Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Feiten

Mevrouw V. vraagt om bevrijd te worden van haar persoonlijke zekerheidstelling ten behoeve van een schuld die is aangaan door haar zoon. Zij heeft zich meer bepaald als medeschuldenaar ertoe verbonden om een schuld van haar zoon ten aanzien van een schuldeiser voor een bedrag van 15.314,47 euro te betalen. Aangezien haar zoon een procedure collectieve schuldenregeling opgestart heeft, wordt zij nu aangesproken door de schuldeiser. Zij is van oordeel dat zij deze schuld niet kan betalen en vraagt daarom een bevrijding aan (dit betekent dat zij niet meer moet instaan voor de betaling van deze schuld gemaakt door de (hoofd)schuldenaar).

Beslissing

De rechter beslist dan ook dat de medeschuldenaar integraal van haar verbintenis tot persoonlijke zekerheidstelling wordt bevrijd (in hoofdsom, kosten en interesten).

Motivering

De wetgeving voorziet dat de rechter geheel of gedeeltelijk een bevrijding kan verlenen aan “natuurlijke personen” (dit zijn fysieke personen en dus geen rechtspersoon zoals b.v.b. een vzw of vennootschap) mits voldaan is aan verschillende voorwaarden:
• Zij moeten een persoonlijke zekerheid gesteld hebben ten behoeve van de persoon in collectieve schuldenregeling.
• Deze persoonlijke zekerheidstelling moet kosteloos plaatsgevonden hebben.
• De rechter moet vaststellen dat hun verbintenis onevenredig is met hun inkomsten en met hun vermogen

De rechter onderzoekt in dit geval dan ook of de medeschuldenaar aan deze voorwaarden voldoet:
• De rechter wijst erop dat het begrip “persoonlijke zekerheid” ook medeschuldenaren beoogt. Ook al heeft Mevrouw V. zich niet borg gesteld, maar als medeschuldenaar getekend (waardoor zij met haar hele vermogen instond voor de schuld van haar zoon ten aanzien van schuldeiser), toch wordt zij hier dus als persoonlijke zekerheidsteller beschouwd.
• De rechter onderzoekt vervolgens of deze persoonlijke zekerheidstelling kosteloos plaatsvond. De rechter wijst erop dat de omstandigheden die tot de persoonlijke zekerheidstelling hebben geleid, doen besluiten dat Mevrouw V. geen economisch belang had bij deze persoonlijke zekerheidstelling zodat moet besloten worden dat dit “kosteloos” heeft plaatsgevonden. De rechter verwijst in dit verband naar een arrest van het Hof van Cassatie van 26 juni 2008 waarin het begrip “kosteloos” in deze zin werd geïnterpreteerd.
• De rechter onderzoekt tot slot of de verbintenis van Mevrouw V. onevenredig is met haar inkomsten en met haar vermogen. Hiervoor moet gekeken worden naar haar huidige situatie. Daaruit blijkt dat zij slechts over een laag pensioen beschikt (773,94 euro per maand) en geen onroerend vermogen heeft. Zij heeft geen andere inkomsten of opbrengsten. Met dit beperkt inkomen moet zij in alle kosten van haar levensonderhoud voorzien (huur, energie en water, kleding, voeding, medicatie,…). Met verwijzing naar de budgetstandaard besluit de rechter dan ook dat haar maandelijks inkomen niet volstaat om een menswaardig bestaan te leiden. Het feit dat zij bepaalde kosten kan delen met haar zoon (huur, EGW, verzekeringen,…) wijzigt in dit verband niets. Haar pensioen ten bedrage van 773,94 euro per maand volstaat immers amper om haar meest elementaire kosten te voldoen en bovendien moet rekening worden gehouden met extra kosten en onvoorziene (medische) uitgaven gezien haar leeftijd (70 jaar) en gezondheidstoestand. Uit dit alles leidt de rechter af dat Mevrouw V. thans niet meer in staat is om de verbintenis die voortvloeit uit haar persoonlijke zekerheidstelling na te komen en dat er sprake is van een manifeste wanverhouding tussen deze verbintenis en haar huidige financiële situatie.

Betekenis in ruimere context

Belangrijk om te onthouden, is dat de rechter in dit geval de “budgetstandaard” hanteert om na te gaan of betrokkene al dan niet over voldoende inkomsten beschikt om menswaardig te leven. Deze budgetstandaard is dus ook bruikbaar in zaken waarin de rechter zich moet uitspreken over de vraag tot bevrijding die gesteld wordt door een persoonlijke zekerheidsteller.

 

Integrale tekst van de beslissing

 

Referenties
Art. 1675/16bis Ger.W.

Cass. 26 juni 2008, R.W. 2008-09, 45.

B. STORMS en K. VAN DEN BOSCH (red.), Wat heeft een gezin minimaal nodig, een budgetstandaard voor Vlaanderen, Leuven, Acco, 2009.

JÉRUSALMY, O., Références budgétaires minimales pour une vie digne 2008-2009, Bruxelles, Réseau Financement Alternatif, 2009, 50p ; https://www.financite.be/sites/default/files/references/files/995.pdf

Trefwoorden
Collectieve schuldenregeling; Bevrijding borg/persoonlijke zekerheidstelling; Budgetstandaard