachten (EAK)

 

Armoederisico

Werklozen kennen een zeer hoog armoederisico: 46,2%. Het armoederisico van werkenden bedraagt daarentegen 4,4%.
51,2 van de werklozen geven ook aan moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen, tegenover 13,1 bij de werkenden.

 

Tabel 5f: Armoederisico op basis van inkomen  en subjectief armoederisico naar meest frequente activiteitsstatus*, BelgiŽ, EU-SILC 2013

 

Armoederisico op basis van inkomen

Subjectief armoederisico

Werkenden

4,4

13,1

Werklozen

46,2

51,2

*De meest frequente activiteitsstatus is gedefinieerd als de status die mensen verklaren te hebben ingenomen gedurende meer dan de helft van het aantal maanden in het voorafgaand kalenderjaar.
bron:
Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium: EU-SILC 2013
Info over 'armoederisico' en meer cijfers zijn te vinden op de webpagina 'Hoeveel mensen  lopen gevaar in armoede te geraken ?'

 

De problematiek van sociale bescherming voor wie geen werk heeft, komt aan bod in het tweejaarlijkse Verslag 2012-2013 van het Steunpunt tot bestrijding van armoede. (Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2013), Sociale bescherming en armoede).


Laatste aanpassing: 19/05/2015